Heerlijk plaatje. De Amerikaanse gitariste Mary Halvorson is verantwoordelijk voor zowel de muziek als de lyrics, die overigens niet door haarzelf worden gezongen. Hiervoor heeft zij de hulp ingeroepen van Amirtha Kidambi (die ook te horen is op Brass van Moor Mother & Billy Woods, trouwens!), en.. Robert Wyatt!
Jawel, de levende legende van Soft Machine, die solo ook potten wist te breken met Rock Bottom, heeft zich zowaar nog 'ns laten verleiden om zich te laten horen op een plaat. Wyatt is naar verluidt één van Mary Halvorson's grote idolen, het moet dus een zalig gevoel geven als zo'n kerel daadwerkelijk een contributie wil leveren, en dan nog wel op drie nummers!
Het album opent met Lemon Trees, waarop Wyatt na een intro (met smakelijk trompetspel van Adam O'Farrill) meteen van wal mag steken. Wat me gelijk opvalt, is hoe iel en kwetsbaar Wyatt klinkt. Zijn stem klinkt flinterdun en balanceert een aantal malen op de slappe koord van de breekbaarheid. De tekst is cryptisch en summier, en heeft iets poëtisch (Halvorson heeft zich ook laten inspireren door dichter David Breskin voor o.a. de rijmschema's).
De wat zachtere, maar heerlijk volle stem van Kidambi biedt een fraai contrast, en gaat ook erg mooi samen met de instrumentale ondersteuning. Wanneer er gezongen wordt, lijkt de focus ook daarop te liggen, wat me vertelt dat Halvorson veel gewicht toekent aan de teksten. Maar op vrijere momenten mogen de musici wat meer hun ding doen. Dat levert mooie momenten op; wanneer trompet en saxofoon het duel aangaan, klinkt dat als een wonderschone samenzang. En op het wat chaotischere Walls and Roses gaat vooral Halvorson zelf lekker los soleren.
Mary Halvorson geeft hier dus blijk van knappe kwaliteiten, zowel puur op het vlak van compositie als het scheppen van een kader waarin de overige muzikanten kunnen uitblinken. Artlessly Falling is zo één van de betere jazzplaten uit 2020 geworden, met een knap evenwicht tussen vooropgestelde patronen en pure improvisatie.
4 sterren