Wall of text incoming...
TLDR: Dit album is geweldig, ik ben fan en thanks
ABDrums
Periphery is hier wel een bekende naam, veelal vanwege de kenmerkende Djent stijl en de eindeloze discussie of het nu wel of geen genre is. Iets waar de heren heerlijk op inspelen met de titel van hun nieuwe plaat Djent Is Not A Genre trouwens. Maar ondanks dat de naam bekend is, heb ik de muziek eigenlijk nooit een echte kans gegeven. Tot nu dan gelukkig. En hoewel ik graag zou zeggen beter laat dan nooit, wil ik in dit geval toch wel zeggen dat ik gewoon grandioos te laat ben. Als Progressive Metal liefhebber had ik dit simpelweg gewoon al veel eerder een serieuze kans moeten geven. En als ik zo ook hun oudere werk beluister zitten daar echt wel geweldige stukken tussen, dus een gegronde basis om het links te laten liggen heb ik ook niet. Maar goed, Periphery V: Djent Is Not A Genre is voor mij het instap moment en wat een machtig aangrijpend moment is dat geworden zeg.
Wildfire knalt letterlijk de speakers uit en zet direct de toon evenals de verplichting om de volumeknop verder open te draaien. Op het eerste gehoor klinkt het als een bak chaos en herrie. Maar het geheel is een mooi gecontroleerd stukje chaos. Muzikaal voelt het alsof ze er bij elke bocht uitvliegen, maar tegelijkertijd alsof ze nooit die bocht van plan waren te nemen. Het doet nog het meest denken aan een ongecontroleerde Meshuggah (niet geheel verbazend gezien de inspiratiebron). Die zouden zelfs nog jaloers kunnen worden want het tempo waarin je hier muzikaal murw wordt gebeukt halen zij ook niet meer. Richting het einde van het nummer lijken ze nog even een extra verzwaring gevonden te hebben waarna ze het op een jazzy intermezzo gooien, inclusief kalmerende piano, nerveus drumloopje en een geweldige saxofoon solo. Het hoogtepunt van een al geweldig nummer. Een fenomenale opener. En dan moet de rest nog komen.
Atropos start ook weer heerlijk en gaat op eenzelfde manier door. Het nummer is wat gestroomlijnder en heeft een wat positievere vibe in zich. Er ligt hier meer focus op de zang waarbij Spencer laat horen zowel de unclean alsook de clean vocals goed onder de knie te hebben. Het nummer zelf klinkt heerlijk levendig en volgens mij moeten de heren enorm veel plezier hebben tijdens het maken en spelen van de nummers. De hoeveelheid lol die uit een beluistering haal is namelijk groots en ik kan me niet anders voorstellen dan dat zij er niet nog meer lol in hebben.
Het derde nummer is waar de klik voor mij definitief komt en sindsdien ook alleen maar versterkt is. Wax Wings weet namelijk een heerlijke nostalgische lading over te brengen naar een tijd zonder zorgen, stress, druk, en vol met plezier en lol. Met een heerlijke zomerse vibe en ook gewoon een heerlijk meeslepend nummer. Wax Wings heeft zich in korte tijd sterk in mijn gehoor genesteld en heeft daarbij ook een sterke emotionele binding weten te maken. Ik wil trouwens de uithalen van Spencer niet onbenoemd laten, want wat een strot heeft die man zeg. Het zorgt namelijk voor een fenomenaal slotstuk en wat mij betreft het hoogtepunt van het nummer.
Everything is Fine! is dan weer eventjes terug in het beukwerk niet zo’n klein beetje ook. De vijf minuten durende pure agressie is slopend. “Our body is not a haven, it's a fucking prison” komt dan ook wel eventjes goed binnen zo. Waarbij ze zoals in echte Djent stijl elke keer weer lager en lager gaan. Waar Wax Wings mij nog terug bracht naar zorgeloze tijden is Everything is Fine! Het compleet tegenovergestelde. Des te vernuftiger is het hoe vloeiend dit overgaat in het intieme en kwetsbare Silhouette. De elektronische synthwave achtige slow-pop is een prachtig rustpunt en past vreemd genoeg perfect na het voorgaande geweld (een mening die volgens mij in de minderheid is). Niet alleen muzikaal maar ook in emotionele zin is het een sterk vervolg trouwens en laat het horen dat ze ook in dat vlak de opbouw en volgorde goed doordacht hebben. Dying Star bouwt er vervolgens goed op door met een meer metal inslag en komt daardoor nog het meest in de buurt van de verplichte Ballad. Erg fijn meeslepend nummer (en zowaar een echte meezinger) welke ook sterk opbouwt naar het knallende Zagreus wat volgt.
Zagreus start het slotstuk van de plaat. Als gamer deed de naam natuurlijk een belletje rinkelen en moest ik gelijk denken aan de game Hades. Maar goed, dat zal wel toeval zijn dacht ik. Niets blijkt minder waar want de heren zijn dus ook nog eens gamers en hebben die inspiratie gebruik voor titels, overgangen en geluiden op dit album. Een erg leuke easter egg (thanks
ABDrums voor die info). Het geheel kan echter zonder problemen langs je heen gaan want nergens wordt het duidelijk vermeld als je de betreffende games niet kent. Maar goed, de heren zijn ook hier weer op niveau bezig en spelen flink met de drie slotnummers. Waarbij ze hier vooral de focus lijken te hebben op epische filmachtige ervaringen. Waarvan Dracul Gras toch wel het meest opvalt in de geweldige combinatie van stijlen en sfeer. Het kalmere Thanks Nobuo sluit dit machtige album in stijl af waarbij ze geen enkel moment onbenut laten om je nog even van de sokken te blazen of te verrassen.
Periphery brengt een heerlijke verzameling creativiteit, plezier en kunde samen in een 70 minuten durende trip van heerlijk gecontroleerde chaos. Maar ze doen meer dan dat, ze verweven dat met een van de belangrijkste elementen in muziek, emotie. Ze nemen me mee in een heerlijke reis vol diepe afdalingen en hoge toppen waarbij er complete vrijheid is om los te gaan in het gevoel van het moment. En wat de ervaring nog beter maakt is dat ze het geheel zo enorm vloeiend laten verlopen dat die 70 minuten een doorlopend geheel wordt. Menig Progmetal band probeert complexe, harde en indrukwekkende muziek af te leveren. Daarin is Periphery geen uitzondering, maar waar andere bands veelal blijven hangen in een of enkele elementen en daardoor de binding en emotie verliezen weet Periphery dat hier perfect te combineren. Waardoor ze in het overvolle muzikale landschap hier een snaar hebben geraakt die weinig artiesten weten te vinden. Ik ben fan in ieder geval. En mocht het nog niet duidelijk genoeg zijn hoe sterk ik het album vindt dan heb ik ook nog gewoon keiharde cijfers ervoor. In de eerste vijf maanden van dit jaar is Periphery de meest afgespeelde artiest en dat terwijl ik ze pas luister sinds de release van dit album. Maar ook heeft Djent Is Not A Genre het dubbele aantal afspeelbeurten gehad van mijn tweede meest geluisterde album van dit jaar Fauna. Het is even afwachten hoe The Ocean met Holocene zich gaat ontwikkelen of die hier mee kan concurreren. Maar dat dit een van mijn favorieten zo niet de favoriet van dit jaar gaat worden is al wel duidelijk.
Djent Is Not A Genre is een modern meesterwerk waar menig zichzelf respecterende Progmetal en metal artiest nog wat van kan leren. En ik ga snel de voorgaande albums van de band beluisteren.