Happy in Hindsight is alweer het 6 album dat deze sympathieke Zwollenaar onder zijn eigen naam uitbrengt. Daarnaast bracht hij een album uit samen met Casper van Kooten en onder de naam Color Reporters (met Bas Wilberink). Verder is hij als multi-instrumentalist een graag geziene gast op platen van anderen (zoals redelijk recent bij Hennie Vrienten en Douwe Bob) en kennen we hem natuurlijk ook van Her Majesty.
Het nieuwe album heeft, net als zijn vorige plaat, een schitterende hoes meegekregen gemaakt door kunstenaar Jehudi van Dijk. De inspiratie kwam van collagehoezen zoals 'Honeyburst' van Tim Christensen en 'Revolver' van The Beatles. Maar het gaat natuurlijk om de muziek, en die is om door een ringetje te halen.
Kant A opent met 'Back to the Garden' waarop Bertolf refereert aan zijn favoriete muzikale periode ('69 - '72) en hij speels klinkt, zoals zijn muzikale voorbeeld McCartney op diens home-made albums. Blazers worden gecreëerd met zijn eigen stem en het middelstuk van het nummer heeft een lekkere afwijkende melodie, zoals ook de meester vaker deed. Het album werd opgenomen in het tot studio omgebouwde tuinhuis van Bertolf, dus hij ging ook dagelijks back to the garden om aan de plaat te werken.
'Welcome Time Travellers' knalt er lekker in met een heerlijk gitaarintro. Het nummer over
een experiment van Stephen Hawking heeft een heerlijk catchy refrein en werd al gespeeld op zijn vorige theatertour 'Soelaas'. Het nummer werd oorspronkelijk geschreven voor het Color Reporters album en dat is wel te horen.
Titelnummer 'Happy in Hindsight' is geïnspireerd op een moment waarop hij een oud fotoalbum doorbladerde en zichzelf zag op een foto met zijn zoontjes. Hij ziet er gelukkig uit, maar realiseerde dat hij zich niet zo voelde op dat moment. Hij kwam tot de conclusie dat hij te weinig in het nu leeft en geniet van wat er zich op dat moment afspeelt. Hij is vaak achteraf blij of trots, en niet op het specifieke moment waardoor hij er niet volop van geniet. Hij kijkt in het nummer ook even terug op zijn vorige album, dat wat zwaarder op de hand was. Gelukkig heeft hij dit alles wel kunnen vangen in een positief klinkend nummer.
Een van de weinige melancholische nummers op dit album is het voor zijn zoontjes geschreven 'What Have I Dragged You Into?' We horen Deddo en Nanne Lentink in het intro vrolijk spelen en Bertolf vraagt zich in het nummer af of zijn zoontjes nog een zorgeloos leven kunnen hebben met alles dat zich momenteel in de wereld afspeelt. Het nummer eindigt met een werkelijk sublieme solo. Een van de hoogtepunten van het album voor mij.
Een ander hoogtepunt is 'Everywhere I Go (There I Am)' dat hij een tijdje geleden al eens ter gehore bracht tijdens een livestream optreden met Dolf Janssen. Het nummer is het meest radiogevoelig van de 12 tracks denk ik. De titel is overigens geïnspireerd op een uitspraak van een hoofdpersoon uit de Netflix serie Ozark.
Het laatste nummer van kant A was al een tijdje beschikbaar. 'Don't Look Up, Don't Look Down' is een van de weinige nummers dat de rootsrock van zijn band Hey Majesty laat horen. Ook hier komt de McCartney link naar voren want het nummer is gebaseerd op uitspraken van Macca en van Johan Cruijff (een andere held van Bertolf):
"don't you look up to nobody and don't you look down on no one".
Kant B begint met het toepasselijke 'Start Somewhere' dat mij muzikaal doet denken aan CSN&Y, wat natuurlijk ook niet vreemd is omdat Hey Majesty twee hele tournees aan deze band heeft gewijd.
Het catchy 'Misery Magnet' heeft een leuke tekst over mensen die op social media dagelijks met medeleven reageren op mensen die iets vervelends plaatsen
"are you attracted to tragedy or addicted to agony?" vraagt Bertolf zich af. Aan het einde van het nummer laat Bertolf horen ook lekker te kunnen soleren.
'You're not Gonna Get it Everyday' is een klein countrynummer rondom uitspraken van de andere Beatle John Lennon en Leonard Cohen. Die gaven aan dat je als songschrijver moet leven met het feit dat je niet elke dag inspiratie hebt voor een nummer.
In het fraaie 'Waiting in the Wings' wordt een mooie parallel gemaakt tussen het wachten in de coulissen van het theater en het wachten op een meisje dat niet beschikbaar is.
Het gewaagde 'We don't Get Along' is een nummer dat al jaren geleden was geschreven, maar waar Bertolf maar niet de juiste vorm voor kon vinden. Die vorm is uiteindelijk een ouderwets klinkend a-capella nummer geworden, met meerstemmige zang in de stijl van The Beach Boys en Take6. Tof dat hij de ballen heeft gehad om dit op de plaat te zetten.
Afsluiter 'Sunday Child' is het hoogtepunt van het album. Het is een echte Suit geworden in de stijl van nummers als Band on the Run, Suit: Judy Blue Eyes en kant B van Abbey Road. Het smelt de nummers 'Sunday Child', 'Sunlight', 'Rising Sun' en 'That's Why' samen tot 1 geheel op een vakkundige manier dat maar weinigen is gegeven. Ook wordt nog een knipoog gemaakt naar het einde van Sgt. Peppers. In 1 woord fantastisch!
'Happy in HIndsight' geeft aan dat er nog steeds progressie zit in de songschrijvers-kwaliteiten van Bertolf. Dit is het meest complete en beste album dat hij tot nu toe maakte en ik heb het gevoel dat de rek er nog lang niet uit is.