Een eiland met gras als donkergroene inkt. Zwarte rotsen en de zee die het met haar schuimhanden ieder moment van de dag belegert bestormd, terugtrekt en terugkomt. Dat alles en dan Elinborg.
Bezwerend bezingt ze alles behalve wat ze ziet: De binnenwereld is mystiek genoeg. Als verdwaalde herdster met lampion onder een uitgestrekte gitzwarte nacht beweegt de Faeröerse zich tussen alles
wat haar schaduwen werpt. Stukgereten liefdes, dichte werelden op ruïnes.
En toch krijg je beats als hartkloppingen, overgewaaid met de zeewind
uit neonvuile nachtclubs van Noord-Engeland vermengd tot een purper vol sterren en dramatiek. Gevoelige muziek ijzige distantie.
Scherend is de wind. huilend op de wangen, in de hoop alles eraf te scheuren wat wereldvreemd is.
Dit is eilandfolklore
gedrenkt in moderniteit.
Chaos voor de zoeker.
Hoop voor de vinder.