zoeken in:
1
geplaatst: 16 februari 2024, 15:48 uur
Vanaf deze week draait een documentaire over The Birthday Party in de bioscoop: Mutiny In Heaven: The Birthday Party. Dit is mijn recensie:
Ik ben opgegroeid in de jaren ’80 en The Birthday Party was een van de weinige bands uit mijn eigen tijd waar ik naar kon luisteren. Maar laten we eerst het verhaal van de band, zoals deze documentaire ons vertelt, in grote lijnen schetsen. De band ontstond eind jaren ’70 in Melbourne in een artistieke omgeving waar men even geïnteresseerd was in literatuur en kunst als in muziek: in feite was Nick Cave’s voornemen om kunstschilder te worden en deed hij het bandje, toen nog The Boys Next Door geheten, ernaast. Ondanks hun kunstacademiepop-voorbeelden als Roxy Music en David Bowie klonken ze als een doorsnee punkband: pas met de komst van gitarist Rowland S. Howard (uit de band Young Charlatans) begonnen ze een eigen geluid te ontwikkelen waarbij ze in alles wat ze deden – hun leven en muziek vormden een eenheid zodat ze ook bewust geen professionaliteit nastreefden – de grenzen opzochten (om erover heen te gaan). Ze reisden naar Engeland omdat hun popvoorbeelden daar vandaan kwamen maar de pop was er volstrekt saai en het tegendeel van wat rock zou moeten zijn. De Engelse bands keken tijdens optredens nota bene naar de grond waarbij The Birthday Party, zoals ze zich in Engeland noemden, de Amerikaanse oerpunk van The Stooges en The Doors ontdekten als hoe rock moet zijn: opwindend en gevaarlijk zodat er een rij politie werd opgesteld tussen het publiek en Jim Morrison. Mede om zich af te zetten tegen de heersende popcultuur, werd de band steeds extremer in hun muziek en optredens en een medium van woede met veel agressie naar het publiek waarbij ze enigszins paradoxaal steeds succesvoller werden (hun doorbraak kwam toen de bij progressieve popliefhebbers gezaghebbende diskjockey John Peel hun muziek draaide). Bij optredens overweldigde de band niet alleen het publiek maar ook zelf hadden ze het niet in de hand en ging het om de spontaniteit en het laten gebeuren: in de VS liepen hun optredens zelfs zo uit de hand dat ze vroegtijdig werden afgebroken. Maar net als met bv. The Sex Pistols gaf het schandalige karakter ze alleen maar meer roem en succes, al werd het ook steeds meer formulewerk en stagneerde de band: door het heroïnegebruik raakten de leden steeds meer vervreemd van elkaar maar ook van hun publiek dat alsmaar de orgie van woede en geweld wilde zien. De band ging toen bewust hun meer melancholieke kant opzoeken en langzame nummers spelen; in Berlijn ontdekte ze een inspirerende, sterk experimentele muziekscene waarna de band uiteenviel en Nick Cave met mede-amfetaminemaniak Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten The Bad Seeds oprichtte. De documentaire doet aldus een prima job om ons het verhaal van The Birthday Party te vertellen.
Net als The Birthday Party hield ik van echte rock die in de jaren ’80 – met de punk als laatste stuiptrekking – was opgehouden te bestaan (pas in de jaren ’90 kwam het terug in de vorm van grunge (bv. Nirvana), retro (bv. Lenny Kravitz) en gaven punk en metal elkaar een nieuwe levensbron door met elkaar samen te smelten). Zoals een bandlid in de documentaire zegt: ‘wij waren de enige echte rockband in de wereld’. Nu denk ik te weten wat dat is: rock ‘n’ roll dus wat The Birthday Party had wat al die andere bands in de jaren ’80 niet hadden. Het is wat Nietzsche het Dionysische noemt: tegenover het Apollinische, dat een mooie droom voorspiegelt, is het Dionysische de roes die het individu oplost en hem tijdelijk laat opgaan in de (wrede) natuur en het geheel. Waar het Apollinische het leven draaglijk maakt door middel van de schone schijn (wat men in het boeddhisme de sluier van Maya noemt), drukt het Dionysische de werkelijkheid – de levensbron – uit dat elk individu vernietigt in een orgie van geweld maar tegelijk het leven viert omdat het telkens weer nieuw leven voortbrengt (wat men in het boeddhisme samsara noemt). In deze Dionysische toestand van extase schept men geen kunstwerk maar is men de god Dionysus en zelf een kunstwerk geworden die naar het hogere verwijst door het individuele leven te vernietigen. Volgens Nietzsche leverde dit de Griekse tragedie op die immers is voortgekomen uit de muziek, dus het Dionysische, waarbij de uitgebeelde mythe ons eraan herinnert dat we als individu onvermijdelijk ten onder zullen gaan maar de muziek tegelijk ons redt van de ondergang doordat het ons één maakt met het eeuwige leven, met God. Het is niet moeilijk te zien hoe rock ‘n’ roll eveneens ontsproot uit die Dionysische impuls – de opwinding, de extase, het verlies en vernietiging van jezelf met een beetje hulp van te veel drank en drugs maar dat tegelijk heerlijk is omdat je een wordt met iets groters dat machtig en onverwoestbaar is – en The Birthday Party was het voorbeeld ervan in de vroege jaren ’80 waarbij het ook de intelligentie had om dit bijna zelfbewust uit te drukken en in deze documentaire te verwoorden (zonder het Dionysische te noemen of überhaupt te kennen). Zo moet het optreden van The Birthday Party worden gezien als Dionysische vervoering die het individu – in het publiek en in de band – opheft en in een hogere, extatische toestand van onbeheerste razernij, pijn en chaos brengt naar welke verlossing van het individuele, het beschaafde, het afgebakende, kortom het ‘onechte’ elk mens diep verborgen verlangt. Het melancholieke van het latere werk weerspiegelt de tragische mythe (en ofschoon het eerste album van Nick Cave and The Bad Seeds nog steeds de duistere intensiteit van het Dionysische heeft, verliest zijn latere solowerk in mijn oren wat van die oerkracht ten gunste van het verhalende dus Apollinische waarmee hij lijkt op zijn eerste held, Johnny Cash die de jonge Nick bewust maakte dat kunst ook duister en lelijk kan zijn). Het is onder meer veelzeggend dat men spreekt over een gevoel van onsterfelijkheid tijdens een optreden met Nick Cave’s belang in het onpersoonlijke van de tekst, over de tegenstelling en rebellie die in rock besloten ligt en dat Nick Cave later met name geïmponeerd werd door Jobs verhaal in de Bijbel waarin een rechtschapen mens toch wordt vernietigd door God: dat is immers de kern van de Griekse tragedie waarin God niet goed maar wreed is en tegelijkertijd een viering van het leven dat zo vol lijden is. Zoals ook The Birthday Party – temidden van alle bands uit de jaren ’80 die niet alleen klinisch klonken met hun nieuw gevonden synthesizers maar geen enkele levenslust vertoonden – de enige band was die leven bracht.
De Griekse tragedie kende overigens eveneens een korte bloei: het is eigen aan het Dionysische dat het als een plotselinge golf alles overspoelt waarna het bedachtzame en gekunstelde het weer overneemt (het formulewerk en het einde van de rock ‘n’ roll en het tragische).
Ik ben opgegroeid in de jaren ’80 en The Birthday Party was een van de weinige bands uit mijn eigen tijd waar ik naar kon luisteren. Maar laten we eerst het verhaal van de band, zoals deze documentaire ons vertelt, in grote lijnen schetsen. De band ontstond eind jaren ’70 in Melbourne in een artistieke omgeving waar men even geïnteresseerd was in literatuur en kunst als in muziek: in feite was Nick Cave’s voornemen om kunstschilder te worden en deed hij het bandje, toen nog The Boys Next Door geheten, ernaast. Ondanks hun kunstacademiepop-voorbeelden als Roxy Music en David Bowie klonken ze als een doorsnee punkband: pas met de komst van gitarist Rowland S. Howard (uit de band Young Charlatans) begonnen ze een eigen geluid te ontwikkelen waarbij ze in alles wat ze deden – hun leven en muziek vormden een eenheid zodat ze ook bewust geen professionaliteit nastreefden – de grenzen opzochten (om erover heen te gaan). Ze reisden naar Engeland omdat hun popvoorbeelden daar vandaan kwamen maar de pop was er volstrekt saai en het tegendeel van wat rock zou moeten zijn. De Engelse bands keken tijdens optredens nota bene naar de grond waarbij The Birthday Party, zoals ze zich in Engeland noemden, de Amerikaanse