MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Villagers - That Golden Time (2024)

mijn stem
3,74 (107)
107 stemmen

Ierland
Pop / Folk
Label: Domino

  1. Truly Alone (3:36)
  2. First Responder (4:39)
  3. I Want What I Don't Need (3:35)
  4. You Lucky One (4:54)
  5. That Golden Time (4:50)
  6. Keepsake (4:11)
  7. Brother Hen (3:41)
  8. No Drama (4:31)
  9. Behind That Curtain (6:03)
  10. Money on the Mind (3:54)
totale tijdsduur: 43:54
zoeken in:
avatar van Lura
4,5
Vreemd dat ik nog nooit een album besprak van Villagers, de Ierse indie folk band rondom frontman Conor O’Brien. En dat terwijl ik de groep nauwgezet volg sinds hun debuutalbum Becoming a Jackal. Tot op heden was, net als voor veel anderen, hun voor de Mercury prize genomineerde album {Awayland} mijn favoriete schijf van hen.

Om maar met de deur in huis te vallen, daar gaat het ijzersterke That Golden Time nu verandering in brengen. Na het nogal gevarieerde Fever Dreams keert O’Brien terug naar de intimiteit van eerdere albums. Zoals we van O’Brien gewend zijn de arrangementen subtiel en zitten de songs weer melodisch goed doortimmerd in elkaar. In zijn teksten klinken zijn hoop, angst en dromen door.

That Golden Time ontleent zijn naam aan het vijfde nummer, dat tevens dienst doet als de eerste single van het album. “Ik wilde dat de warmte van de plaat weerspiegeld werd in de titel”, legt O’Brien uit. “Het nummer raakt ook een thema dat steeds weer opduikt, van romantiek versus realisme. Hoe kun je ambitieuze ideeën hebben over jezelf en de wereld om je heen, terwijl je geconfronteerd wordt met een harde, koude realiteit? De wrijving interesseerde mij.”

De video voor “That Golden Time” is geregisseerd door Rok Predin en is een mooie knipoog naar de hoes van het album, waarop een mot staat afgebeeld, een vehicle voor O’Brien’s gevoelens, gedesoriënteerd door de constante schittering van het mobiele scherm. ‘De mot raakt in de war door de vlam,’ merkt O’Brien op, ‘en zal op tijd sterven.’.

“Het is waarschijnlijk het meest kwetsbare album dat ik heb gemaakt. Ik speelde en nam alles op in mijn appartement, en uiteindelijk, tegen het einde, nodigde ik mensen uit.”, aldus O’Brien. Zo kreeg hij onder andere hulp van de Ierse legende Dónal Lunny (Planxty, The Bothy Band) op bouzouki en de Amerikaanse songwriter en multi-instrumentalist Peter Broderick op viool. Persoonlijke favorieten zijn I Want What I Don’t Need en No Drama. Het zou me niet verbazen als het persoonlijke That Golden Time in veel eindejaarslijsten zal gaan opduiken.

Villagers live :

27-05 BRUSSEL : Ancienne Belgique
28-05 AMSTERDAM : Paradiso
29-05 ROTTERDAM : LantarenVenster

Bron : Music that needs attention - musicthatneedsattention.blogspot.com

avatar van erwinz
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Villagers - That Golden Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Villagers - That Golden Time
Villagers, de band rond de Ierse muzikant Conor J. O'Brien, kiest op That Golden Time voor een meer ingetogen geluid, maar er is veel mooist verstopt in de op het eerste gehoor subtiele lagen van het album

Conor J. O'Brien heeft met zijn band Villagers inmiddels een fraai oeuvre opgebouwd en de meeste van zijn albums zijn van uitstekende kwaliteit. Na twee behoorlijk uitbundig klinkende albums neemt de muzikant uit Dublin flink gas terug op het vooral stemmig klinkende That Golden Time. De instrumentatie is over het algemeen genomen redelijk sober, al zijn er ook wel wat voller klinkende passages. Het past uitstekend bij de zang van Conor J. O'Brien, die zingt met veel gevoel. Het is weer even wennen na de vorige twee albums, maar nu ik That Golden Time een paar keer heb gehoord is het album me zeer dierbaar aan het worden en het wordt vooralsnog alleen maar mooier.

That Golden Time is het zevende album van Villagers, de band rond de Ierse singer-songwriter Conor J. O'Brien. Het begon in de zomer van 2010 met het sfeervolle Becoming A Jackall, waarop de muzikant uit Dublin een aangenaam maar ook verrassend geluid liet horen. Becoming A Jackall sloot aan bij de folkies van dat moment, maar citeerde ook uit de archieven van de grote singer-songwriters uit de jaren 70. Een vleugje van het Genesis met Peter Gabriel hoorde ik er destijds niet in, maar de constatering van AllMusic.com is zeker niet onzinnig.

