Alphaville was een van mijn favoriete platen van 2020 en moest alleen het Finse Oranssi Pazuzu voor zich laten. Oranssi Pazuzu en Imperial Triumphant tekenden allebei bij een ''major label'' voor metal: respectievelijk Nuclear Blast en Century Media. Dat was fantastisch nieuws, maar ook een beetje zorgelijk. Veel (metal)bands verwateren hun sound bij het overstappen naar zo'n groot label. Gelukkig lieten beide gezelschappen horen dat ze juist er nog een schep bovenop gooien qua experimentatie in extreme metal. Imperial Triumphant is inmiddels al aan zijn opvolger die nog wat verder gaat dan Alphaville.
De evolutie van Imperial Triumphant is een zeer interessante. Startend als blackmetalband, om daarna steeds meer richting de kronkelende dissonante extreme metal à la Gorguts te gaan en inmiddels te zijn beland bij een ronduit cinematische avant-gardische jazzy extreme metalsound. Het drietal (zanger/gitarist Zachary Ezrin, drummer Kenny Grohowski en bassist/toetsenist Steve Blanco) heeft een manier van samenspelen die vrij zeldzaam in metal is. Alle drie hebben ze dan ook een achtergrond in jazz/fusion (de track In the Pleasure of Company gaat zelfs volledig jazz/fusion) en dat hoor je aan alles af, zelfs wanneer de meest verwrongen extreme metalpassages op je worden afgevuurd. Zachary Ezrin is met zijn desoriënterende dissonante gitaarstukken een moderne mix van Denis ''Piggy" D'Amour (Voivod) en Robert Fripp (King Crimson). Soms klinkt hij met zijn gitaar als martelende strijkers uit een stuk van Penderecki, en vooral wanneer er strijkers en koren worden ingezet op deze plaat, hoor je hoe natuurlijk het gitaarspel van Ezrin zich mengt met de orkestrale elementen. Blanco en Grohowski spelen alsof ze in de elektrische band van Miles Davis spelen. Blanco hoor je zelden een typerende baslijn spelen, hij kronkelt constant waanzinnig funky door alle instrumentatie heen. Grohowski is met zijn drumwerk echt de brug tussen de extreme metal en jazz, hij weet extreem metaldrumwerk als dubbele bass en blastbeats fenomenaal te vermengen met enorm ''vrij'' drumwerk dat ontzettend veel heerlijke fills en accenten bevat.
Het valt vooral op dat de mix van extreme metal en avant-garde/jazz nu echt difuus is. Op Vile Luxury en Alphaville kon je soms nog een ''verdeling'' merken tussen de twee stijlen, maar hier mengen ze volledig. Ook worden allebei de aspecten verder uitgediept. De plaat heeft veel ruimte voor dromerige psychedelische passages, maar het valt ook op dat de band meer dikke grooves brengt in de waanzin. De gastartiesten zijn ook gevarieerd, waarvan de meest opvallende toch wel Kenny G is op Merkurius Gilded, die je absoluut niet zou associëren met deze band. De zoon van Kenny G (Max Gorelick) is gitarist geweest bij Imperial Triumphant, en zodoende kwam deze samenwerking tot stand. Kenny G is een zeer begenadigd saxofonist, en het gitaar/saxofoonduel tussen de G's is dan ook een feest om naar te luisteren en past perfect in het gehele nummer. Ook fenomenaal hoe de track daarna transformeert in ronduit onheilspellende koorgezangen en strijkers. Voor dit nummer wordt de soundtrack van Taxi Driver (Bernard Herrmann) als inspiratie genoemd. Soms leg je bij Imperial Triumphant ook meer films als referentie dan bands, en dat zegt ook wat over de aanpak van het gezelschap. Herrmann, David Lynch, Stanley Kubrick (vooral Eyes Wide Shut, Bezumnaya had zo in die film gekund), waar luxe en verdorvenheid niet ver van elkaar af liggen.
Dit is absoluut geen makkelijke plaat. Het duurde ook wel een paar luisterbeurten voordat ik echt een opening vond. Toch merk je zelfs wanneer je nog in het verwarrings-stadium zit van dit album, dat er genoeg is om van te genieten, ook al begrijp je er geen jota van, dat is trouwens ook Lynch en Kubrick. Dan gaan er zich ineens motieven in je hoofd nestelen, is de sfeer van de plaat iets waar je je weer in wil onderdompelen, en zijn er per luisterbeurt steeds meer details in de instrumentatie die je gaan opvallen. Conclusie: weer een fantastische plaat.