Ik was laats in het oerbos in Oost-Polen, en tijdens het overnachten in een hoogzit zag ik in de mist, 's avonds in de schemer, plotseling drie reeën voorzicht en schichtig de bosrand voorbij lopen, om in het open veld dat voor ons lag te grazen.
Dat was een mooi moment, en ik wenste voor de rest van de week dat ik geen enkele ree meer scherp zou zien (en bizons al helemaal niet). Het was bijna mythisch, en het wazige beeld van deze dieren is veel meer waard dan een scherp plaatje dat op tien meter afstand voor je staat: de suggestie laat veel aan je fantasie over, de onbekendheid van het fenomeen geeft je een mythisch, dromerig beeld dat vele malen mooier is dan de High Definition werkelijkheid.
"Heavy metalband" zegt Wikipedia, en de voorproefjes op MySpace maakten ook al een indruk op me. Hoe anders was het toen ik uiteindelijk Painting on Glass hoorde. Ik moest na enkele minuten toch even kijken of dit wel de band was waar ik me tijdens wat graafwerk in verdiept heb.
Ik ben er uiteindelijk wel overheen gekomen, en grotendeels positief. Dit is wellicht metal voor muziekliefhebbers die niet van metal houden. Sfeer is op Painting on Glass het toverwoord en dat verkrijgen de Noren niet alleen door zware gitaren. Zijn Magma en Commemoration van het kaliber trage, slepende doom, daar slaat Crystal Orchids ineens een heel andere weg in en geeft het me een beeld van een antiek kastje donker met daarop een oud fotolijstje met daarin een half vergaande foto van een mooie vrouw. De muziek lijkt uit een oude grammofoonspeler te komen; bedompt pianospel met een naar het schijnt erg oude vrouw die een eenvoudig, lief liedje zingt.
Persistent and Fleeting heeft duidelijke Arabische invloeden in de zang die door merg en been gaat, terwijl White Waters weer ineens perfect in een kuuroord past waar je je overgeeft aan een heerlijk fris bad, waar mooie vrouwen in witte donzige badjassen je wat warm water komen bijschenken. Aurora Borealis is een volkomen onnodig stukje ambient die volledig in het niet valt als de eerste tonen van Dreamscapes beginnen. Wat een hemelse zang, wat een perfect getimede violen. Alsof je ontwaakt in een paradijs waar de zon opkomt achter een hele rij spitse bergtoppen. Alles tussen 0:43 en 2:20 is de muzikale belichaming van schoonheid, totdat de gitaren je uit die wereld trekken. Jammer, maar desondanks is Dreamscapes het hoogtepunt voor enerzijds het hele album, anderzijds van wat ik qua zang allemaal heb gehoord.
Aurora Australis maakt wat meer indruk dan Aurora Borealis, zij het niet veel, en Azure is een heerlijk stuk ambient die het gevoel van ontwaken op wat voor mooie, geborgen plek dan ook perfect weergeeft. Het is, na Persistent and Fleeting, pas weer bij Veiled Exposure dat The 3rd and the Mortal weer enigszins metal klinkt.
Hoewel de laatste nummers aardig klinken, heeft het album na Azure niet meer mijn aandacht. Hoe interessant en mooi het eerste gedeelte ook is, het kan me niet aan de gedachte onttrekken dat dit album een potpourri is van verschillende stijlen, waardoor de samenhang me een beetje voorbij gaat.
Ondanks dat punt van kritiek is Painting on Glass een welhaast magisch album, dat nog eens extra wordt versterkt door de bekendheid die de band amper kent. Ik moet nu weer terugdenken aan de reeën die ik voorzichtig het bos uit zag lopen in de schemer. In een opzicht verbind ik de status van The Third and the Mortal, zoals ik het zie, aan die van dat wazige beeld van iets moois dat ik zag. Beiden zijn prachtige fenomenen, die weinigen zullen meemaken in wat voor vorm dan ook. Ze laten iets moois achter, maar ze blijven mysterieus en er valt veel te raden over. Waar gaat dit album over? Ik heb geen idee. Maar soms is het beter dat er wat te vragen overblijft.