‘
Ghost of Congo Square’ een skipper noemen zou ik zeker niet doen: het is een opwindend nummer, dat meteen een bepaalde toon wil zetten. De dialoog via het diepe "This is a tale of Gods will" en Blanchards bevestiging zit meteen erg lekker.
‘
Leeves’ is van een gans ander karakter: de magistrale opbouw wordt helemaal afgewerkt door Blanchard’s doorleefde trompetspel. En ok, de strijkers getuigen misschien van goedkoop sentiment, maar Blanchard gelooft er zodanig in dat hij dat “banale” probleemloos overstijgt tot hogere emotionele dieptes. Zijn trompetspel blijft niet ‘clean’, maar mondt uiteindelijk uit in een schreeuwen van pure onmacht. Meteen één van de beste nummer van de plaat...
‘
Wading Through’ gaat hierop verder, maar dit keer is de piano het solerende instrument. De climax zwelgt hier net iets te veel in het strijkergeluid, maar opnieuw zijn de eerlijke bedoelingen van de pianist duidelijk.
‘
Ashé’ biedt nog eens meer van hetzelfde, maar nu valt het des te meer op dat het strijkarrangement weinig ruimte laat voor een bepaalde eigenheid van de solerende muzikant - hoe mooi het samenspel tussen Blanchard en Parks ook moge zijn.
‘
In Times of Need’ slaagt er echter weer in het ‘banale’ te overstijgen: de saxsolo van Winston spreekt voor zich, aangevuld door Blanchard zelf (en het gekreun op de achtergrond).
‘
Ghost of Betsy’ is snel in elkaar geramd intermezzo, dat ik op zich niet zo waardevol acht. Zou ‘A Tale Of Gods Will’ al een skipper bevatten, laat het dit nummer dan zijn.
‘
The Water’ zit vol onderhuidse melancholie, met zelfs een dosis spanning die uitgaat van de begeleiding. Het geheel mondt uit in een nogal bombastische finale, maar blijft gelukkig suggestief.
‘
Mantra’ klinkt Oosters geïnspireerd (logisch ook gezien de titel), al evolueert het langzamerhand tot een swingend jazznummer, dat op zijn beurt weer een diepgaande schreeuw om hulp wordt – merk hier zeker ook de krachtige drums en de prachtige pianopartij op.
‘
Over There’ is een compositie die duidelijk filmisch opgevat is: het nummer zwelt enorm aan, en heeft een niet te onderschatten beschrijvende kracht. Desondanks steekt het nummer nogal clichématig in elkaar, een wordt zoveelste bombastische explosie me net iets te veel.
‘
Ghost of 1927’ geldt weer als een intermezzo, maar dit keer dient het wel zijn doel: het korte, krachtige saxspel heeft een duidelijke richting.
‘
Funeral Dirge’ begint als een wanhopig afscheid, maar langzamerhand sluipt toch een zeker hoop het nummer binnen.
En voor ‘
Dear Mom’ geldt net hetzelfde, al eindigt het nummer nogal onbestemd, wellicht als weergave van Blanchards eigen gevoelens bij Katrina – zal hij dit waarlijk voor altijd met zich meedragen?
Uiteindelijk is 'A Tale of Gods Will' uiterst moeilijk om te beoordelen: bepaalde nummers zijn buitensporig sentimenteel, andere krijgen een onpersoonlijk 'Age of Empires'-karakter en nog andere vloeien zo uit het hart van Blanchard en zijn kompanen. De toekomst moet uitwijzen wat ik hier van ga vinden, maar in elk geval heb ik er na 70 minuten meer dan genoeg van. Nu even iets anders, graag.
