Dit is niet Almonds eerste coverplaat en ook niet zijn beste. Dat blijft voor mij met voorsprong 'Absinthe'.
Muzikaal sluit 'I’m not Me' mooi aan bij de sterkte van z’n vorige plaat 'Chaos and …' Die continuïteit heeft ongetwijfeld te maken met dezelfde studio- en gastmuzikanten: absolute pro’s in hun bijrol. Daardoor klinkt 'I’m not Me' volwassener dan veel van Almonds meesterwerken, maar tegelijk gaat er ook wat spanning verloren.
Ook de songkeuze blaast warm en koud tegelijk. Laat me dat verduidelijken met een schoolmeesterachtig plusje en minnetje.
+ Ik kende slechts één song in de originele versie, die van King Crimson. Almond heeft dus opnieuw mijn muzikaal palet verbreed.
– Sommige nummers klinken, ondanks hun onbekendheid voor mij, als geplaveide paadjes. Muzikaal te vlak en tekstueel te weinig om het lijf, zo iets. Of om het op een luie vrijdagavond in het Chinees uit te drukken: nummers 2, 5 en 11 zijn zelfs met zoetzure saus moeilijk op smaak te brengen.
Gelukkig overheersen de topnummers ruimschoots. Het openingsnummer
I’m the Light is catchy en rechttoe maar ook rijk aan klanken — een song met live-potentieel. Het doet me hier en daar wat aan het betere werk van INXS denken.
Gone with the Wind ken ik alleen als filmklassieker, maar Almonds versie spat van enthousiasme. Zestig jaar geleden zou dit een dansplaat zijn geweest.
Het titelnummer
I’m not Anyone verdient hier een aparte vermelding. Tekstueel had dit een authentiek Almond-nummer kunnen zijn, net zoals zijn Aznavour-cover
What Makes a Man a Man. De credits gaan deels naar Paul Anka, ook bepaald geen kleine naam in de showbizz.
In
Smokey Day wordt Almonds gevoelige stem vakkundig ondersteund door strijkers en piano. Met de Mambas gebeurde dat ook, maar toen klonk het vaak stukken chaotischer.
Trouble of the World start ijzersterk en ook de korte gitaarsolo in het midden is van edelmetaal. Jammer genoeg drukken de bijdragen van Bryan Chambers de Almond-signatuur iets naar de achtergrond: uitstekend gezongen, maar het voelt daardoor nog minder als een Almond-song. Zonder vocale interactie klinkt het ook niet echt als een duet. Een discipline waar Almond nochtans meerdere artistieke en commerciële successen mee wist te boeken.
Chain Lightning is een moedige keuze, al kende ik het origineel dus niet. Het nummer stamt uit de pen van Don McLean, die van
American Pie, inderdaad. De lange tekst rijgt beeldspraak aan beeldspraak zonder echt verhaal, maar Almond brengt het met overtuiging. Daar heb je bakken talent, ervaring en zelfvertrouwen voor nodig. Mentaal en vocaal zit het anno nu blijkbaar wel snor bij de partner in crime van Dave Ball. Over geluidseffecten gesproken: die zijn in deze song opvallend en gericht maar ook spaarzaam en nooit overdreven.
De overige tracks beschouw ik als twijfelgevallen. Een coverversie van
I Talk to the Wind had voor mij dus niet echt gehoeven ondanks de fijne collaboratie van Ian - Jethro Tull - Anderson. Maar al met al is 'I’m not Me' een plaat die ik graag integraal beluister — en zelfs probleemloos op repeat zet. Ik ben dan ook niet gewoon zoals iedereen
