In 1985 stond het onbekende Joshua met
Surrender in de platenbakken en mede gelokt door de reuring hieromheen van 'snelste gitarist ter wereld' kocht ik het album. Joshua Perahia, Californiër van Griekse afkomst, bleek inderdaad razendsnel - ik vroeg me af of te meten viel of hij nog sneller was dan Yngwie Malmsteen.
Surrender Love is meteen het eerste bewijs van Perahia's kunnen op de zes snaren. Daarbij de lenige stem van (gast)zanger Jeff Fenholt, niet op de hoes afgebeeld. Vervolgens mijn eerste kennismaking met
Heart Full of Soul, oorspronkelijk van Graham Gouldman van The Yardbirds, ver voor mijn tijd. Dezelfde Gouldman die later bij 10CC zou opduiken. Het onderstreept nog eens de voorliefde van Perahia voor melodie, waarbij hij in Fennholt een capabele vocalist vond.
Kant 1 sluit af met het snelle
Hold On: toetsen en dubbele basdrum, in 1985 bepaald nog geen standaard in het genre van melodieuze hardrock. Een romantische tekst en alweer spet-te-rend gitaarwerk, de verhalen bleken bepaald niet overdreven.
Back to the Rock is de sterke opener van kant 2, waarbij het gitaargeluid heerlijk vol is en de licks als horzels langs de oren vliegen. Teksten met een christelijke inslag, het was in die dagen nog een nieuwigheidje in hardrock- en metalland, enkele pioniers daargelaten.
"I am climbing over the rainbow" zingt Fennholt in
Rockin' the World, een tekst die me aan Ronnie James Dio deed denken; hoe zou hij dit nummer hebben gezongen?
Wat ook zo lekker is: géén ballades! Al begint
Loveshock langzaam. Dan klinkt opeens een andere stem, die van tweede gitarist Ken Tamplin; het nummer wordt spoedig uptempo. Met een
Reprise van
Rockin' the World sluit de plaat in Dioaanse stijl af:
"I see a light in a distance, I hear a voice calling me".
Hierboven las ik dat er sprake zou zijn van een drumcomputer. Als dat zo is, dan is het goed gedaan. Viel mij indertijd nooit op en als ik
Stay Alive beluister, denk ik toch echt dat Jo Galetta op de drumkruk zit. Laat onverlet dat zijn stijl soms zo sober is en het (elektronisch?) drumgeluid wat metalig (
Surrender Love) dat ik me die indruk kan voorstellen. Vermoedelijk hadden producer Ted Vegvari en Joshua niet het grootste budget.
In 1986 kwam het bericht dat de groep die zomer per trein (!) door Europa zou gaan touren. Een fotootje in Oor op een perron én een zinderend concert bij Countdown Café volgden, waarbij Tamplin inmiddels de vaste zanger was. Ik nam het magistrale concert op van de radio - heb ik die cassette nog ergens liggen?
Hier de foto's van een fan.
Het album verscheen later met andere (cd-)hoezen in een iets andere mix of zelfs heropname. Op streaming met andere trackvolgorde, de
cd-editie van 2008. Daarbij het sterke bonusnummer
Show Me the Way met zang van Robin Kyle Basauri. Zijn rauwe stem ken ik onder andere van
Die Happy en
Red Sea. Het kan niet anders of dit nummer is pas jaren later opgenomen.
Toch koester ik mijn gouwe ouwe elpeetje met bovendien een fijne binnenhoes met teksten. Na het jaren links te hebben laten liggen (in de jaren '90 vond ik het niet heavy genoeg, weer later was ik klaar met scheurende gitaren en bovendien was mijn platenspeler overleden), is daar inmiddels grote herwaardering. Een 9 met een grote krul.