Beeld je een filmsoundtrack in met een hoog melancholisch Mike Batt-'Caravans'-gehalte, bovendien volledig in hemelse Indische sferen met George Harrisson en Ravi Shankar. Zo komt het titelnummer op gang en treed je het universum van wereldreiziger Damon Albarn binnen. Op prachtige wijze zet hij met dit nieuw album 'The Mountain' een nieuw portaal open op de wereld.
Daar in Rajasthan, Jaipur zit in het stof op een heuvel een haveloze man. Hij speelt een betoverende rituele folkmelodie op zijn een-snarige viool. Damon Albarn staat erbij en hoort in zijn hoofd onmiddellijk een refrein en mooie weemoedige akkoorden. Later zal hij nog eens naar India trekken om er de as van zijn vader in de Ganges uit te strooien. Uiteindelijk, zoveel later, maakt een heerlijke all-star-cast met Ajay Prasanna, Anoushka Shankar (dochter van Ravi!), Amaan Ali Bangash en Ayaan Ali Bangash het helemaal af, op zijn oosters, op fluit, sitar, tabla en andere traditionele instrumenten. Op het einde komt ook de dolende stem van de overleden Dennis Hopper erdoorheen.
'The Mountain' staat voor Albarn onder meer symbool voor oermenselijke creativiteit en dit loopt zowat als een rode draad doorheen het hele album. Neem het oosters blij verderglijdende 'The Moon Cave'. Zoals zijn erudiete, overleden vader er ooit over uitweidde, begonnen mensen al aan hun projecten in donkere uithoeken van grotten, enkelingen eenzaam schilderend in obscure schachten. De drang van die eersten om hun dromen, angsten, hoop en liefdes uit te drukken onder zeer beperkt licht. Kunst die ontstaat in spelonken of onder het licht van de maan, het sluit aan bij al het niet alledaagse wat ook Gorillaz samen met zijn gastmuzikanten doet.
In de 'The Moon Cave'-song worden via outtakes ook weer overledenen, Bobby Womack en De La Soul-man Dave Jolicoeur, opgeroepen. Het wordt een harmonische song overgoten met het magische seventies discobeatgeluid van Asha Puthli, samensmeltend met de vocodersound van Albarn en het scherp parlando van Black Thought, hoofd-MC-er van The Roots, die al rappend alles mooi weet samen te houden.
Het cynische, al goed gekende buitenbeentje 'The Happy Dictator' ontlook dan weer tijdens Albarn's trips met dochter Missy naar 'zalige' vakantielanden als Noord-Korea en Turkmenistan, 'verrukkelijke' dictaturen vermits in het belang van ieders goede nachtrust tv en kranten er constant enkel 'goed nieuws' spuien. Een grimmige joke waaruit een door en door ervaren Sparks toch een fraaie, vrolijke en catchy hit perst.
Het daaropvolgende duo 'The Hardest Thing' en 'Orange County' zijn twee filmische varianten van tristesse, als twee handen op één buik. In het ontroerende 'The Hardest Thing' zit een ijle sample met de stem van Albarn's, ja weer, overleden vriend, de afrobeatvirtuoos Tony Allen. Hier neemt hij alsnog van hem afscheid en bij uitbreiding van eender welke geliefde afgestorvene. Te weten is dat artguru Jamie Hewlett van Gorillaz ook onlangs zijn beide ouders verloor, hetgeen ze samen deed beslissen om het gegeven van sterfelijkheid als een hoofdthema in 'The Mountain' te integreren.
'The Hardest Thing' is een song met een haast huilende Albarn, die, wanneer finaal koor en trompetten aanzwellen, de overledene als in vlammen in transitie ziet overgaan.
In het schitterrend meer uptempo dubbellied 'Orange County' dan met Bizarrap, Kara Jackson en sitarmeesteres Anoushka Shankar ontvouwt zich dit 'The Hardest Thing' opnieuw. Maar - zag je er Gorillaz trouwens mee in The Graham Norton Show laatst? - nu als in een sprankelend oosters feestje ergens op de grens van onze wereld. En dat onmiddellijk in staccato sinister meefluitend achtergrondkoor als bijkomende aandachtstrekker.
Vervolgens daagt de geloofsextase zoekende single 'The God of Lying' op. Albarn versus Joe Talbot van IDLES als in een mix van Massive Attack, fijne reggae en dub. Wat vreemd klinken eerst die lallende rapvocalen van zwalpende geloofskritikaster Joe, maar zelfs dat blijft knap hangen.
Opnieuw keurig oriëntaals gepingel van Anoushka Shankar, versterkt met Johnny Marr in 'The Empty Dream Machine'. Duidelijk, want rustig transcendent kabbelend voert de song Albarn's transitiepijn mee. Al moet Black Thought er al rappend toch ook maar even het verhaal van de zoektocht naar een verloren gouden tand van Albarn in verweven.
Om dichter bij (de playlist van) dochterlief te komen te staan daagt Albarn ook op met het kleurrijke multi-culturele 'The Manifesto'. Eerst een lange vrolijk inleidende jump met epische allures, in de twee eerste deeltjes heel expressief opgeluisterd door de twee Zuid-Amerikaanse Bad Bunny-style rappers Trueno en de in 2006 doodgeschoten Proof. Die twee freestylers en er bovenop een enthousiaste blazerstrouwband Jeaband uit Jaipur, hoor het toch maar mooi klikken. En aan Albarn om het uiteindelijk met zijn filosofische rust af te ronden.
'The Plastic Guru' begint warempel doorspekt met een ingebeelde (A.I.-)conversatie met Lou Reed.
