Begonnen met rhythm & blues (Chills and fever) en lekkere up-tempo-pop (It's not unusual, Once upon a time, I've got a heart) begon Tom Jones zo ongeveer halverwege de jaren zestig meer richting de Amerikaanse MOR-countrypop te drijven, artistiek gezien niet de meest spannende keuze maar in commercieel opzicht met redelijk spectaculair resultaat. Op dit album lijkt hij zo'n beetje de bakens van jong naar ouder publiek te verzetten, met als gevolg een mengeling van stevig en zacht songmateriaal.
In theorie zou dat eigenlijk niet mogen werken, maar Jones' superbe voordracht, de zorgvuldige arrangementen (vaak met gitaar/piano/bas/drums als basis) van onder andere producer Peter Sullivan, en de bijna perfecte songkeuze maken hier toch een zeer geslaagd geheel van. Zo heb je aan de ene kant de Jim Reeves-kraker He'll have to go, een vrij sentimenteel liedje waarbij in Jones' handen de seks echter door de telefoonlijn druipt, het tragische liefdeswalsje Funny familiar forgotten feelings (geschreven door Mickey Newbury), en natuurlijk het enigszins drakerige maar dankzij de fraaie twist nog altijd draaglijke titelnummer, in Engeland 6 weken en in Nederland 2 weken op nummer 1.
Aan de andere kant is daar het bijna gospelachtige Two brothers, een fraaie ballade met een pijnlijk hart over twee broers die in de Amerikaanse Burgeroorlog aan verschillende kanten vechten. Plaatafsluiter Detroit City is een mooi bitter nummer over een man die zijn achtergebleven familie laat weten dat hij het helemaal gemaakt heeft in de grote stad, maar de werkelijkheid is anders: "But by day I make the cars / And by night I make the bars." All I get from you are heartaches is een eigenlijk vrij gewoon liefdesliedje over een onbeantwoorde passie dat echter een prachtige climax krijgt wanneer Jones op het einde zijn stem op karakteristieke wijze laat schallen, en als hij tenslotte in zijn knetterende versie van Tennessee Ernie Fords Sixteen tons buldert:
If you see me comin', better step aside
A lot of men didn't, a lot of men died
I've got one fist of iron, the other of steel
If the right one don't get you, then the left one will!
dan stáp je ook automatisch even opzij.
Gitaren versus strijkers, blazers versus koortjes, een lekker hard "knakkende" bas versus sentimentele teksten over de ogen van zijn moeder – het past allemaal precies, en boven alles uit is daar steeds Jones' ijzersterke stem, één van de krachtigste en meest expressieve die ik ken. Wie wil weten waarom Tom Jones één van de grootste sterren van de jaren zestig was en vijftig jaar later nog altijd top of the bill is, maar niet terug wil grijpen op één van zijn talloze greatest-hits-compilaties, kan niet beter doen dan Green green grass of home aan te schaffen en met open oren en een open geest te beluisteren. (Pas trouwens wel op: onder deze titel circuleert er nog minstens één ander album van Tom Jones met een totaal andere tracklisting.)