Mijn recensie over de plaat, ook
hier te lezen:
Elk persoon die zich een beetje in de wereld van de hiphop heeft gewaand, kent Peter Phillips, oftewel Pete Rock. De producer uit Bronx is inmiddels een legende en heeft een grote lijst met producties op zijn naam staan. Nummers als The World Is Yours (Nas) en Don’t Curse (Heavy D & The Boys) zijn klassiekers die nooit vergeten zullen worden. Maar de meeste faam behaalde Pete Rock natuurlijk samen met rapper en maatje CL Smooth. Het duo bracht in de klassiekers Mecca And The Soul Brother (1992) en The Main Ingredient (1994) uit. De heerlijk soulvolle producties zorgden ervoor dat Pete Rock Soul Brother Number One werd genoemd. Ook solo heeft Pete een aantal gewaardeerde werkjes op zijn naam staan. Zo verscheen onder andere Soul Survivor in 1998, een album met een van de meest indrukwekkende gastlijsten aller tijden (met onder meer O.C., Prodigy, Common, Kool G Rap, Big Punisher en een aantal leden van Wu-Tang Clan hadden hun aandeel). Ook de soloplaten die volgden waren allen acceptabel. In 2007 werd bekend dat de superproducer opnieuw met een album ging komen in het begin van 2008. NY’s Finest werd de titel en moest vanzelfsprekend een ouderwetse New Yorkse hiphopplaat gaan worden. Gastartiesten als Lords Of The Underground en Raekwon gaven goede hoop, maar artiesten als Jim Jones en Max B zorgden voor lichte twijfel. Helaas kan noch een Pete Rock, noch een Raekwon en noch een Jim Jones ook maar iets bijzonders toevoegen aan NY’s Finest.
Het grootste struikelblok van NY’s Finest is dat het album nergens gedurfd klinkt. Pete Rock maakt nog steeds gebruik van de bekende samples uit onder meer de soulwereld, maar overtuiging is er amper. Het lijkt alsof de producer, die zelf ook een aantal keren rapt, iedereen tevreden wil houden. Zo probeert Pete onder meer het geluid van de hedendaagse hiphop toe te voegen aan de compilatie. Dit lukt niet, waardoor een aantal nummers (Till I Retire, Best Believe) saai en vooral oninteressant klinkt.
Ook de vele simpele en slappe refreinen zorgen voor een leeg en koud gevoel tijdens het luisteren. En dat zagen de meeste liefhebbers totaal niet aankomen, aangezien Pete Rocks producties van de afgelopen jaren (voor acts als Ghostface Killah (Fishscale) en Talib Kweli (Eardrum)) allen overtuigend waren.
Een enkele keer, zoals op Bring Y’all Back en The Best Secret, krijg je wel het gevoel van een ouderwets geslaagde Pete Rock-productie, maar zelfs dan overheerst een net-niet gevoel. Het zit er dan wel in, maar het lijkt wel of de producer het risico gewoon niet durft te nemen. Het op safe spelen pakt in zijn geheel genomen bijzonder slecht uit, en geeft toch een heel klein beetje het gevoel dat Pete stiekem dacht aan een notering in de albumcharts.
Maar niet alleen Pete Rock faalt op deze plaat. Ook de gastrappers hebben er duidelijk weinig zin in, waardoor het oninteressante niet alleen instrumentaal maar ook qua raps naar voren komt. Inspiratie is er amper te vinden. Veteranen als Raekwon, Masta Killah, Redman, de mannen van Lords Of The Underground en Little Brother kunnen met een beetje enthousiasme normaliter een album rappend omhoog tillen, maar leveren hier vooral minimale inspanning. Het zegt genoeg dat de, met alle respect, zwakkere rappers als Jim Jones en Max B absoluut niet tot de mindere behoren. Het betreffende nummer (We Roll) behoort zelfs tot de beteren van de plaat. Ook een hongerige Papoose probeert er nog wat van te maken op afsluiter Comprehend, een uitblinker. Het is slechts een schrale troost, want over het algemeen klinkt NY’s Finest inspiratieloos en saai. Of Pete Rock in de toekomst nog plannen heeft voor een volgende soloplaat is niet bekend, maar als de man er geen zin meer in heeft, kan hij het beter gewoon laten.