Dit album, dat al zeker 40 jaar met mij mee gaat, valt voor mij eigenlijk al vanaf het moment dat ik het leerde kennen in twee delen uiteen. De "lichtste" en minste helft bestaat uit folky of country-achtige liedjes variërend van triviaal (I keep changin') via aardig maar oppervlakkig (I makes money (money don't make me) en het J.J. Cale-achtige Round and round) tot leuke "declarations of intent" van een singer-songwriter die het liefst on the road verblijft (Gypsy songman en Maybe Mexico). Deze vijf nummers stellen niet zo gek veel voor, maar ze zijn ook niet echt slecht, en met een totaaltijd van minder dan een kwartier "they don't outstay their welcome".
De overige vijf nummers (samen ruim 25 minuten) zijn van een totaal ander laken een pak. The ballad of the Hulk is een heel grappige en zeer Dylaneske ballade (nog nèt geen talking-blues, maar wel verwant aan bijvoorbeeld It's alright ma (I'm only bleeding) ) waarin Walker duidelijk maakt hoezeer hij buiten het establishment staat, geheel volgens de trend van de sixties maar met een tekst die in het puriteinse Amerika in sommige gevallen nog altijd hout snijdt. Little bird daarentegen is een klein kwetsbaar liedje waarin Walker bij zijn raam gezeten piekert over het verleden en wat er fout ging, en hier komt de voornaamste troef van dit album ter sprake, want naast Walkers akoestische gitaar, een bobbelende bas, een mondharmonica en een klein spelende piano duikt hier gitarist David Bromberg op, en wat die op dit album aan kleine subtiele gitaarloopjes meebrengt is zeldzaam ontroerend – als de perfecte zichzelf wegcijferende sessiemuzikant tilt hij elk nummer met zijn fijnzinnige spel twee niveaus hoger. Ik zou haast willen dat Rhino over de brug kwam met een aparte versie van dit album waarop de zang en de overige melodie-instrumenten waren weggefilterd zodat je je helemaal zou kunnen concentreren op Brombergs miniaturen. (Soms moet ik denken aan de vergelijkbare belangrijke rol van Lee Underwood op de platen van Tim Buckley.)
Broken toys is een prachtig voorbeeld van wat Brombergs aan dit album toevoegt, een verdrietig liefdesliedje waarin Walkers stem toch duidelijk maakt dat hij niet gebroken is. Een zachte bas en een subtiele piano reizen met de melodie mee, maar het is Brombergs vloeiende "kleine" spel die het nummer z'n gloed geven. Ik zou dit het beste voorbeeld van zijn kunnen willen noemen, ware het niet dat het album afsluit met My old man, een ongemeen aandoenlijk nummer waarin de ik-figuur verhaalt over hoe zijn (aanstaande) moeder werd betoverd door het vioolspel van zijn rondreizende (aanstaande) vader – het klinkt melig, maar de ontroerende tekst, de bescheiden zang, de prachtige melodie, Brombergs gitaarspel en de viool van Jody Stecher maken hiervan een uitzonderlijk intiem nummer waarvoor ik superlatieven tekort kom. En dan moet ik het titelnummer nog noemen... maar dat zal wel zó bekend zijn dat ik er niet veel nieuws over zou kunnen zeggen. In z'n eentje is dat prachtige verhaal over een man in de marge (door Walker ook echt ontmoet – "in the drunk tank over a long weekend") in ieder geval al genoeg om dit album een essentiële plaat voor mij te maken. (Ik leerde dit nummer overigens kennen via de cover uit 1972 van Johnny Paycheck op de uitstekende verzamelaar K-Tel's country side uit 1977 van mijn vader, en ook dat blijf ik een mooie versie vinden.)
De oorspronkelijke Atco-LP uit 1968 is in 1993 door Rhino keurig op CD gezet, met in het boekje naast de vermelding van de muzikanten een kort essay inclusief het commentaar van Walker bij elk nummer, en op de CD zelf twee enigszins overbodige bonusnummers, te weten de twee dagen later en met andere muzikanten opgenomen single-versies van Mr. Bojangles (met strijkers) en Round and round (in een vrij afwijkend arrangement). Zoals gezegd klinkt het album op (deze) CD uitstekend; wie het op Spotify opzoekt moet er rekening mee houden dat (althans op het moment van schrijven) de versie van het titelnummer een andere is dan op de oorspronkelijke elpee – zoals hij bij wel meer oude nummers deed heeft Walker dit vast later nogmaals opgenomen, en de samensteller van de Spotify-playlist heeft hier zonder blikken of blozen de verkeerde versie neergezet. Het verschil is niet dramatisch, het is geen big-band-jazz-versie of zo, maar het is gewoon niet zoals het hoort.