Van Can (hier nog The Can genoemd) ken ik de heilige drie-eenheid: Tago Mago, Ege Bamyasi en Future Days. Die eerste vind ik geweldig, de tweede erg goed en de derde zit tegen het geniale aan, zo heerlijk is het. Het is dus wel duidelijk: er is voor mij voldoende reden om benieuwd te zijn naar het debuut, waarop de originele zanger, Malcolm Mooney, nog meedoet.
Monster Movie, getooid met een overigens erg gave hoes, laat duidelijk dezelfde band horen: originele, uitgesponnen rockmuziek met wat experimentjes en onconventionele structuren. Alleen de zang klinkt inderdaad beduidend anders (niet per se veel slechter, al prefereer ik het stemgeluid van Damo Suzuki toch wel een beetje). En ook op dit album is het geregeld genieten van instrumentale passages, zoals het gitaarspel in Mary, Mary So Contrary, de felheid van hoogtepunt Outside My Door, het indrukwekkende drumspel of hoe de gitaar invalt in Yoo Doo Right. Helaas kan ik ook melden dat ik het over het geheel beduidend minder spannend en meeslepend vind dan later werk. Het geheel is in mijn optiek gewoon veel minder sterk. Yoo Doo Right, wat met zijn twintig minuten het hoogtepunt zou moeten zijn, vind ik een zeer aardige trip, maar als je het dan naast Bel Air legt... dan is het toch allemaal beduidend een slag minder goed uitgewerkt en spannend gemusiceerd, waardoor er toch wat taaie momenten inzitten.
Mijn conclusie is dan ook weinig interessant: ik vind het zeer aardig, maar niet geweldig (op prijsnummer Outside My Door na!). De potentie om tot iets groots te komen is overduidelijk hoorbaar (hier zou men een kleine twee jaar later natuurlijk al veel meer van laten zien, op Tago Mago), maar als geheel is het allemaal nog net niet meeslepend genoeg, naar mijn smaak, om in aanmerking te komen voor een hoog cijfer. Overigens denk ik wel dat dit album nog best een stukje kan gaan groeien.
(Geschreven tijdens het doornemen van de
52 essentiële klassiekers uit de pop/rock geschiedenis)