MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Jethro Tull - The Zealot Gene (2022)

mijn stem
3,64 (49)
49 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: Inside Out

  1. Mrs. Tibbets (5:53)
  2. Jacob's Tales (2:12)
  3. Mine Is the Mountain (5:40)
  4. The Zealot Gene (3:54)
  5. Shoshana Sleeping (3:40)
  6. Sad City Sisters (3:41)
  7. Barren Beth, Wild Desert John (3:38)
  8. The Betrayal of Joshua Kynde (4:05)
  9. Where Did Saturday Go? (3:52)
  10. Three Loves, Three (3:29)
  11. In Brief Visitation (3:01)
  12. The Fisherman of Ephesus (3:40)
totale tijdsduur: 46:45
zoeken in:
avatar van RonaldjK
3,0
Jethro Tull heb ik altijd een interessante én aparte band gevonden. Lekker eigenwijs verenigde de band muzikale tegenstellingen zoals folk en symfonische rock, met aanvankelijk ook een dikke scheut blues en in de jaren '80 synthesizerpop door de soep geroerd. Toen in 2014 Ian Andersons soloalbum Homo Erraticus verscheen, ben ik de JT-catalogus eens goed gaan (her)verkennen. Ik kan mij aardig vinden in de becijfering die Kronos hierboven geeft; bij mij leidde het beluisteren van hun discografie tot een playlist met mijn favoriete nummers, die ik sindsdien regelmatig draai.

Dat Anderson de oude bandnaam uit de mottenballen heeft gehaald, betekent niet dat de oude band terug is: hij is het enige lid dat ook op het laatste studioalbum, J-Tull Dot Com uit '99 speelde. De overige muzikanten op deze nieuwe JT doken in de jaren erna op in Andersons begeleidingsband. Wat dat betreft vind ik de bandnaam misleidend.

The Zealot Gene lijkt dan ook meer op Andersons solowerk dan op de muziek van vorige bezettingen van Jethro Tull. Aangenaam vind ik de folky benadering, de composities zijn in orde. Maar dat Anderson komende augustus 75 jaar hoopt te worden en COPD-patiënt is, hoor je terug in zijn stem: helaas helaas, de dynamiek is eruit. Hij zingt rustig, zonder de stem- of fluituitbarstingen die hij in het verleden wél praktiseerde. Het gevolg is dat ik expressie mis en dat het album een beetje voortkabbelt; nergens onaangenaam, hier en daar fraai gemusiceerd, maar mij nergens bij de lurven grijpend.
Toch ben ik voorzichtig in mijn oordeel, de muziek van Tull en Andersons bleek vaak als goede wijn: laat het rijpen, luister over drie maanden weer eens, plotseling bevalt het beter.

De teksten zijn een aparte analyse waard. Zo te horen heeft Anderson zich laten inspireren door het oude verhaal van het volk van de Hebreeën, daar ga ik nog eens goed voor zitten.

avatar van henrie9
4,5
Echt, de volle return van Jethro Tull? Groep die dwarsfluit nieuwe stijl introduceerde, ze meteen een prominent centrale plaats gaf in de rock, die zo op 't gehoor anno 2022 nóg stukken herkenbaarder is dan het laatst achter covers verscholen Deep Purple? Herkenbaarheid zo typerend, om het even dan nog of je ze van sedert hun leuk kerstalbum van 2003, van hun laatste reguliere album 'J-Tull Dot Com' van 1999 of zelfs van nog veel langer geleden laatst in de oren kreeg.
Nu, sedert 2003, zolang al werden er onder de groepsnaam 'Jethro Tull' alvast geen platen meer opgenomen. Baas Ian Anderson bleef dan wel bij Tull de touwtjes strak in handen houden, vanaf de Tull-dipperiode van de nineties al gingen vooral hij en Martin Barre, soms zeer verdienstelijk, op de solotoer. De afstand tussen de groepsleden - de drummer was ook al in LA gaan wonen - werd zo zelfs letterlijk onwerkbaar groot. Maar het einde van Jethro Tull, nee, dat was nooit afgekondigd noch zelfs aan de orde. Wel integendeel. Want dan deed Anderson in 2018 expliciet onder de groepsnaam shows met zijn eigen musici om de vijftigste verjaardag van Jethro Tull te vieren. Waarna ie over die al in vijftien jaar tot hechte groep geknede solo-line-up, met hemzelf als nog enig founding member van de oude 'JT', diep nadacht en de knoop doorhakte voor de opname van dan toch weer een 'echte' Tull-plaat : als dank ook zogenoemd aan de naarstige line-up die zo consistent en het langst ooit samen het hele Jethro Tull-repertoire al speelde en daarbij o.a. ook het best lofwaardige 'Thick As A Brick 2' en 'Homo Erraticus' mee inblikte. De making-of startte weliswaar as usual solo bij Anderson in 2016, maar heel vlug evolueerde het project naar een echt live in studio opgenomen groepsalbum met, net zoals de klassieke Jethro Tull voorheen, expliciete progrockoriëntatie. Tot de lockdown bijna in de eindfase ook hier het stokje ervoor stak. Uiteindelijk raakte alles pas 'op afstand' afgewerkt in de zomer van 2021. Mogelijks komt bij de appreciatie van het resultaat, aldus Anderson zelf, voor een en ander wel weer de zeis en de kritiek, 'so be it then, I'm the boss', daar kwam het ongeveer op neer. Een even Brits flegmatiek Anderson-antwoord dus als die keer toen ie in de VS na ontvangst van de Grammy categorie Hardrock-Metal smalende reacties over hun metalgehalte lakoniek pareerde met een 'So what, is mijn dwarsfluit dan geen pure metal?'

