Net het nummer ‘The Death of Simpson’ gehoord bij een prog metal programma op Duitse internetradio. Fijne verassing. Ik hoor de hele prog metal geschiedenis voorbij horen, in een aangename mix van Dream Theater (heel veel), Porcupine Tree, Symphony X, Leprous, Periphery, Devin Townsend, Gojira, Haken, Frost, Plini, Riverside en de cleane kant van Opeth. Al die ‘moderne’ prog.
Bij dit soort bands die refereren naar deze bands is er vaak iets dat me niet helemaal lekker zit. Of het is de productie, de zang, een gebrek aan pakkende songs, waardoor het geheel nooit het appeal van een middelmatige kloon ontstijgt.
Maar zijn de vocalen overtuigend genoeg, het spel is waanzinnig, de productie is goed voor dit genre en de songs springen op een fijne manier alle kanten op.
Is het origineel? Nee, maar afgaande op de eerste 3 nummers echt wel heel goed. Nospün heeft erg goed geluisterd naar moderne prog metal en heeft daarbij hoorbaar liefde voor alle facetten daarvan.
Dance With Me! bevalt me op het eerste gehoor een stuk minder. Dit nummer verzandt in een gezichtsloze massa waarbij er hoorbaar geforceerd allerlei uit de lucht gegrepen invloeden een ongeïnspireerde song moeten opleuken.
Tougher Love heeft een heerlijke atmosfeer in het begin. Ik ben nog niet helemaal weg van de piano/zang ballad die volgt maar er wordt in ieder geval afgesloten met lage, intieme zang die erg expressief overkomt. Door luisteren dus.
Earwyrm: de zang klinkt ineens als Björn Strid van Soilwork! Is dat hem? Het lijkt toch de zanger zelf te zijn. De muziek is voorzien van een flinke hoeveelheid chunky moderne djent/prog. Dit smaakt geheel niet verkeerd.
…And Then There Was One: vangt aan als Pink Floyd on steroids. De kwaliteit neemt een flinke duik met de misplaatste funk elementen. Het wordt al snel wat beter met wat beukende riffs. Echt overtuigen doet het nergens, al is het atmosferische tweede gedeelte toch wel aardig. Een gitaarsolo die doet twijfelen of John Petrucci is ingevlogen sluit dit op een fijne manier af.
4D Printing: Iemand nog wat Dream Theater nodig? Op de helft doet een gitaarsolo ineens heel erg aan Joe Satriani denken. Een prog metal instrumental die laat horen hoeveel deze band van DT houdt. Het intro van ‘A Nightmare to Remember’ is bijna 1-op-1 gekopieerd op driekwart.
Within the Realm of Possibility: na een minuut of 5 wordt het ‘Intervals’ deel van het 24 minuten durende Octavarium van Dream Theater ook weer bijna letterlijk gequote. Oke geinig, maar waar is die eigen smoel nu? Het einde is bijna letterlijk ‘Voices’ van, je raadt het al: Dream Theater.
De band lijkt vooral veel af te kijken van andere bands maar de compositionele, technische en productionele vuurkracht is wel aanwezig om deze stijl te kunnen laten overtuigen. Het is soms bijna alsof een alwetende AI een samenvatting geeft van prog metal maar het is toch wel vermakelijk om naar te luisteren.
Uiteindelijk stoort het wel hoe erg het allemaal aan (vooral) Dream Theater refereert, maar het is bijna alsof de band de vraag stelt: weet je nog hoe vet dat was?