In 1971 stapte Tom Fogerty uit Creedence Clearwater Revival, gefrustreerd over de onwil van zijn broer om hem wat ruimte te geven voor een paar van zijn composities.
Zijn solocarriere ging aardig van start: de single
Goodbye Media Man en zijn debuutalbum waren redelijk succesvol. Kennelijk was het nieuwtje er daarna af want de soloalbums die hij daarna voor
Fantasy opnam haalden geen van allen de albumlijsten. Eind 1974 liep het contract met
Fantasy af en moest Fogerty op zoek naar een andere platenmaatschappij. Dat lukte hem uiteindelijk eind 1975 met de groep Ruby waarin naast hemzelf een getalenteerde gitarist, Randy Oda, meedeed, bassist Anthony Davis en drummer Bobby Cochran. Oorspronkelijk wilde hij zelf een label starten, Ginseng, maar uiteindelijk wist hij een contract te sluiten met een professioneel label in California, PBR.
Het debuutalbum gaat stilistisch diverse kanten op. De aftrap
Life Is but a Dream is een aardig rocknummer met zang van Tom. Zijn stem lijkt behoorlijk op die van zijn broer John, maar dan zonder de power van zijn broer.
Vervolgens gaat de groep met
Can You Really Say de disco/funk tour op. De zang is ook van een ander groepslid. Het spreekt me minder aan.
Met de instrumental
BART, een samenvoeging van de beginletters van de voornamen de groepsleden gaat het tempo behoorlijk omhoog. Dit nummer is jarenlang door de BBC gebruikt als pauzenummer met een filmpje eronder tijdens uitzendingen van lange sportevenementen.
Hierna volgt met
Starry Eyed een ballad, wederom met een andere vocalist dan Tom Fogerty. Beetje gezapig nummer.
Baby What You Want Me to Do is een blues standard en ik moet zeggen dat het me, ondanks de vocalen van Tom, een beetje tegenvalt. Hier had meer ingezeten. Het klinkt allemaal wat geforceerd en log. Ik denk dat dit nummer live veel beter uit de verf kwam.
Running Back to Me start kant twee met een up tempo disco/funk nummer. Heel goed voorstelbaar dat hiermee in 1976/1977 in discotheken de voetjes van de vloer gingen want het is heel erg dansbaar. En dat zeg ik als notoire niet-danser!
Taking Me Back to London en
It's Taking a Long Time zijn twee mid tempo rocknummers. Veel gitaar, veel afwisselende vocalen door elkaar.
Pas met de uitsmijter
Slippin' and Slidin'/Big Fat Woman gaat de groep echt voluit. Met enthousiasme, energie en verve wordt de medley gespeeld. Doordat Tom ook voluit gaat qua vocalen komt hij behoorlijk dicht in de buurt van zijn broer.
Eindconclusie: een aardig album, maar ook niet meer dan dat.
De recensies waren gematigd positief, maar het album haalde geen grote verkoopcijfers. De punk diende zich aan. Een stel dertigers die een mengeling van (classic) rock, disco, blues en rock 'n roll brachten, kennelijk zat daar op dat moment niemand om te springen.
Dank voor het plaatsen,
WhoAmI.