Johnny Marr en Anoushka Shankar uptempo aan de instrumenten en een in Mumbai samengeraapt koortje doet het verder in het Hindi. De song wordt samen met de uitgelaten Indische brassband uitgespoeld in het straatgewoel.
Mooi a capella ingeleid in 'Delirium' wordt nu vanop Albarn's Indische berg ook de geest van vriend Mark E .Smith van The Fall weer tot leven geroepen. Een Smith die Albarn telkens tussen de discodreunen in op maffe wijze van antwoord lijkt te dienen.
Dan komt de hyperkinetische klapper 'Damascus' met Omar Souleyman met zijn hete Syrische techno, samen met rapper Yasiin Bey (voorheen Mos Def). Zo komt de geplande samenwerking met Souleyman die ooit al bedoeld was voor het 'Plastic Beach'-album, maar die door de Syrische burgeroorlog gefnuikt werd, dan toch alsnog uit. Wat een heerlijk transcenderende zomerse song is dit.
Tijdens "Kom, schipper, laat mijn boot naar het diepe einde zakken en neem me mee naar de andere kant", in het Hindi, gaat het als op het hartslagritme van een zich zacht voorbewegende schuit. Dit pakkende "'The Shadowy Light' mag toch wel het hoogtepunt van het album genoemd worden, met - verrassend - de etherisch zingende, 92-jarige Bollywood-zangeres Asha Bhosle die Albarn en Welshman Gruff Rhyss (Super Fury Animals) op onvergetelijke wijze bijstaat als op een Indische séance. Andermaal een song waarin Albarn zijn vader weer voor ogen ziet. Voor die overheerlijke oosterse soundtrack zijn weer Ajay Prasanna, Amaan Ali Bangash en Ayaan Ali Bangash medeverantoordelijk.
Het hypnotiserende 'Casablanca', raadselachtige stad vervagend in zijn filmisch flegma, waar het Westen ineens overgaat in de sahara. Song vol meditatieve deining waarop naast Johnny Marr nu Paul Simonon van The Clash/The Good, The Bad & The Queen de honneurs waarneemt.
De verrukkelijke zachtheid van 'The Sweet Prince' dan, weer een bijna bovenzinnelijke beschouwing van Albarn. Zijn gestorven vader is op weg naar zijn volgend leven. Johnny Marr en Anoushka Shankar staan bij en hier dwarrelen vooral opnieuw die zalige improvisaties van fluitvirtuoos van Ajay Prasanna in het rond. De vibes die hij opwekt zijn zo medebepalend voor dit album.
In de traag wiegende finale 'The Sad God' wordt tenslotte het muzikale fluitmotief van de openende titelsong schitterend hernomen. De metalen stem van Albarn mijmert voor een laatste keer over de bedenkelijke stand van het bestaan. Hij ziet zijn laatste onbekende God op zijn berg, droevig om wat de mens met de schepping toch aanrichtte. Een plechtig filosofisch slot met nu zelfs een ingetogen mee-rappende Black Thought. Zoals steeds weer omringd met al die uitmuntende musici, fluitist Ajay Prasanna en sitarspeelster Anoushka Shankar en het koor.
Met zijn negende, 'The Mountain', vijftien composities, levert Gorillaz ondanks de soms deprimerende, apocalyptische lyrics een grootse songcyclus af waarin je je overheerlijk kunt verliezen. Een rootspopplaat, letterlijk een internationale topper die een meer dan dubbele spreidstand maakt en zon zoekt overheen continenten. Crossover of verschillende muziekstijlen her en der gewoon naast elkaar in eenzelfde song, het levert verrassende harmonieën op met die cast uit alle hoeken van de wereld. Als ware het tegenwoordig de mode van de dag, zoals bij Rosalía, is ook 'The Mountain' gekruid met een handvol talen, met het Hindi en Arabisch als de minst voor de hand liggende. Ook in het artwork en de animaties van Jamie Hewlett springt het sierlijke Indisch lettertype er in grote kapitalen uit.
Meesterbrein Albarn dompelt zich deze keer onder in een droomwereld waar Indische tradities het leven bepalen, de bedevaart, de nooit definitieve dood, de rouw en een pak waarden waaraan vandaag de mens wereldwijd steeds meer lak lijkt te hebben.
Gorillaz, het geesteskind van Albarn en Hewlett, met hun virtueel gezelschap, 2D, Murdoc Niccals, Noodles en Russel Hobbs, oogt daarmee na al die jaren nog steeds als een ambitieus en springlevend project. Steeds zoekend past Gorillaz zijn zachte strategie van het Trojaanse paard toe, Albarn's virtuele opnamestudio bevindt zich in weer nieuwe muzikale uithoeken van de wereld. De partners die de zich moeiteloos inlevende man op zijn weg ontmoet, krijgen van hem zoals altijd volledig vrij spel, maar het in meerwaarde excelleren dat doen ze uiteindelijk altijd glorieus samen. Zo is hier deze keer bij uitstek royaal gebruik gemaakt van die beroemde sitarspeelster Anouska Shankar om de sfeerschepping van zijn Indische trip zo bedwelmend mooi in te kleuren.
'The Mountain' schittert in een van Gorillaz bijna niet meer verwachte spirituele power. Het is met al die uiteenlopende anderen, waarvan er in 'The Mountain' een pak daarvoor zelfs een tweede leven moesten krijgen, een conceptalbum geworden van een overrompelende muzikaliteit. Geen zwakke broeders. Hier komt voor de Gorillaz-fans met een omnivore, breed-culturele smaak zonder meer de beste Gorillaz sinds jaren. Het wordt dus ook in Werchter straks helemaal Indisch uit de bol gaan.