Aan het eind van het jaar hebben diverse muziekzenders hun eigen top zoveel aller tijden, waarbij je van het ene naar het andere genre wordt geslingerd. Iets soortgelijks gebeurt hier in acht nummers.
In 1973 bracht het Engelse Babe Ruth namelijk hun tweede album uit, opvolger van
First Base. Nieuw in de groep waren toetsenist Chris Holmes en drummer Ed Spevock, de hoes werd ontworpen door het collectief Hipgnosis. Werd op het debuut nadrukkelijk verwezen naar de Noord-Amerikaanse cultuur, op
Amar Caballero lijken de zuidelijke, deels Spaanstalige staten van de V.S. en/of Mexico het onderwerp te zijn. Dit wordt verpakt in acht nummers die ieder van een andere artiest hadden kunnen zijn, waarbij het ene na het andere genre langskomt.
We beginnen met midtempo soul, swingend en overladen met strijkers en blazers (
Lady), daarna dromerige filmmuziek á la Ennio Morricone (
Broken Cloud), vervolgens langzame funkrock (
Gimme Some Leg) en een drumloze ballade met jazzgitaar (
Baby Pride).
De tweede helft begint met funkrock met blazers (
Cool Jerk), akoestische en dromerige gitaren, viool en mandoline in het instrumentale
We Are Holding On dat uit opnieuw een filmsoundtrack lijkt te zijn weggelopen, soul en funk in
Doctor Love. Tenslotte het titellied, het derde filmachtige nummer. Het duurt een dikke negen minuten, opgebouwd in diverse delen, als een samenvatting van de vorige zeven nummers.
Als Jenny Haan haar gouden keel opentrekt, is het raak en de groepsleden kunnen spelen, maar als album hangt dit als los zand aan elkaar. Eigenlijk klinkt dit nauwelijks als een regulier album, eerder als een tussendoortje met filmmuziek. Als dat zo is, ben ik benieuwd welke western daarbij hoort.
Waar het debuut in de V.S. en Canada de landelijke albumlijsten haalde, deed deze niets en in eigen land was het de tweede flop. Opvolger
Babe Ruth van twee jaar later zou succesvoller blijken.