Gentle Giant - In a Glass House (1973)
mijn stem
3,93
(83)
83 stemmen
Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: WWA
-
The Runaway (7:15)
-
An Inmates Lullaby (4:40)
-
Way of Life (7:53)
-
Experience (7:50)
-
A Reunion (2:11)
-
In a Glass House (8:27)
-
The Runaway / Experience [Live] * (10:01)
-
In a Glass House [Live] * (9:49)
toon 2 bonustracks
totale tijdsduur:
38:16
(58:06)
zoeken in:
1
geplaatst: 25 april 2008, 23:25 uur
Het rare is, dat, op de LP-versie, het begin van The Runaway (het brekende glas) van de linker naar de rechterspeaker (en weer terug) switched. Op de CD-versie is daar niets van terug te vinden. Wel jammer. Verder prima album.
0
geplaatst: 12 juni 2008, 00:55 uur
Na Acquiring.. en Octopus mijn derde GG album.
Dit vermeende toppunt uit de GG discografie heb ik nu twee keer beluisterd en hij is erg goed. Serieuzer en klassieker dan Octopus vind ik. Octopus is wat experimenteler misschien en wat van de-hak-op-de-tak-springender, maar dit album bestaat uit langere composities en biedt een meer visionaire en gecomponeerde Gentle Giant. Weinig of geen saxofoon, maar wel strijkers, renaissance zang en de synths die GG zo gaaf maken. Mijn favoriete composities zijn 'The Runaway' en 'Experience' die allebei ingenieus zijn.
Voor de meer opwindende en olijke, bruisende GG zou ik eerst voor Octopus gaan (als je die nog niet kent), maar dit is een prachtalbum dat lekker wegluisterd en waarvan ik denk dat ik nog veel nieuwe elementen ga ontdekken. In A Glass House luistert fijner weg dan de meeste GG albums en is erg sfeervol. Daarentegen is dit wel een album voor de echte proggers onder ons denk ik. Het is uitermate intelligente, complexe en klassiek verantwoorde muziek. Dit is echter Gentle Giant in zijn meest verfijnde en volwassen vorm.
Dit vermeende toppunt uit de GG discografie heb ik nu twee keer beluisterd en hij is erg goed. Serieuzer en klassieker dan Octopus vind ik. Octopus is wat experimenteler misschien en wat van de-hak-op-de-tak-springender, maar dit album bestaat uit langere composities en biedt een meer visionaire en gecomponeerde Gentle Giant. Weinig of geen saxofoon, maar wel strijkers, renaissance zang en de synths die GG zo gaaf maken. Mijn favoriete composities zijn 'The Runaway' en 'Experience' die allebei ingenieus zijn.
Voor de meer opwindende en olijke, bruisende GG zou ik eerst voor Octopus gaan (als je die nog niet kent), maar dit is een prachtalbum dat lekker wegluisterd en waarvan ik denk dat ik nog veel nieuwe elementen ga ontdekken. In A Glass House luistert fijner weg dan de meeste GG albums en is erg sfeervol. Daarentegen is dit wel een album voor de echte proggers onder ons denk ik. Het is uitermate intelligente, complexe en klassiek verantwoorde muziek. Dit is echter Gentle Giant in zijn meest verfijnde en volwassen vorm.
0
geplaatst: 30 september 2008, 15:33 uur
Wie Octopus mooi vindt zal dit ook wel kunnen waarderen. De echte topper - Interview - moest nog komen. Vergeleken met deze twee is In a glass house toch iets simpeler. Dat betekent nog altijd vele malen interessanter dan doorsnee pop. Ik mis echter het geniale compromisloze trekje dat bv. op Knots wel aanwezig was. Interview heeft een ideale balans tussen compromisloze rock, compromisloze jazz en compromisloos neo-classicisme.
Zoals uit mijn waardering blijkt kan ik van dit album zeer goed genieten.
Zoals uit mijn waardering blijkt kan ik van dit album zeer goed genieten.
0
geplaatst: 15 mei 2010, 01:18 uur
Ondanks de complex heid van de muziek van GG is dit album redelijk toegankelijk. Fijne afwisselende muziek.
0
geplaatst: 7 mei 2011, 18:41 uur
Dat tweede deel van het titelnummer doet me sterk aan Tool's The Grudge denken.
Overall gezien lijkt het mij wel zeker dat laatstgenoemde band deze muziek in huis hebben.
Overall gezien lijkt het mij wel zeker dat laatstgenoemde band deze muziek in huis hebben.
0
geplaatst: 7 januari 2012, 23:35 uur
IJzersterk album van de Gentle-men.
De twee kortere nummers hebben duidelijk klassieke invloeden en klinken zeer gedetailleerd.
De 'glasheldere' productie wordt hierop ten volle benut.
