MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Alexander von Schlippenbach Trio - Pakistani Pomade (1973)

mijn stem
4,02 (27)
27 stemmen

West-Duitsland
Jazz / Avant-Garde
Label: FMP

  1. Sun-Luck Night Train (5:22)
  2. Butaki Sisters (9:07)
  3. A Little Yellow (7:09)
  4. Ein Husten Fur Karl Velentin (3:22)
  5. Pakistani Pomade (6:02)
  6. Von "G" AB 403-418 (0:52)
  7. Moonbeef (10:05)
  8. Kleine Nulle Evergreen (0:49)
  9. Pakistani Alternatives #1 #4 * (11:35)
toon 1 bonustrack
totale tijdsduur: 42:48 (54:23)
zoeken in:
avatar van sq
sq
Dit is een intrigerend stukje geluidskunst. Ik gebruik dat woord met opzet want dit is toch een beetje ´de muziek voorbij´ (pretfrit noemde ook al ´theater´). Gegeven dat dit in de muziekhokjes passend een extreme plaat is betekent voor mij nog niet automatisch dat het daarmee dus muzikaal ook een topprestatie is. Als ik dit nu vergelijk met andere geliefde extreme platen, dan ken ik voorbeelden die me wel dieper raken (Eskimo van de Residents, First Annual report van Throbbing Gristle).

Maar het is dus niet zo dat ik het helemaal niks vind. Ik denk dat ik het album intussen wel 6 of 7 maal heb gehoord, en dat verraadt toch een zekere interesse, nietwaar? Af en toe doet het me denken aan het JAVDW ´Topology´ van enkele weken geleden (en dan titelnummer) maar deze gaat verder. Wat ik het aardigst vind van deze plaat is de ´percussie´. Zeker geldt dat bij het intermezzo bij Moonbeef en bij het titelnummer, waar de saxofoon in feite ook als ritme instrument wordt gebruikt. Oppervlakkig beluisterd lijkt het af en toe bijna brutaal schudden met potten en pannen, met wat mikado er bovenop, alsof iedereen zoiets zou kunnen produceren (de kindertekening-hoes vind ik zeer passend voor deze muziek), maar spitse ´tussendoor-rofeltjes´ houden je bij de les en verraden een indrukwekkende controle.

Dat het ´als jazz´ blijft boeien is daarbij een verdienste van de pianist (Schlippenbach zelf, was t niet?) die dat dan toch maar klaarspeelt zonder bas (zie ook blabla´s commentaar).

avatar van unaej
Alexander von Schlippenbach, “de brave Duitser die pas gevaarlijk wordt eenmaal we hem achter een piano laten plaatsnemen”. Ik kende de man al van één van zijn recente Monk-interpretaties: virtuoos, grappig, en vooral heel eigenzinnig. En bovenal dat laatste is voor een pianist van cruciaal belang: de vrijheid induiken op een piano is immers niet zo eenvoudig als op menig ander intstrument, omdat je het middel “piano” niet zodanig kunt verkrachten tot het “anders” klinkt. De pianist kan niet, zoals een blazer, alles in een keer vergeten en gewoon in 'overkill' gaan, dat werkt nu eenmaal niet. Kijk naar het soleerwerk van Cecil Taylor in het ‘Jazz Composer’s Orchestra’: meer dan gelijk wie heeft hij, op het moment van zijn nieuwe creatie, zijn instrument in de hand. In tegenstelling tot, laat ons zeggen, Steve Lacy, die juist verplicht lijkt te vergeten hoe je "behoorlijk" op een sax blaast, eenmaal hij aan het spelen gaat.

En toen was er ‘Pakistani Pomade’, een trio-plaat die de naam draagt van de pianist, maar waarop eigenlijk veel te weinig piano op te horen is.
U hebt reeds begrepen, uit wat ik zonet schreef, dat ik principieel afkeurig sta tegenover het sax-geluid dat Evan Parker (miraculeus genoeg) uit zijn instrument tovert: dit heeft niets meer met emoties te maken, dit is gek doen om gek te doen. Bovendien zwelgt ‘Pakistani Pomade’ in een festijn voor de percussie-liefhebbers: alles waar op geklopt kan worden wordt aangewend om toch vooral te laten horen dat er ook geluid uit komt. Hier lijkt wel een huis-tuin-keuken-hobbyclub aan het werk – als u mij toestaat deze “muziek” zoveel oneer aan te doen.
De enige momenten dat de plaat mij daadwerkelijk prikkelt zijn dan ook diegene waarin von Schlippenbach zelf zijn klavier aftast. Ook hij heeft snel de neiging om in een onbeheersd “rammen” te vervallen, maar zo af en toe laat hij wat aangename 'percussieve lyriek' horen. Als dat al geen contradictie is...

En daar raken we meteen de kern waarom ‘Pakistani Pomade’ me wellicht nooit veel zal doen: de lyricus in mij komt hiermee gewoon absoluut niet aan zijn trekken.
Dat von Schlippenbach revolutionair (en dus belangrijk) geweest is zal ik absoluut niet ontkennen, maar wat mij betreft heeft hij een traditie geschapen die buiten ‘jazz’ valt. Want ik voel hier absoluut niets bij. Of was het hem daar juist om te doen?

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 15:47 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 15:47 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.