Enkele weken geleden keek ik op Youtube naar een erg leuke documentaire over The Kingston Trio. "
The Kingston wat?" zal je nu denken, "
waar heeft die het over? en wat heeft dat te maken met dit album?". Nou alles dus.
The Kingston Trio waren erg populair in de periode van 1957 tot mid jaren '60. Bekend is hier hun grote hit
(Hang Down your Head) Tom Dooley. Maar in de States waren ze dus erg groot en verkochten miljoenen LP's. In 1961 vetrok plotseling Dave Guard. Paniek in de tent, want Dave was hun meeste belangrijke lid. Maar de paniek bleek onterecht, want met opvolger John Stewart hadden ze een nog groter talent in huis. De hits bleven wel komen totdat de Beatles en al hun tijdgenoten de muziek van het trio ineens erg oubollig deed klinken.
John zag dat ook en ging in 1967 solo. Hij begon met het schrijven van songs en dat ging hem goed af: zijn
Daydream Believer werd door The Monkees tot een nummer 1 hit gemaakt. En voor The Lovin' Spoonful schreef hij het mooie
Never Goin' Back. In 1968 deed hij mee met de campagne van Robert Kennedy, samen met Buffy Ford, waarmee hij daarna trouwde. Zijn eerste solo-albums uit de periode 1969-1973 verkochten goed. En eind jaren '70 had hij met
Gold nog een grote hit (mede dankzij de inspiratie en medewerking van het duo Buckingham/Nicks).
Veel van de songs uit zijn eerste jaren zijn te horen op het fantastische
The Phoenix Concerts uit 1974. John was destijds erg groot en speelde in arena's voor vele tienduizenden, die zijn songs luidkeels meezongen.
En zo kom ik dan op dit album. Want in 2003 was alles anders. John's muziek was niet meer zo populair. Hij speelde op
Even the Band Had Fun in een klein zaaltje voor een publiek dat ik (op basis van applaus, reacties en zo) inschat op slechts enkele tientallen. John was toen pas 63 jaar en op zijn stem zat toch al veel sleet. Zeker op de eerste paar songs die hij alleen met zijn gitaar vertolkt. Wanneer zijn stem iets is opgewarmd wordt het wel iets beter, maar niet veel. Het blijft erg onvast. Ik vermoed dat dit het gevolg is van ziekte en medicatie want een paar jaar later overleed hij.
Maar gek genoeg werkt zijn onvaste zang juist prima. Het geeft diepgang en oprechte emotie aan zijn songs. En dat is zijn grote kracht, de songs. Hij kan putten uit een indrukwekkende catalogus van 600 songs, waarvan de meeste van hoge kwaliteit. Zo speelt hij op dit dubbelalbum 21 songs, waarvan geen enkele uit zijn succesvolle periode. Hiermee is het album volledig complementair met het Phoenix-album (met zijn 18 songs). En ook zijn hit
Gold staat er niet op.
Na de paar solo songs voegt de band zich beetje bij beetje in. Zij houden het klein en dat zorgt voor een intieme sfeer. Opvallend is de interactie met het klein publiek. Wanneer iemand spontaan "
It's Monkees-time" roept begint John aan
Daydream Believer, iets dat hij niet vaak live deed.
En in de loop van het concert ontstaat er het besef dat zich die avond iets bijzonders aan het voltrekken was. Niet alleen merkbaar bij het publiek, maar ook bij John zelf. En telkens wanneer ik dit hoor, ook bij mij. En dat niet alleen. Want aan het einde van het concert mag de (uitstekende band) zich wat meer uitleven. Eerst in het prachtige, bijna 13 minuten durende F
ire in the Wind, dat aan het einde overgaat in
Gimme Shelter van de Stones. John is met zijn onvaste stem beslist geen Mick Jagger, en zeker geen Merry Clayton. Maar vol overgave en met veel plezier weet hij met zijn band erg goed op zijn publiek over te brengen.
En niet alleen het publiek, ik (als luisteraar) en John zelf worden in de loop van het concert meegesleept, maar dus ook de band. Vandaar de treffende titel
Even the Band Had Fun.
Op veel plaatsen op dit forum heb ik blijk gegeven van het feit dat ik in het algemeen niet zo'n fan ben van live-albums. Uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Zo staat de hierboven genoemde
The Phoenix Concerts al een tijd in mijn top 10. Maar dat had dus evengoed
Even the Band Had Fun kunnen zijn.
Tja, en tenslotte nog dit. Want op Musicmeter zijn liefhebbers van dit genre helaas dun gezaaid. En zeker John Stewart hoort al snel tot de vergeten artiesten. En mocht iemand desondanks dit lezen en het album eens willen luisteren: niet te vinden op de streamingsdiensten, niet te koop, noch digitaal, noch op vaste media. Hooguit nog een verdwaald exemplaar op eBay, maar dan zijn de verzendkosten weer absurd hoog. Ik ben in het gelukkige bezit van een digitale kopie.
De reden dat ik dit schrijf is gelegen in mijn liefde voor dit soort muziek in het algemeen, en mijn liefde voor de muziek van John in het bijzonder.