Goed, daar gaan we dan. Iets meer over de Book of Angels serie? Is het nodig, durf ik me haast af te vragen?

Bij menige plaat in de serie is er al een behoorlijk verhaal over afgestoken, ook door mijzelf. Desalniettemin, ik mag het er graag over hebben.

Wellicht ten overvloede dan: de Book of Angels serie is een voorlopig nog lopende serie albums waarop verscheidene artiesten in verschillende samenstelling uit voornamelijk de Tzadik-stal composities van Zorn vertolken. Volgens de tekst op de OBI's schreef Zorn al deze composities in 2004 (een stuk of 300); inmiddels zit de 13e schijf er bijna aan te komen en zitten we op 130 unieke composities, als ik het goed heb. Dat belooft nog wat! De artiesten (en dientengevolge de uitvoeringen) verschillen nogal per plaat; een pianotrio hier, solo cello elders (Friedlander), freaky zooi (Secret Chiefs 3), viool/piano duo (Feldman/Courvoisier), etcetera. Alle hebben ze hun charme, hoewel ieder wel z'n favorieten zal hebben (zo ook ik

).
Goed, Saft! Wat een baas! Voor Astaroth had ik eigenlijk nog maar bar weinig Saft gehoord: enkel een samenwerking met Merzbow, zowaar (Merzdub; erg goed trouwens); die had mijn interesse gewekt, maar had me niet kunnen voorbereiden op de pracht die Astaroth bleek. Mijn liefde voor de man is met deze plaat ontstaan en gegroeid - hoewel ik, truth be told, eigenlijk vooral deze draai uit zijn toch omvangrijke oeuvre. Saft speelt hier namelijk good ol' akoestische piano, en dat hoor ik toch het liefst; de riedeltjes die hij op andere platen uit zijn instrumentarium perst vind ik even sjiek maar weten we niet te raken als hier. Mijn jazz hoor ik nu eenmaal het liefst in deze setting, dus dat mag geen mirakel heten.
Saft wordt hier bijgestaan door vaste kracht/genie Greg Cohen op akoestische bas, die hier wederom een ijzersterk fundament weet neer te zetten (zoals hij al jaren doet bij o.a. Masada); prachtig wat een geluid, met hoorbaar gepluk aan snaren en onweerstaanbare schwung en swing. Zoals hij, schijnbaar terloops, in afsluiter Beleth even de show steelt met een halve minuut solo is toch prachtig. Ben Perowsky op drums staat Cohen heldhaftig bij; samen met Cohen verschaft hij een ijzersterke basis, maar, net als Cohen, weet hij ook zelf indruk te maken. Perowskys spel, waarbij goed geplaatst geram op de snare niet geschuwd wordt (eens geen slappe kwastjes voor de verandering), spreekt me persoonlijk erg aan en past ook uitstekend in het geluid. Ook Perowsky's korte solomomentjes zijn indrukwekkend (zijn minuutje in Sturiel: godverdomme! En niets zo geniaal als het moment dat hij met een riedeltje vier keer snare drie keer tom het stokje weer aan Saft geeft).
Saft zelf, dan, heeft natuurlijk te putten uit Zorn's melodieën en composities, maar doet dat met verve. Hij riedelt nu kalm, dan in sneltreinvaart over de toetsen; hier dissonant, daar zacht en liefdevol. Ritmisch ijzersterk. Ik ben geen pianist (ik zou wel willen), maar met Saft op in de auto of met Saft in m'n hoofd wanneer aan het werk riedel ik onophoudelijk met mijn vingers over spooktoetsen. Tja, wat een pracht. De melodieuze pracht is misschien nog het meest aan Zorn te wijten, maar laat - natuurlijk - niets te wensen over. Speels, maar volwassen; elke noot volstrekt gewenst. Het geheel is vrij consistent gesequentieerd, waarbij kalmere tracks en drukkere tracks elkaar min of meer afwisselen. Dat lijkt misschien wat geforceerd, als je het zo zegt, maar komt eigenlijk alleszins natuurlijk over.
De productie is verder compleet top. Hier en daar was er wat kritiek op de al dan niet iets té felle produktie, maar dat vind ik zeker geen reden tot klagen. Haarscherp, helder; juist daarom is elke nuance (Cohen's vingergepluk, elke klankkleur van Perowsky's bekkens, de natrillende snaren van Saft's piano) zo prachtig te horen, en dat is bij een ronduit perfecte plaat als deze maar al te belangrijk. Goed, nu kun je dat uiteindelijk het best zelf beslissen, dus bij deze druk ik je op het hart: gewoon lekker draaien die plaat. 5*