Gisteravond de eerste twee solo-LP's van Dennis deYoung weer eens op de draaitafel gelegd. De hernieuwde kennismaking viel niet mee. Althans die van het album Desert moon, een nogal onevenwichtige plaat die met het titelnummer een topper (en een terechte hit) in huis heeft.
Deze moest het zonder hits stellen, al schijnt Call me nog wel ergens onderin de Amerikaanse charts gebungeld te hebben. Ik vind deze iets beter omdat er geen echte dips opstaan, al vind ik de afsluiter daar het dichtst bij in de buurt komen.
Per saldo zijn deze twee platen natuurlijk illustratief voor wat we na het (tijdelijke) verscheiden van Styx al zagen aankomen: de rest van de band wilde rocken, maar Dennis de Young heeft een nogal theatrale manier van zingen en een voorliefde voor Broadway-achtige ballades. Daar leent zijn overigens prima stem zich uitstekend voor, al heeft hij af en toe een wat al te mekkerend vibrato, iets dat in sommige Styx-nummers ook al opspeelde.
Geen wonder dat hij die voorliefde botviert op zijn solo-albums. Broadway-achtig wordt het hier nergens, en er wordt af en toe zelfs nog stevig gerockt, zoals zijn Chicago-ode Southbound Ryan, die zelfs begint met een dreigende harmonica-solo. Maar het is allemaal erg braaf en binnen de lijntjes. Toch bevat deze plaat over het algemeen vrij sterke nummers (met name This is the time, dat zo op een regulier Styx-album had kunnen staan, Unanswered prayers en Black wall) en is er voldoende variatie. Genoeg voor een krappe voldoende.
Wat me wel opvalt, is dat deze platen klinken als een klok. Natuurlijk, ze hebben een jaren-tachtig productie-touch, en wie daar niet van houdt, zal zich er wellicht aan storen. Maar het valt me bij oudere platen uit deze periode wel vaker op hoezeer alle instrumenten in balans zijn in de mix, prima van elkaar te onderscheiden zijn en elkaar nergens in de weg zitten. Dat hoor ik op hedendaagse platen helaas niet zo vaak...