Schrijvend aan muziek voor
Monolith (1979) schoot Kerry Livgren een stuk muziek te binnen dat ongeschikt was voor dat album. Dat gold ook voor de navolgende platen, inclusief zijn solowerk. Gaandeweg kwam er nieuwe inspiratie bij en in 1995 besloot hij om er eens goed voor te gaan zitten, waarbij het langzaam groeide als een zelfstandig muziekstuk. In 2009 zorgde een hersenbloeding voor een noodgedwongen onderbreking, maar toen zijn gezondheid verbeterde zette hij zijn werk voort. Het resultaat verscheen uiteindelijk in 2021 als
The Resurrection of Lazarus: a Cantata, waarop hij zich van een neoklassieke kant laat zien.
Het album, onderverdeeld in
Movement 1 – 5, verhaalt over de dood en opwekking van Lazarus, een vriend van Jezus, zoals te lezen in het Evangelie van Johannes, hoofdstuk 11. In de liner notes
op Bandcamp vertelt Livgren het nodige over de geschiedenis en de totstandkoming van het muziekstuk, dat zich moeilijk met zijn andere werk laat vergelijken.
De zang wordt orkestraal ondersteund, al is onduidelijk welk orkest hiervoor werd ingezet. Livgren speelde “diverse instrumenten” waarbij ik met name synthesizers/toetsen en slaggitaar; voor sologitaar vroeg hij de in kleine kring bekende virtuoos Phil Keaggy, voor drums Phil Ehart van Kansas. Verwacht geen gecompliceerde progrock: de muziek is kalm van tempo met nadruk op zang.
We komen maar liefst vier ex-zangers van Kansas en AD tegen: John Elefante in de rol van Lazarus, Steve Walsh en Robby Steinhardt als naamloze farizeeërs en Warren Ham als farizeeër Nicodemus. Andere bekende stemmen uit de kringen van Livgren: David Pack in de rol van Jezus, Keaggy als discipel Thomas, Susan Shewbridge als Lazarus’ zus Martha, Greg X. Volz (ex-Petra) als Jozef van Arimathea en Jake Livgren als hogepriester Kajafas.
Er zijn zelfs kleine zangrollen voor Rich Williams en Dave Hope, de eerste nog altijd gitarist van Kansas; de laatste, bassist, verliet in 1984 Kansas om zich bij Kerry Livgrens AD te voegen en is nadien buiten de muziek actief. Met zes namen die ik dan nog niet noemde wordt duidelijk dat deze cantate zoals de naam zegt vooral een vocaal werk is, in een eeuwenoude traditie.
De sfeer is meestal ernstig en plechtig, anders dan een liefhebber van (prog)rock normaal als luistermenu consumeert. Voor de fijnproever. Het werk groeide bij herhaaldelijk draaien en werd geleidelijk pakkend, mét het verhaal.
Een deel van de cast is overigens ook te horen op de navolgende Livgren,
Q.A.R. genaamd.