Gavin Sutherland over
Diamonds and Gold:
After a large boogie session down at Dog Kennel Wood Terry was putting his new piano in the back of the famous Red Sierra. As I walked back to the house to get my guitar I heard a loud bang and the sound of shattering glass. He had slammed the back door down onto the corner of the piano, smashing the window into a million pieces. "It must have been stickin' out a bit" he said. I agreed. I felt privileged, it's not every day you get to witness an act of such blatant stupidity. There was no point in talking about it so we got in the car and headed for home. A couple of miles down the road Terry suggested that I should "stick some tunes on a CD". I agreed. A few miles further on and, with a little help from my friends, here they are and here it is.
De opnames van dit album stammen uit de periode 1998/1999 en waren de eerste opnames sinds 1985 nadat Sutherland uit de groep Demon stapte.
Achter op de CD cover staat een regel die misschien wel het beste verwoord waar het hier om gaat met dit album:
acoustic music to soothe the troubled soul.
Alle liedjes op het album zijn op de meest spaarzame manier ingespeeld. Op de eerste twee nummers hoor je niet veel meer dan Sutherland, een akoestische gitaar en een mondharmonica. Met
Dancing in the Kitchen volgt een nummer dat geheel met piano wordt begeleid. Tegen de tijd dat
After The Storm begint begint het wat voller te worden met mandoline, piano en bas. Hetzelfde geldt min of meer voor het autobiagrafische
The Road Song, zij het dat de mandoline hier ontbreekt.
Naarmate het album vordert hoor je op een paar nummers ook banjo en blaasinstrumenten, maar wel heel sober.
Lily's Bible is een fraai liedje gebaseerd op een vondst in een kringloopwinkel en is meteen het eerste nummer waarop achtergrondzang en blaasinstrumenten te horen zijn.
Het melancholieke
Hard Sometimes markeert het einde van de opbouw van het aantal instrumenten per liedje.
Prisoner's Song is weer gitaar en mondharmonica, en zo ook het prachtige
Over Abilene.
De laatste twee nummers zijn wat meer geworteld in de blues, terwijl alle andere nummers meer onder folk of country geschaard kunnen worden.
De liedjes zijn allemaal goed. Het variëren van de schaarse instrumentatie zorgt dat het allemaal niet te eenvormig wordt, dat het niet allemaal op elkaar gaat lijken.
Het enige waar ik enigszins aan moest wennen bij dit album is Sutherland's stem. Tijdens de opnames was hij 47/48. Toen ik
Wireless Connection uit 2017 voor het eerst hoorde, luisterde ik naar een man van 66 jaar. Het gruizige dat zijn stem heeft nu hij op weg is naar zijn zeventigste verjaardag heeft voor mij iets meer zijn charme.
Voorlopig geef ik een 3,5 maar er is zeker ruimte voor meer.
Dank voor het plaatsen
WhoAmI!