Destijds werd het bandje een beetje gezien als de Scandinavische evenknie van Soundgarden, werd dat op dit schijfje losgelaten. Wat
anathema hier boven schrijft zit wel een kern van waarheid in, het geheel heeft op dit schijfje wel wat weg van Incubus. Dat heeft ook te maken met de zanger wiens klankleur en intonatie ergens het midden houdt tussen Cornell, Vedder en Brandon Boyd. Door zo duidelijk te verwijzen naar deze bands wordt het ook duidelijk dat dit bandje een eigen gezicht miste. Het wordt nergens slecht maar het songmateriaal is ook niet onderscheidend genoeg om een eigen plek op te eisen in het muzikale landschap van destijds. Als de band iets avontuurlijker voor de dag komt zoals met het stemmige Yesterday's Members of het fraaie Anywhen wordt het wel direct wat interessanter. De opvolger Superficial to the Core blijkt de laatste vrucht van deze band te zijn maar ik had het idee dat de heren 4 plaatjes hebben gemaakt. Kortom, genietbaar bij vlagen, het talent is aanwezig maar naar mijn mening had er met wat meer durf misschien meer ingezeten.