Maar voor de wereld finaal toch het belangrijkste : dat nu o zo vertrouwd klinkend nieuwe Tull-album. Voor de vele aanhangers is het dus weer onmiddellijk thuiskomen. En inderdaad toch geheel anders dan de toch ook superbe 'Anderson solo'-sound.

Woordkunstenaar Anderson's hoge fluwelen zangstem levert hem hier, zelfs op zijn vierenzeventigste, opnieuw bij uitstek de oscar voor grootste 'minstrel in the gallery'. Naast mandoline en luit uit vervlogen tijden serveert hij er vooreerst al een nieuw blik wervelend pakkende fluitsolo's. Naast Jethro Tull, de naam, is dus de volle sound van hun in de middeleeuwen gedrenkte muziek onmiskenbaar terug. Het album is en surplus creatief, geïnspireerd en tot in het detail afwisselend samengesteld en afgewerkt. Evenwel zonder de kenmerkend lange progrocksuites, tot spijt van wie 't benijdt.

Inhoudelijk vertrekt het album met zijn twaalf songs van een concept van twaalf simpele woorden die - Anderson gelovig of niet - allen toch ergens in de bijbel hun oorsprong vinden en die via door Anderson geïnterpreteerde verhalen expliciet aan het nu worden gerelateerd. Belangrijke en rijke boodschappen zeker om je er eventueel uren in te verdiepen, terwijl je alles hoe dan ook gewoon enkel voor de muziek intens op je af kunt laten komen.

Prijsbeest van de plaat is ontegensprekelijk het zwaar Tull-rockend, stuwende titelnummer, 'The Zealot Gene'. Met wat voor een prachtige animatieclip van de Iraniër Sam Chegini, die overigens ook de nog schitterender clip voor 'Aqualung' aan de wereld schonk! Het nummer bevestigt tegelijk dat Anderson zich dus nog steeds inhoudelijk aan de stand van de wereld laaft, zijn Jethro Tull is dus allesbehalve 'living in the past'. Die zeloten uit de plaattitel, dat zijn bijbelse fanatici, politiek of religieus, die zwart-wit slechts één doel nastreven en daarbij met extremisme haat en verdeeldheid zaaien. Bewust hedendaags kan je je er misschien onmiddellijk de Trumpfiguur bij voorstellen, maar de wereld vandaag bevat heus nog tal van andere even 'gelijkgestemden'. Een zware thematiek van enge contrasten, vandaar ook de schrale kleuren van de hoes, die zovele actuele bekrompen tegenstellingen willen onderlijnen.

Sam Chegini - Aqualung - Jethro Tull

'Mrs. Tibbets', inhoudelijk over massavernietiging, twin towers, is een vol gedreven fockrocker met typische JT-versnellingen en wendingen, dwarsfluit-oases en een fantastische splijtende elektrische gitaarsolo. En een Anderson die het ook hier niet kan laten het toch weer even kritisch over Christmas te hebben. In 'Jacob's Tales' grijpt dan weer onmiddellijk die geweldige, bluesy mondharmonica uit hun begintijd nostalgisch aandacht en bewondering. Het prachtige, theatrale operaminiatuurtje 'Mine Is the Mountain' komt er met beklijvend geheimzinnige piano aanzetten, het lijkt de aanloop van 'Locomotive Breath' wel! En van wie is dat grappige, hoge stemmetje? Soit, alles heel mooi.

