Eindelijk heb ik mijn exemplaar van Kerry Livgrens biografie 'Seeds of Change' binnen. De expanded edition uit 1991 om precies te zijn, waarin hij ook ingaat op zijn jaren ná Kansas, wat bij de eerste editie (1983) nog niet aan de orde was.
Na enkele miskramen waren zijn vrouw en hij eindelijk ouders geworden. De komst van deze dochter in 1981 maakte dat hij meer thuis wenste te zijn. De sfeer in Kansas was bij de aanloop naar het laatste album
Drastic Measures (1983) steeds moeilijker geworden. Dat hij en bassist Dave Hope christenen waren geworden, maakte de groep tot wat hij noemt "a divided house", zowel intern als extern. Dat laatste qua verwachtingen van enerzijds de seculiere markt en anderzijds geloofsgenoten. Bovendien had de jarenlange routine van met dezelfde zes muzikanten muziek schrijven, repeteren, opnemen, touren en weer van voren af aan, sleet op de verhoudingen veroorzaakt.
Hierbij had Livgren bovendien moeite met het schrijven van nieuw materiaal. Hij wilde uit zijn hart componeren; anderzijds waren er de commerciëlere verwachtingen van de platenmaatschappij. Van de drie nummers van zijn hand die op die laatste Kansas verschenen, is hij slechts over
Mainstream tevreden. Andere nummers werden ofwel door de groepsleden afgewezen, ofwel hij vond ze beter geschikt voor... Ja wat?
Platenmaatschappij CBS stemde in met een tweede soloplaat, tijdelijk weg van Kansas. Hope werd het tweede lid van dit project, gevolgd door twee muzikanten die Kansas bij de laatste tournee hadden ondersteund: Warren Ham en Michael Gleason. Sessiedrummer Dennis Holt beviel zo goed, dat hij vaste drummer werd. In Livgrens gloednieuwe thuisstudio in Atlanta werd gerepeteerd en opgenomen. Geleidelijk werd het hen duidelijk dat het niet bij een tijdelijk soloproject moest blijven; dit voelde als een heuse groep. Men besloot als AD verder te gaan.
Zakelijke besognes volgden: het "corporate monster" dat Kansas in de woorden van Livgren was geworden, bleek juridische bepalingen in de contracten te hebben, die Hope en hem verhinderden de groep te verlaten.
Uiteindelijk werd een oplossing gevonden: ze mochten gaan als ze zich zouden richten op de "religious marketplace", hetgeen het vijftal nooit had beoogd. Zijn ervaringen in die markt bleken nadien niet onverdeeld positief, met scheve verwachtingen en onprofessionalisme. Bovendien bleek touren financieel nauwelijks haalbaar; AD trad maar weinig op.
Dat lag niet aan de muziek, zoals dit debuut bewijst. Die is geheel in de tijdgeest toegankelijker dan in de hoogtijdagen bij Kansas, vooral omdat de stemmen van Gleason en Ham een rauw randje ontberen; wel zingen ze sterk tweestemmig. Bovendien leunt het geluid meer op toetsen en hippe synths, zoals in 1984 de trend was in progrockland.
De groepsfoto op de achterzijde van de hoes maakt deze nieuwe smaak zichtbaar. Zo is Dave Hope is bijna onherkenbaar: slank met strak baardje, gestoken in een Adidastrui.
Livgren had opnieuw goede muzikanten gevonden en ook de schrijfinspiratie was teruggekeerd.
Time Line klinkt nog toegankelijker dan vorig werk, als het logische vervolg op de twee Kansasalbums met zanger John Elefante. Zwakke composities kom je niet tegen; uiteraard niet, hier staat de naam van Livgren onder! Wel vind ik de saxofoon die een enkele maal opduikt minder passend.
De A-kant is vier nummers lang stevig en uptempo, mijn favoriet hiervan is
Tonight; maar het hoogtepunt is de afsluiter van die zijde:
Beyond the Pale is een sterke ballade met prachtig pianospel en dito melodie. En dat schrijft iemand die eigenlijk niet zo van ballades houdt.
De B-kant begint met jammerende mondharmonica, wat mij bij Livgren nooit kan bekoren:
New Age Blues pakt me niet, ondanks de opvallende tempowisselingen en stevige gitaarriff. Dan liever de pompende synthesizers en sterke melodieën in
Slow Motion Suicide, al mis ik vocalen met een rauwe rand.
Bombastisch is het intro van het knallende
High on a Hill, een volgende favoriet op dit AD-debuut. Meer lichte jaren '80 progrock volgt in het alweer uptempo
Life Undercover, om met
Welcome to the War symfonisch rockend af te sluiten; stevige gitaren en gelaagde toetsenpartijen.
Negen stevige, uptempo nummers en één ballade op de grens van adult oriented rock en jaren '80 progrock. Hier in combinatie met stevige gitaren en licht-klassieke invloeden.
Het album verscheen in zijn geheel op de verzamelaar
Decade (1992), waarbij het geluid een vers likje verf kreeg. Niks mee mis.