MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Jonathan Jeremiah - We Come Alive (2025)

mijn stem
3,80 (23)
23 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Soul / Pop
Label: [PIAS]

  1. Here with Me (3:29)
  2. Kolkata Bear (2:45)
  3. Love(r) (3:37)
  4. The Suntrap (3:19)
  5. Howling (3:58)
  6. There's No Stopping Me (3:19)
  7. We Come Alive (6:02)

    met Till Brönner

  8. How Can I Shake You Out of My Mind? (3:42)
  9. Counting Down the Days (2:36)
  10. Lorraine and the Mermaid (4:05)
  11. Lush (3:06)
totale tijdsduur: 39:58
zoeken in:
avatar van Minneapolis
Good day en helemaal Horsepower vond ik erg sterk (wat mij betreft weer helemaal terug na zijn veel belovende debuut), dus ik kijk hier naar uit.

avatar van Culture VBJ
4,0
Zie hier mijn recensie…
Jonathan Jeremiah - We Come Alive | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

En zo worden we tegen het einde van 2025 nog verblijd met een nieuw album van de Britse zanger Jonathan Jeremiah. Vanaf het succes van A Solitary Man in 2011 heeft hij een speciale en innige band met Nederland. Met dat debuut speelde hij zich, mede door de singles Lost en Happiness, flink in de kijker. Het werd hier ten lande zelfs met goud bekroond.

De opvolger Gold Dust (2012) had als arrangeur van de prachtige arrangementen wederom Jules Buckley. En waar hij voor Jeremiah’s eersteling zijn Londense Heritage Orchestra gebruikte werd dat met Gold Dust het Nederlandse Metropole Orkest, waar hij toen net vaste dirigent bij wat geworden. Op Jeremiah’s vorige album Horsepower For The Streets (2022) was een prominente rol weggelegd voor de Amsterdam Sinfonietta. Zijn nieuwe werkstuk We Come Alive is gedeeltelijk opgenomen in de Tracking Room in Amsterdam-Oost.

Met dit inmiddels zesde album slaagt Jonathan er moeiteloos in om, ondanks de bekende ingrediënten (zijn warme baritonstem, de orkestrale arrangementen), te verrassen met een wederom voortreffelijk album, waarop de klankkleuren toch net weer anders zijn getint.

Zo is bijvoorbeeld in een song als There’s No Stopping Me in het strijkersarrangement voor het eerst een Indiase invloed te bespeuren. En lijkt de trillende bas in het lang uitgesponnen titelnummer – met een overigens schitterende trompetsolo van Till Brönner, opgenomen bij de eerste (!) take – te refereren aan Serge Gainsbourg’s Melody of is in ieder geval een hommage aan de legendarische bassist Dave Richmond. Het prachtige akoestische gitaarspel in Lorraine And The Mermaid verwijst onmiskenbaar naar Nick Drake.

Het zijn die kleine en ook grotere momenten waardoor nummers iets extra’s meekrijgen. Luister bijvoorbeeld ook naar die ingetogen hoornsolo in de opener Here With Me. Of naar de strijkers in Kolkata Bear die nog zwieriger en speelser klinken dan voorheen. Of hoe een nummer als Love(r) met het achtergrondkoortje naar een fraaie climax toewerkt. Luister ook naar de licht shuffelende drums in het heerlijk ontspannen slotnummer Lush. Of de handclap ritmes in een nummers als There’s No Stopping Me.

Kortom, er valt veel te beleven op dit album. En ja, het is dus allemaal heel geproduceerd, zeker… met strijkers, koortjes en what have you… Dat kan voor sommigen een bezwaar zijn, maar er is met veel zorg en liefde gewerkt aan de arrangementen en de buitengewoon uitgekiende productie. Het is de muzikale uitbundigheid, die het album de warmte meegeeft, die we zo nodig hebben in deze donkere, harde tijden. We Come Alive is een weldadig bad om je in onder te dompelen.

Uiteindelijk zijn het de ijzersterke composities die weer de doorslag geven. De nummers zijn bewust in een volgorde gerangschikt, waardoor het album niet alleen een mooie flow krijgt, maar het ook tot een fraai afgerond geheel maakt. Jonathan beschouwt het album eigenlijk als één muziekstuk en de invloed van film scores is dan ook onmiskenbaar. De meeste liedjes duren rond de drie minuten, met uitzondering van de eerder genoemde titeltrack dat door zijn zes minuten een centrale plaats inneemt.