In de aardige erotische topsong 'Shoshana Sleeping', met Anderson-parlando, haalt de stuiterende dwarsfluiter Anderson onvermijdelijk ook weer iets over de 'early bird' aan. Fan van 'The Secret Language of Birds', weet je wel. 'Sad City Sisters' is een heel prettige folky jig met dartel accordeon. 'Barren Beth, Wild Desert John', met elektrische begeleiding vol in de nostalgische Barre-sound. In het uptempo 'The Betrayal of Joshua Kynde' klinkt warme Tull-folkrock als uit de vroege seventies en een swingend, dan weer buitelend pianootje. Dan weer wat songs vol ingetogenheid. 'Where Did Saturday Go?', stemmig nummer, charmant gezongen, met voluit reminiscenties aan het vroege Tull-geluid. Erop volgend, zacht romantisch, het op mandoline drijvend 'Three Loves, Three'. 'In Brief Visitation', opnieuw een aangrijpend gezongen folkballade. In het finale 'The Fisherman of Ephesus' komt dan het heavier geluid nog eenmaal impressionant aanlopen, plechtige dans, ultiem tuimelend duet met Jetho Tull's zachte toetsen.

Alleen voor al wie, vroegere of nieuwe luisteraar, na de bibliotheek aan Tull-albums echt diep luisterbereid is... is dit dus een geweldig, evenwichtig, uitstekend opgenomen nieuw album, met bovendien ook een enorme lyrische diepgang, waarop we hier zeker veel te weinig zijn ingegaan. De plaat zit boordevol melodieuze songs die pakkend en verleidelijk heel Tull's folkrockinstrumentarium uitspelen. Deze line-up musiceert hier met dergelijk talent dat ze het karakter en erfgoed van 'de oude groep', inclusief met de typisch krakende rockgitaren die de vibes van Martin Barre oproepen, respectvol in nieuwe Tull-klankschappen weten om te zetten. En ja, dan zeker nog die fladderende fluit... Nog altijd is het creatief genie overcentraal, Ian Anderson, alhoewel longpatiënt intussen, op deze plaat is ie toch nog best indrukwekkend zingend. Als vanouds blaast hij met een gezwindheid alsof het leven ervan afhangt. Geen therapie beter inderdaad dan spelen, beste man. Kijk naar astmapatiënt bij uitstek Toots Thielemans, Ian! Stond met mondharmonica tot z'n eenennegentigste in de spotlights. Hele tijd voor jou nog te gaan dus. Doe het ook op één been zolang het lukt... maar doe het zeker ook met dit Jethro Tulll.

Sam Chegini - The Zealot Gene - Jethro Tull

avatar van namsaap
4,0
namsaap schreef:
Op voorhand keek ik niet bijzonder uit naar een nieuw album van Jethro Tull. Leuk dan Ian de bandnaam weer van stal heeft gehaald, maar dit had natuurlijk net zo goed onder zijn eigen naam uitgebracht kunnen worden aangezien dit album vooral draait om Ian Anderson zelf.

De muziek op The Zealot Gene bevalt me wel, vooral op de eerste helft van de plaat. Mrs Tibbets, Mine Is The Mountain, Shoshana Sleeping en het titelnummer zijn voor mij de hoogtepunten, al zijn de nummers mij soms wel een beetje te braaf gemixt. Naar het einde toe kakt de plaat een beetje teveel in met de vele akoestische nummers.


Het is zo langzamerhand tijd om de eindejaarslijst op te maken. Daarom luister ik alle 2022-releases die ik in huis heb gehaald nog eens om het gehoor op te frissen en te zien óf en waar ze op mijn jaarlijst eindigen.

Ik moet zeggen dat, ondanks mijn kritiek op dit album, ik deze plaat regelmatig blijf draaien omdat The Zealot Gene zo'n heerlijke ongedwongen sfeer heeft. Ook kan het tweede deel van de plaat me inmiddels beter bekoren. Daarom een half sterretje erbij.

Score: 78/100

1. Wilderun - Epigone
2. Disillusion - Ayam
3. Lalu - Paint The Sky
4. 40 Watt Sun - Perfect Light
5. Dark Funeral - We Are The Apocalypse
6. Jethro Tull - The Zealot Gene
7. Toundra - Hex
8. Big Big Train - Welcome To The Planet
9. Sarcasm - Stellar Stream Obscured

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 22:05 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 22:05 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.