Uit het interview in Classic Rock leer ik dat Rossi bijna per ongeluk aan
The Accidental begon nadat ene Hiran Ilangantilike, een gitarist en tevens bevriend van één van zijn zonen, hem benaderde om muziek te schrijven. Journalist Dave Ling schrijft er dolenthousiast over, na de voorbije decennia minder positief te zijn geweest over Rossi's werk.
Voor de fans is het wellicht leuk om te weten dat twee ex-Quomannen meededen: bassist John Edwards en drummer Leon Cave. Nee, géén Andy Bown, de toetsen die klinken zijn van anderen, waarbij Rossi ook de klavieren beroerde.
Quoloog
vielip vermoedde het al. En terecht. Nee Dave Ling, hier is níét sprake van een terugkeer naar de jaren '70-boogiehardrock van Status Quo. Maar het is evenmin een terugkeer naar de popjaren '80 en '90 of de pop van Rossi's eerdere solowerk. Hier klinkt een mix van pop en de mildere boogierock die Quo in 1982-'83 (albums
1+9+8+2 en
Back to Back) en vanaf 1999 bracht, het zwakke
Famous in the Last Century (2000) uitgezonderd.
Vooral vergelijkbaar met de rock zoals Quo in de jaren 1999 - 2019 schreef. Toen Rossi weer sologitaar ging spelen en het plezier terugkeerde. Toen incidenteel de heavy Vonk terugkeerde op
Under the Influence,
Heavy Traffic, (coveralbum)
Riffs,
The Party Ain't Over Yet...,
In Search of the Fourth Chord,
Quid Pro Quo en
Backbone. Zij het dat ik de laatste twee in dit rijtje wat slapper vond en met slechts drie sterren waardeerde. Juist op die twee borduurt
The Accidental voort.
Tegelijkertijd waren Rossi's soloalbums altijd popgeoriënteerd. Nu Status Quo ter ziele is, blijkt hij toch nog zin te hebben in een scheurend gitaartje. Dat het minder hard is, komt mede door zijn stem: hij zingt ingetogener dan in de wilde jaren en dat mag als 76-jarige. Toch mis ik het testosteron dat soms op latere nummers als
Blues & Rhythm (2002),
Gotta Get Up and Go (2005) en
Gravy Train (2007) wél klonk.
Dus speel ik 'm herhaald af en dan blijken de volgende nummers te komen bovendrijven: Het tweede nummer
Go Man Go draait op een shuffle en was een betere opener geweest met bovendien een fraaie brug halverwege. Aardig zijn ook het stoempende
Something in the Air (Stormy Weather),
Picture Perfect heeft een filmisch intro en snelle shuffle, dreunend is
Things Will Get Better (hoe had de jonge Rossi dit gezongen?) en dankzij de opbouw van het dikke zes minuten durende
Beautiful World keren we opeens terug naar 1979 en kant 2 van elpee
Whatever You Want, zij het wat milder. Mijn favoriet van het album.
De overige nummers zijn richting poprock, al dan niet ondersteund door digitale blazers plus koortjes met daarin naast Amy Newhouse-Smith, klein(?)zonen Fursey en Dominic Rossi. De midtempo opener
Much Better is te braaf, liever het vrolijk-pompende
Push Comes to Shove met z'n jaren '60-gevoel. Bij
Back on Our Home Ground,
Dead of Night, de boogiepiano en akoestische gitaar van
Going Home en
Bye My Love denk ik terug aan het gladdere geluid van de jaren '82-'83. Akoestisch en swingend is
November Again, van het vriendelijke
Oh So Good word ik niet warm en al helemaal niet van de afsluitende pianoballade
Time to Remember.
Ik geef een 5 als schoolcijfer en toch mopper ik niet op deze oude rocker. Niemand verplichtte mij dit te kopen, ik wil hem simpelweg blijven volgen.
Voor hen met heimwee naar de dagen dat Quo nog een jongehondenband was: kwam van de week nog deze
livebeelden uit 1977 tegen. Onbekender is het nieuwe werk dat John Coghlan's Quo in 2020 (
Lockdown) en 2021 (
No Return) postte, waar de oude felheid wél klinkt.
Op livegebied hebben we in Nederland onze eigen
Status Quotes (website) en in april hoop ik Francis Rossi te zien bij één van zijn Nederlandse optredens. Nee, geen gemopper ondanks mijn kritische noten: juist mooi om te zien en horen dat Rossi waardig ouder wordt en creatief blijft.