“There’s no place I’d rather be. What else do I need?” zingt Jonathan in het openingsnummer. Dat geldt voor het hele album. Het is een heerlijke plaats om te vertoeven. Verlies is een belangrijk thema (“I’m lost without you”), naast hoop en verlangen. “Maybe there’s a place, it can salvage me a smile”. “A place where we are all in bloom”.

We Come Alive is een album waarop de artistieke visie van Jonathan Jeremiah verder tot bloei komt en een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre.

avatar van Dirruk
De recensie van Culture VBJ maakt mij toch wel enthousiaster dan wat ik tot nu toe was.

Alle singles klinken goed, maar weten mij net iets minder te pakken dan de singles van de voorganger. Ik waag mij nog niet aan een pre-order, maar het eerste wat ik morgen doe is dit album opzetten.

avatar van vigil
4,0
Bij een nieuw album van Jonathan Jeremiah valt of staat alles met het beschikbare songmateriaal. Aan de stem van Jonathan zal het in principe nooit liggen, wat een stem heeft die man toch!

Op We Come Alive is het weer genieten geblazen, prachtige soulwerk met een hoge gelaagde muzikaliteit en een zeer warm geluid alsof het de early seventies zijn. De productie is om door een ringetje te halen en kan er dus eigenlijk niets fout gaan want zoals eerder gezegd aan de vocalen kan het niet liggen en dat doet het dus niet.

Of te wel het is weer genieten geblazen, enige kleine smetje is dat het album als nachtkaarsje uitgaat met het wat saaie Lush. Daar had wel een liedje gepast met wat meer grandeur.

Mijn vinkjes gaan voor dit moment naar Suntrap en het titelnummer van We Come Alive.

avatar van Culture VBJ
4,0
Kort voor het verschijnen van zijn schitterende nieuwe album We Come Alive spraken we met Jonathan Jeremiah, de Britse singer-songwriter die folk en soul op zijn geheel eigen wijze weet te mengen. Na zijn debuut A Solitary Man in 2011 is hij inmiddels aan zijn zesde album toe. We spraken over zijn muziek, over zijn culturele en filmische inspiratiebronnen, over het belang van imperfecties en de kracht van samenwerken.

“Met elk nieuw album kom ik steeds een beetje dichterbij om de gedachten en plaatsen in mijn hoofd muzikaal tot uitdrukking te brengen. Het is elke keer een beetje duidelijker. We ontwikkelen ons allemaal door de tijd heen en dat geldt voor mij ook. Muzikaal en persoonlijk. Hopelijk bereiken we steeds meer de waarheid die we willen uitdrukken.

Vreemd genoeg, misschien, is het nu veel gemakkelijker om mezelf te zijn. Ik voel steeds minder druk om verschillende soorten muziek te gebruiken. En ik hoop dat ik na zes albums dichterbij mijn ware ik ben gekomen. Van de eenzame ik op het eerste album tot de gezamenlijke wij op de nieuwe plaat… dat is duidelijk een reis die ik heb gemaakt.

Rond de tijd van mijn debuut was ik een bewaker in Wembley Arena, een baan die ik dankzij mijn vader heb gekregen. Ik moest veiligheidsdeuren en branduitgangen bewaken. Misschien werd ik wel gezien als een solitary man die door gangen liep. Maar je leven verandert, je speelt in Carré voor een paar duizend mensen en de hele dynamiek verandert. Er komen reacties van mensen op een plaat die je hebt gemaakt. Zo van, “Dit is het album waarop we zijn getrouwd” of “Dit is een liedje waar mijn vader van hield”. Dus je kunt wel zeggen dat er een duidelijke ontwikkeling is van introvert naar extravert, van afzondering naar naar buiten gericht zijn.

Ik maakte het eerste album zonder een idee te hebben wie ernaar zou kunnen luisteren. Ik schreef muziek, niet wetende welk publiek het zou kunnen bereiken. Ik had de behoefte om gedachten in mijn hoofd tot uitdrukking te brengen. En dat ben ik blijven doen, nu al zes albums lang.