De lange nummers zijn meer to-the-point, maar zijn wat dynamiek betreft onovertrefbaar. De muzikale uitersten in Way Of Life zijn simpelweg geweldig, The Runaway kent een zinderende opbouw en heeft een complex arrangement, A Reunion is hier wellicht het meest dynamische nummer met weer die rustige, middeleeuws aandoende harmonieën waar de band patent op heeft en dit wordt afgewisseld met een robuust inkomende, uiterst geraffineerde groove zoals alleen GG dat kan. Op het afsluitende titelnummer komen alle voorafgaande elementen samen om een verpletterende climax te vormen.
Shame on you, Columbia Records, om dit album voor de Amerikaanse markt af te wijzen!
Klassieker!
De twee kortere nummers hebben duidelijk klassieke invloeden en klinken zeer gedetailleerd.
De 'glasheldere' productie wordt hierop ten volle benut.
De lange nummers zijn meer to-the-point, maar zijn wat dynamiek betreft onovertrefbaar. De muzikale uitersten in Way Of Life zijn simpelweg geweldig, The Runaway kent een zinderende opbouw en heeft een complex arrangement, A Reunion is hier wellicht het meest dynamische nummer met weer die rustige, middeleeuws aandoende harmonieën waar de band patent op heeft en dit wordt afgewisseld met een robuust inkomende, uiterst geraffineerde groove zoals alleen GG dat kan. Op het afsluitende titelnummer komen alle voorafgaande elementen samen om een verpletterende climax te vormen.
Shame on you, Columbia Records, om dit album voor de Amerikaanse markt af te wijzen!
Klassieker!

0
Ozric Spacefolk
geplaatst: 30 mei 2012, 12:40 uur
Ontzettend gaaf geproduceerde en muzikaal hoogstaande plaat.
Ritmisch is deze plaat erg interessant maar ook qua klankkleur.
De zang, de 100den instrumenten die de band speelt.
Zoek deze op, op elpee, want de hoes is echt te gek, met een doorkijkje.
Ritmisch is deze plaat erg interessant maar ook qua klankkleur.
De zang, de 100den instrumenten die de band speelt.
Zoek deze op, op elpee, want de hoes is echt te gek, met een doorkijkje.
0
geplaatst: 30 mei 2012, 13:25 uur
Ozric Spacefolk schreef:
....Zoek deze op, op elpee, want de hoes is echt te gek, met een doorkijkje.
....Zoek deze op, op elpee, want de hoes is echt te gek, met een doorkijkje.
Mijn CD ook...

0
geplaatst: 30 mei 2012, 19:18 uur
0
geplaatst: 6 december 2012, 17:38 uur
Het intro van The Runaway zet je gelijk op scherp, wat volgt is een rhitmisch feestje....Wat een mooi nummer, ben het altijd (veel)blijven draaien. De oude vertigo-elpees klinken overigens prachttig.........Bij vaker beluisteren komen de magie van de plaat los.
0
Ozric Spacefolk
geplaatst: 6 december 2012, 18:18 uur
Deze is nooit op Vertigo verschenen volgens mij?
Of in andere landen wel?
Of in andere landen wel?
0
geplaatst: 11 november 2013, 18:38 uur
Syndro schreef:
Voor de meer opwindende en olijke, bruisende GG zou ik eerst voor Octopus gaan (als je die nog niet kent), maar dit is een prachtalbum dat lekker wegluisterd en waarvan ik denk dat ik nog veel nieuwe elementen ga ontdekken. In A Glass House luistert fijner weg dan de meeste GG albums en is erg sfeervol. Daarentegen is dit wel een album voor de echte proggers onder ons denk ik. Het is uitermate intelligente, complexe en klassiek verantwoorde muziek. Dit is echter Gentle Giant in zijn meest verfijnde en volwassen vorm.
Voor de meer opwindende en olijke, bruisende GG zou ik eerst voor Octopus gaan (als je die nog niet kent), maar dit is een prachtalbum dat lekker wegluisterd en waarvan ik denk dat ik nog veel nieuwe elementen ga ontdekken. In A Glass House luistert fijner weg dan de meeste GG albums en is erg sfeervol. Daarentegen is dit wel een album voor de echte proggers onder ons denk ik. Het is uitermate intelligente, complexe en klassiek verantwoorde muziek. Dit is echter Gentle Giant in zijn meest verfijnde en volwassen vorm.
Ik denk dat ik dit wel kan bevestigen. Ik heb het heel lang geprobeerd met Gentle Giant maar zowel Power And The Glory en Interview kan ik helemaal niks mee. In A Glass House daarentegen wel blijkt nu ik hem na een paar jaar weer eens beluister. Kan me herinneren dat Three Friends mij ook wel kon boeien dus die ook maar weer eens checken binnenkort.
0
Stijn_Slayer
geplaatst: 6 juli 2014, 13:56 uur
Eén van hun beste albums. