Vanmiddag lag Alphaville op de deurmat, de digipack met exclusief shirt. Gelijk maar lekker in de zetel gaan zitten, koptelefoon op, ogen dicht en het avontuur ondergaan. Dit zijn mijn ruwe eerste impressies na de eerste kennismaking, zonder edits.
Ik ben na een eerste luisterbeurt zwaar onder de indruk.
Vile Luxury was een grensverleggende plaat met een ware samensmelting van jazz en experimentele black/deathmetal. Behoorlijk compromisloos met een vrij smerige productie, waardoor het soms een behoorlijk chaotische brij kon worden. Die extremiteit ging richting het einde van de plaat opbreken.
Laat Alphaville nu de plaat zijn waarbij Imperial Triumphant al mijn kritiekpunten wegpoetst en wat mij betreft een experimenteel metalmeesterwerk neerzet. Als eerste is de productiekwaliteit enorm omhoog gegaan ten opzichte van Vile Luxury: dat is ook niet heel verrassend met Trey Spruance en Colin Marston achter de knoppen. Het geluid van Alphaville is organisch, helder en vol met detail, een groot verschil vergeleken met de modderige en gure sound van Vile Luxury. Ook ademt de plaat veel meer als een geheel. Natuurlijk heeft dit ook met het thema van de plaat te maken.
Daar waar Vile Luxury inging op de grimmige onderbuik en gretigheid van New York, speelt Alphaville zich af in de
Roaring Twenties. Zo krijg je bijvoorbeeld een
barbershop quartet te horen op Atomic Age en opent Transmission to Mercury met een prachtig verstild jazzstuk. Ook klinken de blazers vergeleken met Vile Luxury een stuk glanzender en hebben de koren meer een dromerig aura over zich heen dan de helse accenten op zijn voorganger.
De band klinkt in zijn geheel veel eleganter op deze plaat met enorm veel souplesse. Het album loopt meesterlijk als een geheel en zet een enorm cinematische sfeer neer. Het is ronduit episch wat Imperial Triumphant en ondersteunende muzikanten op Alphaville neerzetten. Alles voelt meer gecontroleerd en alle ogenschijnlijke chaotische instrumentatie zit ontzettend gestructureerd in elkaar met een duidelijke rode draad en passages die terugkeren. Binnen deze passages zitten stiekem hele catchy motieven en grooves. Je moet daarvoor als luisteraar wel echt alert zijn, maar als je een avant-gardistische metalplaat als Alphaville gaat luisteren verwacht ik ook wel dat je dit van nature bent.
De experimentele black/deathmetalpassages zitten vol met kronkelende dissonante riffs en -baslijnen in combinatie met het ingenieuze en ontzettend soepele drumwerk. Qua stijl zitten deze passages in de trant van bands als Portal (vooral de zangstijl heeft veel parallellen met dit gezelschap), Gorguts, King Crimson en Voivod. Vooral de invloed van Voivod komt op deze plaat duidelijk naar voren, de band covert dan ook Experiment van Dimension Hatröss, een geniale grensverleggende metalplaat uit 1988 die nog steeds zijn tijd vooruit klinkt. De cover van Imperial Triumphant brengt het origineel naar een hoger technisch niveau met instrumentatie die ook binnen Alphaville past.
Het grootste kunststukje tijdens de eerste luisterbeurt vond ik Atomic Age. Wat Imperial Triumphant hier doet, doet me denken aan de instrumentatie van
Threnody for the Victims of Hiroshima van Krzysztof Penderecki, een modern klassiek stuk waarin de atoombommen op Hiroshima ijzingwekkend worden nagebootst. Imperial Triumphant presenteert op een gelijkende manier onheil: gitaren klinken als alarmen, de drums versnellen, de blazers kondigen de dreiging aan en gastzangeres Yoshiko Ohara krijst als een bezetene. Het is een hoorspel creëren, iets dat niet veel metalbands doen. De gehele Alphaville-plaat heeft dit karakter. Het heeft meer overeenkomsten met later Scott Walker-werk (The Drift, Bish Bosch) dan metalplaten.
Ik ben dus razend enthousiast hierover en ik ben benieuwd wat meerdere luisterbeurten nog gaan brengen. Na de eerste kennismaking heb ik namelijk het gevoel dat ik nog maar de eerste laag heb ontdekt.