oerpunk van The Stooges en The Doors ontdekten als hoe rock moet zijn: opwindend en gevaarlijk zodat er een rij politie werd opgesteld tussen het publiek en Jim Morrison. Mede om zich af te zetten tegen de heersende popcultuur, werd de band steeds extremer in hun muziek en optredens en een medium van woede met veel agressie naar het publiek waarbij ze enigszins paradoxaal steeds succesvoller werden (hun doorbraak kwam toen de bij progressieve popliefhebbers gezaghebbende diskjockey John Peel hun muziek draaide). Bij optredens overweldigde de band niet alleen het publiek maar ook zelf hadden ze het niet in de hand en ging het om de spontaniteit en het laten gebeuren: in de VS liepen hun optredens zelfs zo uit de hand dat ze vroegtijdig werden afgebroken. Maar net als met bv. The Sex Pistols gaf het schandalige karakter ze alleen maar meer roem en succes, al werd het ook steeds meer formulewerk en stagneerde de band: door het heroïnegebruik raakten de leden steeds meer vervreemd van elkaar maar ook van hun publiek dat alsmaar de orgie van woede en geweld wilde zien. De band ging toen bewust hun meer melancholieke kant opzoeken en langzame nummers spelen; in Berlijn ontdekte ze een inspirerende, sterk experimentele muziekscene waarna de band uiteenviel en Nick Cave met mede-amfetaminemaniak Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten The Bad Seeds oprichtte. De documentaire doet aldus een prima job om ons het verhaal van The Birthday Party te vertellen.
Net als The Birthday Party hield ik van echte rock die in de jaren ’80 – met de punk als laatste stuiptrekking – was opgehouden te bestaan (pas in de jaren ’90 kwam het terug in de vorm van grunge (bv. Nirvana), retro (bv. Lenny Kravitz) en gaven punk en metal elkaar een nieuwe levensbron door met elkaar samen te smelten). Zoals een bandlid in de documentaire zegt: ‘wij waren de enige echte rockband in de wereld’. Nu denk ik te weten wat dat is: rock ‘n’ roll dus wat The Birthday Party had wat al die andere bands in de jaren ’80 niet hadden. Het is wat Nietzsche het Dionysische noemt: tegenover het Apollinische, dat een mooie droom voorspiegelt, is het Dionysische de roes die het individu oplost en hem tijdelijk laat opgaan in de (wrede) natuur en het geheel. Waar het Apollinische het leven draaglijk maakt door middel van de schone schijn (wat men in het boeddhisme de sluier van Maya noemt), drukt het Dionysische de werkelijkheid – de levensbron – uit dat elk individu vernietigt in een orgie van geweld maar tegelijk het leven viert omdat het telkens weer nieuw leven voortbrengt (wat men in het boeddhisme samsara noemt). In deze Dionysische toestand van extase schept men geen kunstwerk maar is men de god Dionysus en zelf een kunstwerk geworden die naar het hogere verwijst door het individuele leven te vernietigen. Volgens Nietzsche leverde dit de Griekse tragedie op die immers is voortgekomen uit de muziek, dus het Dionysische, waarbij de uitgebeelde mythe ons eraan herinnert dat we als individu onvermijdelijk ten onder zullen gaan maar de muziek tegelijk ons redt van de ondergang doordat het ons één maakt met het eeuwige leven, met God. Het is niet moeilijk te zien hoe rock ‘n’ roll eveneens ontsproot uit die Dionysische impuls – de opwinding, de extase, het verlies en vernietiging van jezelf met een beetje hulp van te veel drank en drugs maar dat tegelijk heerlijk is omdat je een wordt met iets groters dat machtig en onverwoestbaar is – en The Birthday Party was het voorbeeld ervan in de vroege jaren ’80 waarbij het ook de intelligentie had om dit bijna zelfbewust uit te drukken en in deze documentaire te verwoorden (zonder het Dionysische te noemen of überhaupt te kennen). Zo moet het optreden van The Birthday Party worden gezien als Dionysische vervoering die het individu – in het publiek en in de band – opheft en in een hogere, extatische toestand van onbeheerste razernij, pijn en chaos brengt naar welke verlossing van het individuele, het beschaafde, het afgebakende, kortom het ‘onechte’ elk mens diep verborgen verlangt. Het melancholieke van het latere werk weerspiegelt de tragische mythe (en ofschoon het eerste album van Nick Cave and The Bad Seeds nog steeds de duistere intensiteit van het Dionysische heeft, verliest zijn latere solowerk in mijn oren wat van die oerkracht ten gunste van het verhalende dus Apollinische waarmee hij lijkt op zijn eerste held, Johnny Cash die de jonge Nick bewust maakte dat kunst ook duister en lelijk kan zijn). Het is onder meer veelzeggend dat men spreekt over een gevoel van onsterfelijkheid tijdens een optreden met Nick Cave’s belang in het onpersoonlijke van de tekst, over de tegenstelling en rebellie die in rock besloten ligt en dat Nick Cave later met name geïmponeerd werd door Jobs verhaal in de Bijbel waarin een rechtschapen mens toch wordt vernietigd door God: dat is immers de kern van de Griekse tragedie waarin God niet goed maar wreed is en tegelijkertijd een viering van het leven dat zo vol lijden is. Zoals ook The Birthday Party – temidden van alle bands uit de jaren ’80 die niet alleen klinisch klonken met hun nieuw gevonden synthesizers maar geen enkele levenslust vertoonden – de enige band was die leven bracht.
