Met: Miles Davis (trompet, keyboards); Bill Evans (sopraansax, tenorsax); Mike Stern (elektrische gitaar); Marcus Miller (elektrische bas); Al Foster (drums)
In de zomer van 1981, kort nadat hij zijn comebackplaat
The Man With The Horn heeft afgemaakt, begint Davis ook weer voorzichtig met optreden. Zijn gezondheid laat nog te wensen over, en de trompettist merkt sardonisch op dat zijn platenlabel hem overal met een microfoon volgt, in de verwachting dat hij elk moment weer kan instorten.
In de voorgaande maanden heeft een nieuwe ‘working band’ vorm gekregen om hem heen. Mannen als bassist Marcus Miller leggen een wat stevigere, meer open en toegankelijke bodem neer onder de muziek, waardoor het wat minder een avantgardistische uitputtingsslag, wordt en meer een funkplaat.
Openingsnummer 'Jean Pierre', in deze versie gezien als een Miles Davis-klassieker, laat meteen het spelplezier van deze band horen. Ruim tien minuten wordt er gejamd op de melodie van een
Frans slaapliedje zonder de energie en groove te verliezen. Een vroeg hoogtepunt, maar de rest van deze opnames uit New York, Boston en Shinjuku (Japan) doen daar niet veel voor onder. Prettig is ook dat het lelijke geram op de synthesizer hier niet zo overheersend is als op sommige van zijn studio-opnames van destijds.
De nog uit een persoonlijk dal krabbelende Miles Davis is nog niet de trompettist die hij ooit was (al was virtuositeit nooit per se zijn verkooppunt), en of dit nou wéér een dubbelalbum moest worden vind ik twijfelachtig. Buiten dat maakt de band op We Want Miles zodanig indruk dat ik dit wel zijn beste live-release durf te noemen sinds, minstens,
Live-Evil. Dikke vier sterren.