Het was Albert Ayler die ooit zei:
“John was the father, Pharoah is the son, and I’m te holy ghost.” Niet onbescheiden van de man, en een heus compliment voor Pharoah Sanders, die gisteren op Jazz Middelheim vreemd genoeg de nodige moeite leek te hebben om zijn aandeel in het concert te leveren. Was het gemakshalve dat Sanders voornamelijk Coltrane-standards ten gehore bracht? Niemand die het weet, maar erg interessant was zijn performance in elk geval niet: de piano van Henderson was te ver naar de achtergrond gemixt waardoor er amper wat van te horen was, al klonken de flarden ondermaats in vergelijking met wat hij op cd presteert in combinatie met Sanders. Drummer Farnsworth heeft duidelijk Elvin Jones gekopieerd (veel stuwende cimbalen in zijn partijen), en hij liet af en toe een harde solo horen, die helaas elke keer wat te lang duurde. En hoed u voor bassist Nat Reeves: alle woorden schieten tekort om zijn prestatie uit te drukken. Hij liet de meest saaie bassolo’s aller tijden horen die door de bopfans in het publiek echter op enthousiast gekrijs werden onthaald - foei foei foei. En laat ons vooral Sanders zelf niet vergeten, die eerder zwak klonk, zijn improvisaties abrupt afbrak om te gaan zitten en af en toe doodleuk van het podium verdween – alsof hij er maar weinig mee te maken had. Is dit de spirituele jazz-held van
'Karma'?
Het optreden was echter niet volledig kommer en kwel: de set werd besloten met een lange compositie van Pharoah zelf, waarbij hij zelf zong, het publiek liet meebrullen, bedenkelijke danspasjes uitvoerde en heftig de dieperik in dook (met de sax, wel te verstaan

). De lamlendige indruk van eerder was op slag in nevelen gehuld, en ook het duo Reeves-Farnsworth leek niet langer een oppervlakkig Garrison-Jones-aftreksel. Het spektakel-gehalte lag best hoog, maar muzikaal valt de vergelijking met de laatste platen van Sanders nog steeds pijnlijk uit.
De man is gewoon moe gestreden, denk ik. Waarom dan niet stoppen? Omdat het publiek hem simpelweg op handen draagt, ook al speelt het quaret een versie van
‘Naima’ (van ongeveer een kwartier) waarin Sanders alleen het thema meespeelde en
niet improviseerde.
De overheersende teneur gisterenavond was er dan ook één van bittere onverschilligheid. Jammer.
