Dat ik niet vies ben van wat glamour en kitsch in de popmuziek is wel bekend. Flamboyante artiesten doen het ook altijd goed bij mij.
Zo heeft Rufus Wainwright een tijd in mijn top 10 gestaan met Want, two. Maar hoe is het allemaal begonnen met deze meneer?
In 1998 stond er een recensie over deze cd in het blad OOr en dat sprak me wel aan. Ik heb de cd toen eigenlijk zonder vooraf te luisteren gekocht.
Aanvankelijk had ik daar wel wat spijt van, want het pakte me niet gelijk. De muziek vond ik leuk, had hier en daar wat weg van die andere flamboyante nicht Marc Almond, maar die zeurderige stem.......... pffffff........... die hees ik niet altijd. En daar opent de cd al direct mee: het eerste wat je hoort op Foolish Love is het dreinerige toontje van Wainwright. Hij geeft zelf altijd aan van opera te houden en dit lijkt er niet op of wil er niet op doen lijken, maar toch heeft het wel wat theatraals, een beetje vaudeville en cabaret. Berlijn jaren '20 of iets dergelijks.
Heel gedurfd om hier mee op de proppen te komen en toch was het in die tijd wel wat nieuws. We waren wel toe aan wat meer schwung in de pop- rockwereld.
Danny Boy klinkt ook niet bepaald van deze tijd. Het is een zwierig nummer dat dan wel niet van deze tijd mag zijn maar daardoor mooi tijdloos is te noemen.
Tekstueel gezien pijnlijk: het gaat over het verliefd zijn als homo op een hetero, uiterst pijnlijk dus en dat hoor je ook wel doorklinken.
April Fools is wat meer pop en vind ik van een hoog niveau. Op de achtergrond hoor je o.a. zus Martha meezingen. Zij is vaker te horen op het werk van broer Rufus.
In My Arms kenmerkt weer dat wat zweverige, zeurderige zingen van Rufus. Ik kan me voorstellen dat mensen er van gruwen, het kostte mij immers ook tijd. Zus Martha heeft hier een belangrijke rol op de achtergrond. Het is nog net geen duet te noemen, maar ze is absoluut onmisbaar, ze voegt iets extra's toe. Ze is het engeltje op de rechterschouder van haar broer en samen maken ze er iets magisch van.
Opera he..........hmmm..... dan komt Millbrook een beetje in de buurt. Laat ik het zo zeggen: bij een nummer als deze zie ik geen jeugdhonk voor me met halfbezopen jongeren die uit hun dak gaan op harde rock muziek. Hier komt het deftige publiek op af die zich zetelt in pluche.
Het is een haast klassiek nummer met het nodige laagje edelkitsch.
Baby draait om Rufus en zijn piano-spel omgeven door strijkers. Hierdoor is het een beetje zoet, maar zoetigheid op zijn tijd kan o zo lekker zijn en dat is dit nummer zeker ook.
Het vrolijke Beauty Mark heeft weer dat cabareteske uit vervlogen tijden. Het is een nummer dat gaat over zijn moeder (ook geen onbekende in de muziekbizz als zijnde één van de McGarrigle sisters).
Dan een nummer over een lievelingsstad van mij Barcelona. Een nummer dat per draaibeurt lijkt te groeien. Het heeft een romantische inslag. Heel knap hoeveel sfeer hij weet te scheppen door alleen al zijn stemgebruik in combinatie met hier en daar backing vocals. De instrumentatie is redelijk spaarzaam voor zijn doen maar klinkt heel vol.
Bij Matinee Idol moet ik altijd denken aan het Marc Almond album Mother Fist and Her Five Daughters. Het ademt dezelfde sfeer. Pop extravaganza it is!
Dit is Rufus op zijn best.
Damned Ladies heeft een engelachtige sfeer. Het is wederom wat soberder van opzet en straalt toch wat rijks uit. Dit ongetwijfeld door het gehum van de backings in combinatie met het prachtige pianospel.
Sally Ann haalt je helemaal weg van waar je op dat moment bent. Alsof je in een film stapt uit lang vervlogen tijden. Films zoals ze eigenlijk niet meer gemaakt worden. Geen sprake van haast maar een oase van rust. Mooi trompetje ook op de achtergrond. Heerlijk tot-rust-kom-nummer.
Imaginary Love mag het album afsluiten. Ook op dit nummer toont Wainwright zich een waar vakman en hoop voor de toekomst. Dat muzikale genialiteit in zijn genen zit is overduidelijk, maar wat wil je met zo'n familie.
Daarnaast is Rufus Wainwright een charmant entertainer, eentje die we helaas niet veel meer tegenkomen op deze manier. Het lijkt alsof hij zichzelf niet altijd serieus neemt. Moet je ook niet doen, maar zijn muziek des te meer.
Dit album is een groeibriljantje gebleken. Het kost moeite om het te doorgronden, maar als het eenmaal lukt heb je wel iets tijdloos en kostbaars in bezit. En dat veel mensen het niet oppikken of op willen pikken zal me dan een rotzorg zijn (ik ga hier niet de onderhond uithangen en mezelf zielig vinden).
Ik kijk nu al uit naar zijn nieuwe album dat er binnenkort zit aan te komen: Release the Stars..................