Wat ik tot nu toe van Kitaro heb gehoord doet het mij wat denken aan het principe wat Status Quo hanteert in de rockmuziek. Er is een bepaalde sfeer gevonden en daarvan wordt nauwelijks afgeweken. Niet dat dat erg is, maar het is een feit. Volgens mij zond Teleac in de jaren tachtig van de vorige eeuw een serie uit over de Zijde Route waar deze muziek prima bij paste.
Ja, en dan de muziek alleen is prima om op te zetten na een drukke dag. De schoenen onder de bank en de krant opzij en dan vervolgens het knopje om met de gedachte dat er niets meer hoeft. Langzaam doemt met de ogen dicht een beeld op van het Verre Oosten In gedachte wordt daar gewerkt zonder dat daarbij een grammetje stress maar door het lichaam stroomt. Alles vindt plaats in een zekere rust en harmonie die wij in het Westen niet meer kennen. Voordat een kop thee is gezet heeft er een ritueel plaats gevonden waardoor zoiets simpels tot een belevenis wordt verheven.
Door een dergelijke sfeer raak je het gevoel voor tijd kwijt, waardoor het einde van het album een tikje abrupt overkomt en je dus te snel terug bent in het heden. Een mooi album dus dit Tunhuang van Kitaro, maar wel eentje om met beleid mee om te gaan, dan blijf het goed, omdat iets in mijn gevoel zegt dat de composities, hoe mooi dan ook, niet al te sterk zijn.