Nederland heeft een bijzondere plaats in mijn leven, ook al omdat ik al de helft van mijn leven hier woon. Met name in Amsterdam, omdat het de stad is waar ik me vanaf het begin welkom voel. De eerste radioprogramma’s, het eerste optreden in Paradiso. Daardoor raak je dan ook echt verknocht aan een plaats.

Veel van het nieuwe album We Come Alive weerspiegelt, misschien niet heel nadrukkelijk in eerste instantie, maar toch, het opgroeien in een stad als Londen als zoon van immigranten – mijn vader komt uit India, mijn moeder uit Ierland. Sommige familieleden voelden zich er minder welkom dan anderen. Ikzelf, als lange, blanke en welbespraakte Engelsman had weinig of geen problemen, maar mijn zussen, die een donkere huidskleur hebben, wel. Ik denk dat we allemaal de plaats omhelzen die ons het meest verwelkomt en voor mij was dat uiteindelijk Nederland.

Door de jaren heen heb ik veel vrienden gemaakt door het hele land. Van Amsterdam en Groningen tot Utrecht en Rotterdam. Het zijn die vriendschappen en de rijkdom aan talent die het zo speciaal voor mij maken.

Ik hou ervan om op verschillende plaatsen op te nemen. Voor dit album ben ik op een poloboerderij in Oxfordshire begonnen. Soms heb je de behoefte om liedjes door een ander licht te bekijken, letterlijk in een andere omgeving en door mijn Nederlandse connecties ben ik vervolgens in de Tracking Room in Amsterdam terecht gekomen.

Op A Solitary Man, toen ik op het Island label zat, heb ik me muzikaal laten beïnvloeden door mensen als Nick Drake, John Martyn en Fairport Convention. De eerste muziek waar ik trouwens naar luisterde was de vroege goth, zoals All About Eve met de zangeres Julianne Regan, op wie ik een crush had. Hun muziek was diepgeworteld in de Britse folk. En zo bleef ik dingen ontdekken. Door River Man van Nick Drake werd ik doorverwezen naar de klassieke muziek van Frederick Delius.

Als jongetje was ik, zoals velen, aangetrokken door de Amerikaanse cultuur. Mijn kinderen zien het weer totaal anders met hun fascinatie voor Korea. Hollywood heeft voor de huidige jonge generatie niet meer dezelfde aantrekkingskracht als het voor ons had. En naarmate ik meer door Europa reis, merk ik duidelijk dat mijn wortels hier liggen. En die komen dan ook nadrukkelijker in mijn muziek naar voren, omdat ze ook natuurlijker voor mij voelen. Ik ben ook teleurgesteld geraakt in het sociale engagement van veel Amerikaanse liedjes. Er kwam weinig van terecht en het voelde steeds minder oprecht. Ik had geen zin meer om het nog te volgen.

En grappig genoeg werd ik, in ieder geval muzikaal gezien, beïnvloed door de populaire Britse cultuur. Het waren steeds dezelfde geweldige muzikanten die meededen op James Bond soundtracks, op platen van Serge Gainsbourg en Scott Walker of in de muziek van BBC shows. Het is de erfenis van die fantastische musici die een indruk op mij heeft gemaakt. De rijkdom van de muziek die toen in de VK is opgenomen, in welke context dan ook. Door een goeie vriend van mij die in de band Young Silver Fox speelt, ben ik contact gekomen met een aantal van de musici en heb hen om advies gevraagd over hoe de opnames plaatsvonden.

Zoals altijd heb ik ook dit album weer zelf geproduceerd, want, voordat ik de studio in ga, heb ik al heel veel ideeën in mijn hoofd. Ik heb deze keer wel veel hulp gehad van Ruben Samama, die heel andere klankkleuren heeft geïntroduceerd. Daarnaast hebben we ook veel muziek gezamenlijk geschreven.

Ik hou ervan om instrumenten zoals een bugel of een vibrafoon te gebruiken. Ze zorgen ervoor dat de muziek samensmelt. Daarnaast heb ik in de strijkersarrangementen mijn Indiase achtergrond laten doorklinken. Mijn vader groeide op in een klein treinstadje net buiten Calcutta – hij kwam op een boot naar Engeland toen hij vijf jaar was. Ik had tot nu toe die kant van mijn culturele erfenis niet in mijn muziek verwerkt, tenminste niet bewust. Ik heb wat aantekeningen gelezen die mijn vader had nagelaten, verhalen over die ene film die de hele maand in de plaatselijke bioscoop draaide. En die epische orkestraties in Kolkata Bear of There’s No Stopping Me zijn geïnspireerd door de filmsoundtracks die mijn vader gehoord zou kunnen hebben.

