"Variatie" was het sleutelwoord in de eerste helft van het oeuvre van Motorpsycho. De band laveerde tussen heavy rock, psychedelica, folk en noise. Pak Demon Box er eens bij: de eerste vier nummers verschieten van kampvuur naar stoner naar schreeuwmetal naar apestonede psychedelica. De platen schoten alle kanten op en zelfs binnen deze variatie zorgde de band nog voor verrassingen met platen als Let Them Eat Cake en Phanerothyme, die opeens helemaal "sixties" waren.
Dit aansprekende aspect van de band verdween nagenoeg in de tweede helft van de carrière. Progrock werd het devies. Veel nieuwe fans haakten aan, maar een aantal oude viel af of werd steeds sceptischer. Hoewel het muzikale niveau onverminderd hoog bleef, verdween de gunfactor. Here Be Monsters, The Tower en The All Is One zie ik als oplevingen in een periode van monotonie. Monotonie op hoog niveau weliswaar, met nog steeds aansprekende momenten, maar: monotonie. De twee platen hiervoor heb ik beiden niet gekocht. Dat was al de tweede keer verdorie... (eerste keer was Still Life With Eggplant - Behind the Sun).
Toen bekend werd dat "Yay!" een ingetogen en korte plaat zou worden, was mijn reactie dan ook sceptisch. Dat hadden we vaker gehoord, en dan kwam er toch weer een plaat als The Crucible uitrollen, met nummers van 20 minuten propvol muzikaal geweld. Maar gelukkig: "Yay" voelt als een frisse wind, yay! Zelfs de hoes heeft weer iets van humor (tijd geleden!) en verwijst naar Pavement's Wowee Zowee, die op haar beurt weer verwijst naar Guru Guru's Känguru.
De plaat klinkt warm, licht, retro, en als het al met een bestaande plaat te vergelijken is, dan is dat wat mij betreft Phanerothyme (onlangs heruitgebracht op vinyl).
Kort voor het verschijnen van Yay! werd bekend dat drummer Tomas Järmyr vertrekt. Helaas... ik ben benieuwd hoe dit in de komende tour gaat worden opgevangen. Misschien wel [durft het bijna niet te zeggen] door terug te grijpen naar simpeler liedjes van weleer? We gaan het zien.
KANT A
Cold & Bored heeft een mooie zangmelodie, die drijft op spaarzame percussie en een eenzame sfeer die een beetje herinnert aan het prachtige Fool's Gold dat op Blissard staat. Melancholiek voert hoogtij en in gedachten zie ik de haven van Trondheim langzaam dichtvriezen.
Sentinels begint met een gitaarloopje dat ik al eerder van ze heb gehoord, ik kan me alleen even niet meer herinneren op welk nummer. Dit klinkt dus vertrouwd, misschien een beetje té. De zanglijn van Snah is wat zeurderig, en het nummer "loopt" niet echt lekker. Zeker geen hoogtepunt van de plaat.
De vooruitgeschoven single Patterns is dat wel. Op een warm bed van gitaren, bas, violen en mellotrons excelleert de droevige zanglijn (wederom van Snah). Dit is één van de paar tracks waarop een volledig drumstel is te horen. Het psychedelische liedje neemt de tijd om op te bouwen naar een mooie climax.
Dank State was al live te horen en is een spaarzaam, up-tempo nummer met een iets opgewektere sfeer dan de nummers tot nu toe. Het is bijna een meezinger, maar blijft aan de goede kant van de streep.
W.C.A. wordt alweer gezongen door Snah, die maar liefst drie van de vijf nummers op kant A voor zijn rekening neemt. Na de eerste luisterbeurten vond ik dit een minder nummer, maar inmiddels komt het helemaal tot leven. Er gebeurt veel, het is rijkelijk gearrangeerd.
KANT B
Bij Real Again (Norway Shrugs and Stays at Home) heb ik een * gezet. Ik vind het simpelweg een schitterend en ontroerend liedje. Het is het "kleinste" liedje van de plaat en klopt van voor tot achter: wat fijn om ze weer eens zo te horen, ik kan wel janken van geluk!
Voor Loch Meaninglessness & the Mull of Dull geldt min of meer hetzelfde, al vind ik dit de iets mindere van de twee. Dit nummer bevat een typische Motorpsycho-sfeer die ik moeilijk kan beschrijven maar altijd wat winters, depri en beklemmend voelt en bijvoorbeeld ook te horen is op Upstairs/Downstairs van Let Them Eat Cake.
Hotel Daedalus, hoewel een best goed nummer, is groots opgezet (Kashmir-vibes!) en daarmee is het een stijlbreuk. Het contrast met de rest van de plaat is mij wat te groot, het doorbreekt de flow. De zang van Bent Saether schiet ook gelijk weer in de voorspelbare modus die op de voorgangers te vaak te horen was.
Het sfeervolle instrumentaaltje Scaredcrow is een beetje de comedown van dit geweld en een overgang naar het einde van de plaat.
The Rapture kreeg mijn andere *. Mooie afsluiting van deze bondige plaat.
De toekomst zal uitwijzen of "Yay!" een opzichzelfstaande plaat is in een lange periode van monsterplaten, of de start van een andere koerswijziging. Ik vermoed het eerste, maar hoop dat de band toch weer wat meer de variatie gaat vertonen waarmee ze in de eerste helft van hun carrière bekend zijn geworden.