Birmingham huilt én juicht: afscheid van Ozzy Osbourne raakt tot in de kern
Daniel Cabot Kerkdijk - 30 juli 2025, 23:28 Bijgewerkt: 30 juli 2025, 23:34
In zijn geboortestad Birmingham kwam woensdag een zee van mensen samen voor het afscheid van een man die de wereld voorgoed veranderde met zijn stem, zijn gekte en zijn onnavolgbare stijl: Ozzy Osbourne. Tienduizenden fans trotseerden de vroege ochtend om een glimp op te vangen van de rouwstoet die de overleden Black Sabbath-frontman door de stad voerde.
De stoet reed over Broad Street en stopte bij de iconische Black Sabbath Bridge, waar Sharon Osbourne en haar kinderen Jack en Kelly uitstapten. Tussen bloemenzeeën en eerbetuigingen liepen ze geëmotioneerd langs de verzamelde fans. Sharon, zichtbaar aangeslagen, werd ondersteund door haar kinderen. Na een kort moment bij het monument draaide ze zich naar het publiek en bracht Ozzy’s iconische vredesteken.
Muzikale groet en historische stilte
Nog voordat de familie arriveerde, bracht een lokale brassband hulde met een instrumentale versie van Iron Man, waarmee de toon werd gezet voor een dag vol emotie. Toen de familie vertrok, klonk massaal het gezang van “Ozzy, Ozzy, Ozzy – oi, oi, oi!” en “Thank you, Ozzy.” De kist werd bedekt met paarse bloemen die samen zijn naam vormden: OZZY.
Het was het publieke afscheid van een man die zichzelf Prince of Darkness noemde, maar wiens invloed op de rockmuziek van onschatbare waarde is geweest. Na het eerbetoon vond elders in besloten kring de begrafenis plaats.
Begin deze maand stond Osbourne, ondanks zijn gezondheidsproblemen, nog één laatste keer op het podium tijdens het afscheidsconcert Back to the Beginning. Zittend, maar stralend, nam hij afscheid van het publiek dat hem groot maakte én dat hij groter maakte.
“Hij was omringd door zijn familie en door liefde”, schreef het gezin in het overlijdensbericht. “Meer woorden dan dat zijn er eigenlijk niet nodig.” En misschien hebben de duizenden stemmen in Birmingham dat ook wel begrepen. Hun boodschap was duidelijk: dank je wel, Ozzy.



