Drie artiesten die Nederland op het Songfestival vertegenwoordigden gingen Duncan voor. Waarin? In het kopen van een volledig album. Ruth Jacott, Anouk en The Common Linnets. Allen het album waar hun nummer op stond. En nu kan Duncan eraan toegevoegd worden. Duncan; de man die mij in 2019 even een heel blij mens maakte en een langgekoesterde wens deed vervullen. Uitgerekend hij. Uitgerekend dat nummer.
We kennen het verhaal. Duncan wie? toen bekend werd dat hij in 2019 ons land zou gaan vertegenwoordigen op het Songfestival. Er was zoals altijd wel weer gezeur. Maar het team was ervan overtuigd: we zouden dit jaar echt kans maken om te kunnen gaan winnen.
Eerst zien en horen en dan geloven. En toen verscheen Duncan (wie?) bij De Wereld Draait Door om zijn clip voor het eerst te laten zien. En deze keer gebeurde het gelijk: de clip zat fantastisch in elkaar en wist de aandacht te pakken en het nummer zelf sloeg bij mij gelijk in als een bom, met dank aan de fijne stem van Duncan Laurence.
Een sympathieke gast die je het gunde. En gelijk na onthullen van Arcade schoot Nederland naar de eerste plek bij de bookmakers, om die plek nooit meer te verlaten. Ook in diverse polls deed het nummer het goed en Duncan bleek een geliefde gast om te interviewen.
Zou het dan toch gaan gebeuren? Het viel uiteindelijk niet mee met een tegenvallende derde plaats bij de vakjury en een tweede plek bij de televoters, maar overall was het genoeg voor de winst. Ik hoopte het ooit bewust mee te gaan maken (in 1975 was ik te jong) en het gebeurde. En dan met een nummer di eik oprecht mooi vond en een artiest die ik het zo enorm gunde.
Twee concerten (Amsterdam en Den Haag) volgden en dat was verrassend: niet zozeer het repertoire, maar vooral zijn vocalen.
Maar het werd wat stilletjes. Het verwachtte album kwam maar niet, totdat deze zomer een EP verscheen. Een EP waar geen nummer op stond die hij zong tijdens zijn optredens.
En laat die EP nu in z'n geheel terugkeren op dit album, Small Town Boy. Dat was toch een kleine domper moet ik toegeven. Niet dat die Ep nu zo beroerd was, maar de oogst is zo toch wat karig en met de EP in bezit voelt dat toch niet helemaal fijn.
Maar goed: met die EP kan een nichtje blij gemaakt worden en het was alleen nog zaak dat Small Town Boy mij blij zou maken. Want eerlijk is eerlijk: het gaat toch vooral om Arcade wat mij betreft, de andere nummers op de EP vallen net een beetje buiten mijn categorie muziek waar ik het graag zoek, mooie stem of niet.
Die opmerking blijft staan: het is allemaal mooi, verzorgd en die zang is en blijft de enorme kracht van Duncan, maar qua composities is het voor mij net allemaal ietsje te veilig en braaf. Voordeel: mijn partner die het dan ineens een stuk interessanter vindt om mee te luisteren naar wat ik draai.
Maar jeetje, wat heeft die man mij een fantastisch gevoel gegeven en wat een plezier had ik bij zijn optredens en zo af en toe eens een beetje buiten mijn eigen lijntjes kleuren is zo erg nog niet.
Ondanks het feit dat ik zes nummers al kende, moet ik zeggen dat de rest net zo fijn klinkt. Persoonlijke teksten over waar Duncan nu staat en uitstekende pop-songs. Het hoeft niet altijd rafelig te klinken. Zijn nieuwe liefde speelt een grote rol: ze schreven samen nummers die op dit album terecht zijn gekomen (vooral Sleeping on the Phone is een belangrijk nummer op dit vlak).
Misschien wat meer een band-geluid hier en daar zou de boel wat kruidiger maken denk ik. Het is nu allemaal iets te veel een echte 'studioplaat'. Een vertaling van het podium naar het album had af en toe misschien niet verkeerd geweest. Aan de andere kant is de sfeer nu intiem gebleven en ligt de nadruk op de zang (toch zijn sterke wapen).
Voor Arcade zal ik altijd veel liefde koesteren, maar met de overige elf nummers (10 als ik de track met Armin van Buuren niet meetel) kom ik de winter wel door. Het is een warme sfeer waarbij het goed toeven is.
En ik gun Duncan nog steeds alle succes van de wereld. Hij verdient het.