De basgitaar op het titelnummer is een kleine knipoog naar de Engelse sessiemuzikant Dave Richmond. We spreken elkaar wel eens over de telefoon en hij vertelt dan over zijn bijdragen aan bijvoorbeeld James Bond soundtracks of aan albums van Serge Gainsbourg.

Eigenlijk heb ik het nieuwe album geschreven als één liedje. Ik had zo’n vijf jaar geleden een geweldige ervaring met de Amsterdam Sinfonietta. Zij introduceerden me tot muziek dat mijn pad tot dan toe nog nooit had gekruist, waaronder een muziekstuk van Rachmaninov dat 28 minuten duurde, of een symfonie van Mahler. Ze werd ik geconfronteerd met muzikale motieven die op verschillende momenten terugkeerden in het stuk. Ik luister nu naar albums op die manier. En ik dacht, misschien kan ik iets vergelijkbaars componeren. Je kunt een single streamen als je dat wilt, prima, maar hoe mooi is het om het album als één geheel te zien.

Kijk naar onze hedendaagse cultuur. We zijn geobsedeerd door box sets en binge watching. Laten we weer eens het idee koesteren om onafgebroken naar 40 minuten muziek te luisteren en het niet te beschouwen als een uitputtingsslag. Laten we proberen weg te gaan van die korte aandachtsspanne van liedjes van twee minuten. Ik denk echt dat er een hele gemeenschap van muziekliefhebbers is, die naar albums in hun geheel willen luisteren.

Op het titelnummer We Come Alive werk ik samen met de Duitse trompettist Till Brönner. Voor het Duitse televisieprogramma Durch Die Nacht Mit… hebben we elkaar voor het eerst ontmoet in Las Vegas, of all places. (Op YouTube is de aflevering nog te bekijken red.). Het titelnummer is voor mij de hoofdmaaltijd. Als het album een film zou zijn, is dit de achtervolgingsscène en dan heb je natuurlijk ook andere personages nodig. Toen heb ik Till benaderd en binnen een paar dagen stuurde hij me zes takes, wat fantastisch was! Ik heb eerlijk gezegd alleen naar de eerste take geluisterd, omdat die gewoon perfect was. Ik had misschien naar de andere moeten luisteren, maar dit voelde meteen goed. Steve Martin zei ooit dat wanneer hij grappen vertelde in zijn films, de grappen de eerste keer echt leuk zijn, misschien nog een tweede keer, maar de derde keer beslist niet meer.

Over films gesproken, ik hoor muziek en ik zie films als bijna hetzelfde medium. Voor mij is muziek als een film die in mijn hoofd speelt. Filmscores zijn dan ook heel belangrijk voor mij geweest.

Van jongs af aan speelden films een voorname rol voor de vijf kinderen in ons gezin. In eerste instantie keken we naar de films die onze vader uitkoos, maar later hadden we ook een eigen input. In veel van die films was de muziek gecomponeerd door Lalo Schifrin. We keken samen met onze ouders ook veel naar de BBC en dan hoorde je de meest waanzinnige basloopjes, notabene tijdens een comedy show. Sinds die tijd kan ik daardoor muziek en film niet van elkaar scheiden.

Naast het werk van Lalo Schifrin, wil ik toch ook wel soundtracks noemen als Excalibur van Trevor Jones, Blade Runner van Vangelis en met name Midnight Cowboy van John Barry. Ik moet zeggen, als je geraakt wordt door een soundtrack is dat een ongelofelijk ontroerende ervaring.

Daarentegen zijn teksten wel degelijk ook belangrijk voor mij. Het is lastig om het in andere woorden te vatten dan juist die teksten. In het refrein van het titelnummer (“We rise through rivers, we break through walls”) komt de thematiek van het album mooi samen. In mijn hoofd zie ik een filmscène met Charlton Heston voor me op een vlot, nadat zijn schip net tot zinken is gebracht. Hij probeert met alle macht niet te verdrinken, net zoals wij in moeilijke tijden leven, waarin het water ons vaak tot aan de lippen staat. In het refrein probeer ik dus te suggereren dat we door die omstandigheden heen moeten, om uiteindelijk onze eigen weg hopelijk te vinden.

