EMelodieuze hardrock uit 1995, toen dat genre na de doorbraak van grunge al enige jaren op apegapen lag. M-Pire werd geformeerd door de ultieme snarenracer Joshua Perahia. Al heb ik er nooit een stopwatch bij gehouden, het zou best kunnen dat hij in de jaren '80 en '90 - en wellicht daarna - de snelste sologitarist ter wereld was. Bij Perahia draait het echter ook om de composities. Een egotripper is hij evenmin, uit de teksten blijkt dat hij een gelovig mens is.
Onder de groepsnaam Joshua bracht hij twee langspelers uit die mede door een Europese tour per trein (!) indruk maakten, zoals nog doorklinkt op de bedankjes op deze M-Pire, met onder meer de namen van het Nederlandse en Vlaamse hardrock- en metaljournaille. Ik bedoel
Surrender (1985) en
Intense Defense (1988). Over die tournee: zie deze Nederlandse
fansite.
Ondanks die sterke albums slaagde de groep er niet in een doorbraak te forceren. Muzikanten kwamen en gingen, omdat er te weinig inkomsten werden gegenereerd. In 1995 maakt hij onder de naam M-Pire een doorstart met
Chapter One, wat na één EP en de twee elpees dus eigenlijk chapter four was.
De stijl van Joshua/M-Pire behoeft een zanger met krachtige stembanden en groot bereik. Met voorheen Jeff Fenholt en Rob Rock en het onbekend gebleven supertalent Robin Kyle Basauri had hij die. Op
Chapter One zingt ene Michael O'Mara en alhoewel allesbehalve een prutser haalt deze niet het niveau van zijn voorgangers. Zijn stem is iets lichter en in mijn beleving moet hij te vaak knijpen, zeker in de hogere regionen en met name als hij rauw zingt.
Dat in combinatie met de iets mildere hardrock maakt dat het minder pakkend is, enigszins herinnerend aan het Y&T van de jaren '80 dat geleidelijk wat scherpe kantjes van hun hardrock haalde. Bij beide groepen geldt dan: nog altijd van niveau, maar meer sleazy. Zo is de midtempo opener
Concrete Jungle niet spannend, op de gitaarsolo na.
Opvallend is dat het niveau gedurende het album stijgt. Wellicht een kwestie van smaak, ik kan me voorstellen dat liefhebbers van bijvoorbeeld Aerosmith en Guns 'n' Roses hier meer mee kunnen.
Voor mij staan echter de sterkere nummers verderop, waarbij het ook lijkt alsof O'Mara steeds ontspannener zingt. De naam van ex-zanger Basauri duikt daarbij vijfmaal op als co-componist, die van O'Mara zeven maal. De eerste keer dat ik word gepakt is met
Long Way to Heaven, dat wordt gevolgd met powerballade
Dark Days en het vlotte en van een grommende riff voorziene
It Must Be Love.
Pas met
Bad Man, dat uptempo is en alweer een prachtige gitaarsolo bevat, hoor ik de klasse van de twee voorgangers ten volle terug.
Walk into the Light is dan meer sleazy, afgezien van een heerlijke versnelling tijdens de solo en in het slot.
Devil's River drijft op een vette en zware bluesshuffle, die goed werkt en een solo met afwisselend lange en hele korte noten, als uit een mitrailleur afgevuurd. Slotlied
Right on Target is het stevigste nummer van het album met dubbele basdrum op snelheid.
Er staat een tweede ballade op:
Tears of Joy kende ik in de versie van Basauri's groep Red Sea, te vinden op hun album
Blood (1994), een versie met meer ballen dan die van M-Pire.
Chapter One verscheen bij het Duitse label Long Island, dat echter een jaar later zijn activiteiten stopte. De zoveelste zakelijke tegenslag voor Perahia. In 2001 verscheen
Chapter One opnieuw, nu onder de vlag van
Joshua Perahia.
Een nummer dat bij vaker draaien groeit, is
Long Way to Heaven. De titel hiervan klinkt opeens anders nu ik weet dat Joshua Perahia op 14 oktober jongstleden overleed op 71-jarige leeftijd. Dat wist ik niet toen ik twee dagen later toevallig deze cd in Wezep tegenkwam.
Heb mede daarom eens extra gelet op 's mans solo's, zoals ik deed toen ik veertig jaar geleden
Surrender aanschafte. Wat was de man GOED! Melodiegevoel en razendsnel...