De tweede plaat van Peter Baumann , nadat hij Tangerine Dream had verlaten. Bij Tangerine Dream was hij mede verantwoordelijk voor de 'Virgin-platen' vanaf 'Zeit'. De zwaardere elektronische muziek, waarbij Peter Baumann wel probeerde er enigszins toch een melodie in te krijgen. Het eerste album van Peter Bauman ademde nog wel ergens Tangerine Dream uit.
Met dit album is dat al minder. We naderen de jaren 80, net zoals voor veel prog muziek is het ook voor de Duitse elektronische muziek duidelijk dat de smaak van het publiek aan het veranderen is. Zeker met de opkomst van de digitale snths die de analoge keys/synths verdrongen veranderde er veel. Eind jaren 70 (nog in de analoge tijd) waren er wel muzikanten die de elektronische muziek, vooral gedomineerd door de Duitsers een geheel andere wending gaven. Jean-Michel Jarre, maar ook Vangelis hadden niet dat zware, sombere, maar dat was licht, melodieus soms bijna vrolijk.
Met dit album merk je dat Peter Baumann ergens op twee gedachten hinkt. Dat hele zware van Tangerine Dream wil hij niet, maar het vrolijk bombastische van een Jean-Michel Jarre is hem ook weer een brug te ver. En hier eindigen de gezamenlijke wegen van de veel liefhebbers van elektronische muziek. Voor sommigen is het allemaal net niet, te weinig echte keuzes, anderen kunnen zich wel vinden in deze nieuwe aanpak. Grappig is dat het album hier goed scoort , maar op ProgArchives beduidend minder.
We kunnen in ieder geval horen dat het album redelijk minimaal en eenvoudig is gehouden. De invloed van Kraftwerk is duidelijk te horen, hoewel Peter Baumann wat melodieuzer te werk gaat. Ook hier en daar nog invloed va Tangerine Dream en ook nog wel ergens van Jean Michel Jarre. Dat maakt het een makkelijk beluisterbaar album, met op zich zeker geen verkeerde nummers, maar echt spannend wordt het niet snel. Er staan zelfs een enkele easy listening song op. Ik vind het wat minder sterk dan het eerste album, maar zeker niet slecht.
Na dit album volgen er nog een paar en dan start Peter Baumann met een eigen label Private Music. In principe een label voor instrumentale muziek, maar ook artiesten zoals Ringo Starr en Kate & Anne MacGariggle namen platen op. Maar over het algemeen was het een label voor new age en elektronische muziek.