De vorige twee albums van Kendrick waren voor mij behoorlijke tegenvallers. Ja, conceptueel allebei erg ambitieus, maar ook eerder kil van sound en doodserieus, waardoor het bij vlagen zo kleurloos wordt dat ik het lastig vind om er doorheen te komen. Daar komt nog bij dat ik de flows en beats vooral op Mr. Morale vaak behoorlijk ongeïnspireerd vind. Ik schreef tweeënhalf jaar geleden zelfs dat de motivatie en het plezier bij Kendrick er zodanig uit leken te zijn dat ik nog liever had dat hij zijn microfoon aan de wilgen zou hangen dan nog een project in die trant te maken.
Gelukkig lijkt de vete met Drake de vlam weer aangewakkerd te hebben bij Kendrick, want op Like That, Euphoria (dat hier al ontelbaar veel rondjes heeft gedraaid), 6:16 in LA, Meet the Grahams en klapstuk Not Like Us heeft hij zijn oude vorm helemaal teruggevonden. Zware uithalen en beschuldigingen naar Drake en consoorten, ja, maar ook met aanstekelijke beats, lekkere flows en de nodige humoristische elementen in de teksten en de vertolking ('A minooooor') waardoor het toch allemaal wat prettiger is om naar te luisteren.
Die energie draagt hij deels mee over naar GNX, dat niet per se heel baanbrekend of diepzinnig is, maar dat ook niet pretendeert te zijn en daardoor een stuk gemakkelijker weg luistert dan zijn voorgangers.
De eerste helft vind ik wel beduidend sterker dan de tweede, met een paar duidelijke uitschieters. De eerste daarvan, Wacced Out Murals, is opnieuw een halve disstrack, met een kale, maar harde, onheilspellende beat waarbij Kendrick gaandeweg heerlijk de intensiteit opvoert. Het voorbeeld van zijn bekladde muurschildering in Compton gebruikt hij als omkadering om al zijn tegenstanders, die geen idee hebben wat het is om in een plek als Compton op te groeien of hoe hard Kendrick gewerkt heeft voor zijn succes, een effectieve veeg uit de pan te geven.
Reincarnated is een tweede ijzersterk hoogtepunt. Het album is bezaaid met referenties naar Pac, maar nergens duidelijker dan hier door het iconische pianoriedeltje dat hij van hem leent. In de drie strofes kruipt hij achtereenvolgens in de huid van John Lee Hooker, Billie Holiday en zichzelf, waarbij hij telkens de deugden en gebreken van de drie personen in kaart brengt en vooral treffend de lens legt op zijn eigen innerlijke tegenstrijdigheden.
De rest van de eerste helft is ook best leuk, zij het niet van hetzelfde niveau als bovenstaande twee tracks. Squabble Up heeft een lekkere retro feel door de jaren '80 sample van When I Hear Music van Debbie Deb, dat op haar beurt doet denken aan het legendarische Planet Rock van Afrika Bambaataa. Tussen alle antagonistische energie die dit album uitademt is het sensuele Luther een aangenaam R&B-rustpuntje, waarbij de engelenstem van SZA voor de nodige warmte en ontspanning zorgt. Man at the Garden, dat het superieure One Mic van Nas interpoleert, is een introspectief nummer over zelfwaarde, met het mantra 'I deserve it all' dat continu herhaald wordt met steeds toenemende heftigheid. Eigenlijk is Hey Now de enige van de eerste zes nummers die helemaal niet blijft hangen.
De tweede helft heeft ook een paar hoogtepunten. TV Off voelt als een spirituele opvolger van Not Like Us met de lekker opzwepende, epische beats van ‘Mustaaaaard!’ (nu al een iconische shout-out) en de agressieve flows van Kendrick. Hét pareltje op de tweede helft is echter Heart Pt. 6, dat de slechte nasmaak van de flauwe disstrack van Drake met dezelfde naam helemaal doorspoelt. Over een gladde, classic West Coast-beat (die lijkt op Complexion van TPAB) rapt Kendrick vanuit het hart over de ervaringen met zijn drie kompanen uit Black Hippy, van de creatieve energie die tussen hen allen vloeide en de spijtige, maar onvermijdelijke teloorgang van het collectief ten gunste van de meteorische opkomst van zijn solocarrière.
Op de tweede helft staan echter ook een paar minder memorabele momenten. Het is lovenswaardig dat Kendrick op Dodger Blue en het titelnummer teruggaat naar zijn roots en een aantal opkomende, onbekende artiesten uit Compton het podium geeft, maar muzikaal en tekstueel zijn het geen hoogvliegers. Peekaboo vind ik zelfs vervelend met dat nasale stemmetje en de repetitieve strofes en refreinen.
Gelukkig sluit het album nog prima af met Gloria, waarin de zoetgevooisde stem van SZA voor een tweede keer mag aantreden, deze keer over een zwoel soularrangement. Kendrick gebruikt de formule van I Used to Love H.E.R. om een getroebleerd liefdesverhaal te vertellen over hemzelfde en een mysterieuze minnares, om op het einde te onthullen dat de geliefde eigenlijk zijn ‘pen’ is, zijn muzikale creativiteit.
Al met al dus een genietbaar project, maar eentje dat als regulier Kendrick-album niet helemaal in de rij past en eigenlijk meer als een mixtape aanvoelt. Een paar uitschieters bewijzen dat Kenny het nog steeds in zich heeft om mogelijke klassiekers te schrijven, al zitten er ook wat mindere nummers op dit album die het gemiddelde iets naar beneden halen. Toch ben ik best blij met deze worp, zeker nadat ik eerder leeg liep op de vorige twee projecten. Wordt GNX de opmaat naar een volgend klassiek conceptalbum zoals we van deze man gewend zijn?