MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
zoeken in:
avatar
Op dit moment draait er een documentaire over Little Richard in de bioscopen: Little Richard, I Am Everything.

Aan de ene kant schetst de documentaire het leven van “Little Richard”, zoals je van een biografische documentaire verwacht. We leren dat Richard opgroeide in een religieuze gemeenschap en fanilie, dat hij al vanaf jonge leeftijd een ster wilde worden maar dat z’n vader zijn homoseksualiteit niet accepteerde en hem het huis uitzette. Richard geraakte in dragshowkringen – de enige context waarin homoseksualiteit of ‘queer’-uitdossing werd getolereerd – en ontwikkelde z’n kenmerkende zang vanuit z’n gospel-achtergrond en pianospel op basis van Ike Turners percussieve voorbeeld. In die tijd was black music alleen voor zwarte mensen maar vanwege de radio begonnen ook blanke tieners naar zwarte muziekzenders te luisteren waarbij Little Richard vooral landelijk bekend werd door z’n optredens in rock ‘n’ roll-films: rock ‘n’ roll trok een nieuwe categorie mensen aan – tieners – die nog even wild en onverantwoordelijk hun gang konden gaan voordat ze volwasen werden. De energieke en wilde shows van Little Richard – hij ontkleedde zich, ging op de piano staan, etc – was zo beschouwd het summum van rock ‘n’ roll en daarmee de nieuwe jeugdcultuur (en ook achter de schermen ging het er wild aan toe met doorlopend seksorgieën). Alle latere succesvolle artiesten zijn in wezen imitatoren – of vriendelijker gezegd: kinderen of erfgenamen – van Little Richard: James Brown, The Beatles (Paul McCartney), The Rolling Stones (Mick Jagger), Otis Redding, Jimi Hendrix, David Bowie, Queen (Freddy Mercury), Prince… de lijst is eindeloos.

Rock ‘n’ roll en z’n rebellie heeft dan ook een opvallende queer-basis hetgeen typisch postmodern is: het indelen in hokjes is typisch modern – in die zin is LHBTI typisch modern – maar het neerhalen van alle hokjes in de vorm van fluïditeit en transgressie (‘queer’) is typisch postmodern en Little Richard is bij uitstek postmodern doordat hij alle hokjes of grenzen overstijgt. Niet alleen bracht hij zwarte en blanke tieners samen als zijn fans, maar ook mannelijkheid en vrouwelijkheid (androgyniteit), welke combinatie essentieel is voor het succes van rock ‘n’ roll, die van oorsprong zwarte muziek was, als basis van popmuziek: Fats Domino beslechtte ook de scheiding tussen zwart en blank publiek maar Fats was niet wild zoals Little Richard was. Little Richard was daarentegen enerzijds beslist gevaarlijk – hij was rock ‘n’ roll – maar vanwege z’n vrouwelijkheid en impliciete homoseksualiteit vormde hij tegelijk geen bedreiging voor blanke meisjes in de ogen van blanke mannen. Evenzo vloeien religie (devotie) en seksualiteit (ongeremdheid) in Little Richard samen: aan de ene kant was Little Richard zeer gelovig en trok hij zich regelmatig terug uit de rock ‘n’ roll als ‘devil music’ om andere zondaars te verlossen en gospel te zingen, aan de andere kant zijn zijn popteksten zeer seksueel (die om die reden door anderen moesten worden gekuist of cryptisch gemaakt worden) en leefde hij ook als een rock ‘n’ roll-beest met veel seks en drugs. Dat is niet nieuw (ik denk dat rhythm & blues in wezen gospel in seculiere vorm is waarbij niet de liefde tot Jezus maar tot een ander persoon wordt bezongen) maar Little Richard lijkt schizofreen in zijn aldoor heen en weer slingeren tussen de twee polen. Daarbij vereerde hij als popicoon niet God maar zichzelf: hij noemde zich de ‘innovator’, de ‘originator’ en ‘architect of rock ‘n’ roll’ ofwel de god – de schepper – van rock ‘n’ roll en van zichzelf.

Dat houdt verband met het tweede aspect van de documentaire: het gebrek aan erkenning voor het genie van Little Richard (en andere zwarte artiesten). Waar zwarte artiesten aan de basis staan van rock ‘n’ roll zijn het vaak blanke artiesten geweest die er met het succes vandoor zijn gegaan – zoals Elvis Presley – omdat het blanke publiek moeite heeft met zwarte artiesten. In ieder geval was het een levenslange frustratie van Little Richard hetgeen – in combinatie met z’n flamboyante queerness - zijn zelfverering verklaart: aldoor benadrukte hij dat hij mooi is (tegen de afwijzende blikken of oordelen over zijn queer-uiterlijk en misvormd lichaam) en dat hij de king of rock ‘n’ roll is die is bestolen van die erkenning. Wat dat betreft is het mooi dat Elvis Presley zelf tegen hem heeft gezegd: ‘You don’t have to worry: you will always be the one true king of rock’ n’ roll’. In de meest essentiële zin is Little Richard ook onweerlegbaar de ware king of rock ‘n’ roll: door zijn opvallende queerness en flamboyante shows die het publiek oproepen om – net als Richard zelf – zich te laten gaan, is hij een icoon van het jezelf mogen zijn waarmee hij de jeugd heeft bevrijd en het pad voor de popmuziek na hem heeft geëffend.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 11:05 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 11:05 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.