Alles bij elkaar, zou je kunnen zeggen dat het album aan de ene kant over verlies gaat en hoe je omgaat met verdriet en depressie en hoe je eruit komt. Op een persoonlijk niveau, gaat het ook over hoe mijn grootmoeder haar beer verloor (Kolkata Bear) en met haar familie naar Engeland verhuisde. “The Suntrap” gaat dan over de plaats – het Verenigd Koninkrijk dat ons uitnodigde om te komen – waar we allemaal tot bloei zouden kunnen komen (“the place where we are all in bloom”), terwijl het in realiteit toch iets anders en gecompliceerder ligt.

Aan de andere kant gaat het album ook over hoop en verlangen en ik heb geprobeerd dit visueel uit te drukken, het tot bloei komen, tot leven komen, geboren worden… Daarom begint het album ook met de tekstregel: “Morning’s come and it’s brought the sun along”.

Tenslotte is het ook essentieel om te vermelden dat nostalgie en herinneringen een grote plaats bij mij innemen. Ik zing niet voor niets in There’s No Stopping Me de tekstregel: “Nothing’s worth as much as the memories we keep”

Voor mij zijn het de herinneringen aan mijn ouders, de fotoalbums van het leven in India. Zelfs het ambacht van muziek maken heeft nostalgische gevoelens voor mij. Het gebruik van een symfonieorkest, verschillende stemmen en koortjes. Ik ben opgegroeid als gelovig kind, dat in koren zong op zondagmorgen. Het geloof is niet gebleven, maar wel het gemeenschapsgevoel en samen dingen te doen en te maken. Ik zie het als een voorrecht om mensen samen te brengen door muziek. Bij opnames, maar ook bij concerten. Het heeft waarschijnlijk te maken met mijn Ierse achtergrond.

De strijkers zijn deze keer in Boedapest opgenomen, alhoewel ik daar niet persoonlijk bij was, maar met de moderne techniek – waar ik dus geen bezwaar tegen heb – ging het razend snel.

Ik had met ongelofelijke orkesten gewerkt in het Verenigd Koninkrijk en uiteraard in Nederland, maar soms heb je dingen onmiddellijk nodig. Ik had gehoord van het Budapest Scoring Orchestra en ze wilden heel graag meewerken aan dit nieuwe project. Voor de arrangementen heb ik o.a. in Amsterdam samengewerkt met Damiano Pascarelli, die vaak bij het Metropole Orkest actief is. Daarnaast hebben Amy May en Phillip Granell me hier in Engeland geholpen met de arrangementen.

Er was een hardheid om op te groeien als kind in Wembley, in het Borough Of Brent. Door naar orkesten te luisteren op mijn hoofdtelefoon, kon ik me verplaatsen in fantastische vreemde werelden. En dat is me bijgebleven tot op de dag van vandaag.

En nog belangrijker dan het orkestrale is het idee om mensen dus samen te brengen, aangezien die fysieke gemeenschap van ons wordt afgenomen door sociale media, waar we alleen via schermpjes communiceren.

Als ik lees dat veel muziek die gestreamd wordt, gemaakt is door AI, dan blijft er voor echte muzikanten één essentieel aspect over: fouten. We zijn zo gewend geraakt aan de glans van perfectie, dat we juist nu de imperfecties moeten koesteren, de fouten waaruit onze menselijkheid blijkt. Als je met mensen werkt, krijg je fouten, maar dat is juist… the juice! Als je luistert naar John & Beverley Martyn, dan voel je een connectie, je voelt de menselijkheid en een microfoon heeft dat voor ons vastgelegd voor altijd.”

Jonathan Jeremiah komt verder tot bloei | Written in Music - writteninmusic.com

avatar van Cor
4,0
Cor
Wat een smaakvolle, heerlijke orkestrale pop- en soulplaat. Mooie stem en echt wel fijne arrangementen. Ik kende de man nog niet, maar dit is een heerlijke kennismaking.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 17:37 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 17:37 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.