Toen ik in 2014 de discografie van Jethro Tull doorging, heb ik dit album gemist. Het is door de groepsbiografie 'Jethro Tull: A history of the band, 1968-2001' dat ik
A Classic Case: The Music Of Jethro Tull tegenkom.
Van tevoren zette ik dit met de nodige verwachting op: ex-groepslid David Palmer keerde met zijn klassieke achtergrond terug bij de groep om de muziek in de mantel van een symfonie-orkest te steken. Bij het intro - of moet ik in deze context noteren: ouverture? - van
Locomotive Breath groeit die verwachting onmiddellijk. De eerste tonen zijn prachtig en doen de nieuwsgierigheid verder groeien.
En dan? Tja, het loopt leeg als een lekke ballon op het moment dat normaliter de zang begint. De melodielijn wordt door frontman deze keer op fluit gespeeld en het arrangement blijft akelig dicht bij dat van het origineel. Hier had méér mee moeten worden gedaan. Véél meer. Gedurende het album verandert dat niet of nauwelijks.
Vijf jaar geleden vroeg
Mssr Renard (inmiddels helaas uitgeschreven

) :
"Ian Anderson doet ook mee op deze plaat, maar ik vraag me af, wat hij er nu van vindt." Ik laat de man zelf antwoord geven, uiteraard via die bio.
"The original idea (...) was that he [David Palmer] was going to orchestrate those songs in a creative and totally different context, but all it turned out to be really the same things. (...) I thought it was very uninspired. (...) I had made a personal commitment tot David to do it, so I felt obliged to to it."
Nollen voegt daaraan toe:
"The selection of songs certainly was unadventourous, merely being a 'greatest hits' package." en hij vermeldt dat Anderson het vermoeden kreeg dat Palmer onder veel druk stond van de platenmaatschappij om een toegankelijk album te maken. Wel, dát is gelukt, menig liefhebber van het orkestwerk van James Last zal ervan kunnen genieten.
Toch vind ik één lichtpuntje:
Fly by Night, omdat het origineel grotendeels uit een digitaal doosje kwam op Andersons eerste soloalbum. Met echte strijkers wint het nummer aan schoonheid. Tegelijkertijd speelt nieuwe drummer Paul Burgess op dit album saaitjes; ik mis de invulling die drummers Clive Bunker en Barrie Barlow voorheen aan deze nummers gaven.
Het hoofdstukje over dit album laat Nollen met een positieve noot eindigen. In 1986 kwam een Jethro Tull bestaande uit - naast Anderson - gitarist Martin Barre, bassist Dave Pegg en de teruggekeerde drummer Gerry Conway (op
The Broadsword bij de groep) samen met David Palmer om het titelnummer voor de BBC-tv-serie '
The Blood of the British' op te nemen. Dit
Coronach verscheen later op verzamelaar
20 Years of Jethro Tull.
In de zomer van 1986 gaat de groep bovendien op tournee, waarbij Anderson in Milton Keynes opnieuw stemproblemen heeft.
Én de BBC zendt een documentaire over de groep en Anderson in het bijzonder uit, genaamd 'Sheep and Fish and Rock 'n' Roll',
hier te zien.