1978. We hebben er ruim één jaar punk opzitten, een trend die alweer over zijn hoogtepunt heen lijkt. De Britse muziekpers wordt wederom gevraagd om aandacht te geven aan een conservatievere band: de pubrockers van The Count Bishops. Die hebben inmiddels hun groepsnaam ingekort tot The Bishops en brengen
Live! uit: een 10"-album, qua formaat tussen single en elpee in met de duur van een dikke 25 minuten. Het staat
op YouTube.
Deze The Bishops moeten overigens niet worden verward met de eveneens Londense
indieband die in de jaren 2002 - 2013 actief was.
Live! werd uitgebracht op het Chiswicklabel van Ted Carroll. De ex-manager van Thin Lizzy maakte eveneens in 1978 mee hoe zijn maatjes
Live and Dangerous uitbrachten, een fameuze plaat waaromheen de nodige reuring ontstond, omdat deze niet echt live zou zijn.
Bij The Count Bishops kan daarover geen twijfel bestaan: opgenomen in The Roundhouse in Londen op 18 februari 1978 op de Manor Mobile. Hart-stik-ke levend, in één take opgenomen: podium op, knallen en geen maandenlange naproductie in de studio. Of zoals de introductie in beleefd-Engels luidt:
"Hey, brothers and sisters... The Count Bishops now!" Nieuw is bassist Pat McMullan, die Steve Lewins vervangt.
Als altijd in hun set de nodige jaren '60-covers zoals
Till the End of the Day van The Kinks,
I Want Candy van the Strangeloves en
Route 66 van Bobby Troup maar bekender in de versie van de Rolling Stones. Rauw en energiek, waarbij de meeste nummers worden gezongen door de Britse Australiër Dave Tice. Deze zong voorheen in Australië bij de groep Buffalo, met in de gelederen gitarist Pete Wells. Die debuteerde eveneens in 1978 met de groep
Rose Tattoo, het "kleine broertje" van AC/DC.
Diezelfde rauwheid heeft Tice in zijn stem. De vechtpartij van de hoes wordt voorzien van het bijpassende nummer
Someone's Gonna Get Their Head Kicked in Tonight, dat nog net iets meer dampend rockt dan de rest van de plaat. Speciale aandacht in dit nummer voor drummer Paul Balbi, die gedurende de set onvermoeibaar zijn pannen en deksels teistert.
Een andere opvallende liedtitel is
Sometimes Good Guys Don't Wear White, dat kant 2 aftrapt, waarop we meer r&b op volle kracht horen. De groep is muzikaal gezien in de jaren '60 blijven steken, qua energie is het vergelijkbaar met punk. Zie daar de zwakte én charme van The Count Bishops. Het podium was duidelijk dé plek voor deze Londense groep, die met alle covers te weinig plek wist te veroveren ten opzichte van de enorme concurrentie.
Dit
Live! laat The (Count) Bishops in topvorm horen met een fanatiek publiek als steun. Het jaar erop verscheen
Cross Cuts. In 1995 verscheen het in zijn geheel op cd op verzamelaar
The Best of The Count Bishops.