Villagers maakte de belofte van het debuutalbum waar op het in 2013 verschenen {Awayland}, dat niet kon kiezen tussen ingetogen folk en wat voller ingekleurde folkpop, maar zeker overtuigde. Conor J. O'Brien koos vervolgens voor wat meer ingetogen folk op Darling Arithmetic uit 2015, maar op een of andere manier pakte het album me niet en ook het met herbewerkingen gevulde en live in de studio opgenomen Where Have You Been All My Life? uit 2016 deed me niet veel.

De revanche kwam in 2018 met het uitstekende The Art Of Pretending To Swim, waarop de muziek van de band uit Dublin weer dynamisch, veelzijdig en spannend klonk. Het is een lijn die werd doorgetrokken op het bij vlagen zeer psychedelisch klinkende Fever Dreams uit 2021, dat de fantasie uitvoerig prikkelde. Na twee uitbundig klinkende albums keert Conor J. O'Brien deze week terug met een verrassend ingetogen album.

That Golden Time opent uiterst sober met stemmige pianoakkoorden, een simpel ritme, atmosferische synths en vooral de stem van de muzikant uit Dublin. Het kabbelt op het eerste gehoor misschien wat voort, maar bij beluistering met de koptelefoon hoor je dat er fraaie spanningsbogen zijn verstopt in de openingstrack van That Golden Time.

Na de bezwerende klanken van de eerste track keert Villagers in de tweede track terug naar de meer ingetogen en toegankelijke folk die het in het verleden ook met enige regelmaat maakte, maar het zijn zeker geen doorsnee folksongs die Conor J. O'Brien maakt op het nieuwe album van de band. Het zijn songs die zomaar andere wegen in kunnen slaan en dat soms ook doen en die opvallen door een bijzondere schoonheid.

De schoonheid komt voor een belangrijk deel van de ingetogen en kwetsbaar klinkende zang van Conor J. O'Brien, maar ook de muziek is prachtig. Het doet qua sfeer af en toe wel wat denken aan de albums die Cat Stevens aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte, maar Villagers kan ook klinken als Pink Floyd in de jaren 60, zoals in de titeltrack en voegt verder hier en daar Beatlesque strijkers of juist een pedal steel toe.

Zeker wanneer het tempo laag is, de instrumentatie vooral stemmig en de zang van Conor J. O'Brien intiem en kwetsbaar heeft That Golden Time een loom, dromerig of zelfs slaperig karakter, maar wanneer je de songs op het album wat vaker hebt gehoord merk je dat ze aangenaam blijven hangen en ook nog wel even beter en interessanter worden. Al snel zit je op het puntje van de stoel.

Villagers heeft haar veelkleurige en spannende geluid in het verleden eerder verruild voor meer ingetogen klanken. Dat was destijds geen groot succes, maar de koerswijziging op That Golden Time bevalt me uitstekend, al is het maar omdat er wel degelijk heel veel moois en bijzonders is verstopt in de op het eerste gehoor sober ingekleurde songs. Aan de randen van de dag is het echt prachtig, maar ook de rest van de dag gaat zeker vallen voor de charmes van dit album. Erwin Zijleman

avatar van Kaaasgaaf
4,0
Aanvankelijk was ik wat teleurgesteld dat dit album zo enorm in de lijn van de singles bleek te liggen, en als geheel wel het minst verrassende Villagers-album tot op heden genoemd kan worden. Hun (of eigenlijk 'zijn') sentimentele kant, die het kitscherige niet schuwt, voert ditmaal de boventoon. Nu trek ik dat bij hem op zich verrassend goed, maar ik had verwacht dat een album lang wat veel van het goede zou worden. Na enkele luisterbeurten moet ik echter concluderen dat het juist tot een van hun/zijn meest bedwelmende en consistente werken heeft geleid (ieder geval zoveel beter dan de voorganger, die ik zo graag briljant wilde vinden vanwege de briljante hoes, maar die toch best wel wisselvallig was). Het meer avontuurlijke/ontregelende (enkel present in die laatste anderhalve minuut van Behind That Curtain, wat we denk ik moeten beschouwen als geinig plagerijtje) mis ik hier niet. Dit album is een warm bad om je in onder te dompelen, maar gezapig wordt het toch nooit. Daarvoor blijft Conors stem te onderscheidend, behalve hoogst romantisch toch ook altijd met een schalks randje, en geven zijn teksten zich nooit te makkelijk weg. Het concert van vorige week (sinds ik ze 12 jaar geleden in het voorprogramma van Grizzly Bear zag zo vaak van plan geweest ze nog eens te zien, maar eindelijk kwam het er dan van) liet horen hoe deze nummers zich verhouden tot het oudere werk, en hoe veelzijdig dit oeuvre inmiddels genoemd mag worden, blijkt het dan toch allemaal weer een bijzonder samenhangend landschap te vormen. En daarbinnen voelt dit album toch ook wel weer echt als een nieuwe stap, ik zie bijzonder uit naar wat er nog meer allemaal volgen mag.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 00:59 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 00:59 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.