De Griekse tragedie kende overigens eveneens een korte bloei: het is eigen aan het Dionysische dat het als een plotselinge golf alles overspoelt waarna het bedachtzame en gekunstelde het weer overneemt (het formulewerk en het einde van de rock ‘n’ roll en het tragische).
0
geplaatst: 16 februari 2024, 17:41 uur
"Zoals ook The Birthday Party – temidden van alle bands uit de jaren ’80 die niet alleen klinisch klonken met hun nieuw gevonden synthesizers maar geen enkele levenslust vertoonden – de enige band was die leven bracht."
Wat een onzin. De jaren tachtig waren juist één van de meest innovatieve perioden in de muziek, jammer dat dit vooroordeel nog steeds bestaat, zeker bij een zichzelf "de Filosoof" noemende MM'er.
Overigens ben ik benieuwd naar deze documentaire, ga 'm binnenkort zien.
Wat een onzin. De jaren tachtig waren juist één van de meest innovatieve perioden in de muziek, jammer dat dit vooroordeel nog steeds bestaat, zeker bij een zichzelf "de Filosoof" noemende MM'er.
Overigens ben ik benieuwd naar deze documentaire, ga 'm binnenkort zien.
0
geplaatst: 16 februari 2024, 20:59 uur
Het gaat niet om innovatie maar om rock ‘n’ roll c.q. datgene wat ik heb geduid als het Dionysische. Zoals ik een bandlid citeerde: ‘wij waren de enige echte rockband in de wereld’. Ik bedoel: Jimmy Somerville was niet bepaald de nieuwe Jim Morrison of wel? Overigens, Jim Morrison vergeleek het ontstaan van rock ‘n’ roll al met het ontstaan van de tragedie en zal zichzelf ook wel als Dionysus hebben gezien (wellicht Nick Cave ook bijna in bewuste vorm want hij kuste een geit in een videoclip van The Birthday Party en het woord tragedie (‘bokkenzang’) verwijst naar de geit). The Birthday Party ontwikkelde wel een eigen geluid – wellicht een soort op de blues gebaseerde punk in welke hoek ook bv. The Gun Club opereerde en die zo’n beetje de enige andere rockgroep uit die tijd was (ik kan het weten want ik was toen jong en zocht me te pletter naar rock ‘n’ roll) – maar dat is niet het punt. Het Apollinische is vaak origineel of innovatief: die kunstdrift bedenkt immers een nieuwe wereld maar het Dionysische is altijd hetzelfde want er is maar één soort van het verdwijnen van jezelf in het geheel ofwel de roes (zoals elk orgasme hetzelfde is). Apollo overwint het lijden van het individu door de eeuwigheid van de verschijning (het eeuwige beeld of Plato’s Idee) waardoor schoonheid over het lijden zegeviert; Dionysus viert het eeuwige leven temidden van de bonte afwisseling van verschijnselen. Kortom, rond 1980 had je The Birthday Party ofwel de eeuwige terugkeer van rock ‘n’roll (het leven) en de rest was – voor mijn part als je het zo wilt noemen – innovatie.
0
geplaatst: 16 februari 2024, 23:09 uur
Jouw mening, prima hoor. Maar dat Dionysisch geleuter over Nick Cave, zal allemaal wel. Volgens mij had Cave rond 1980 nog nooit van Nietzsche gehoord, in tegenstelling tot een Ian Curtis. Joy Division vind je een Apollinische band?
* denotes required fields.
* denotes required fields.
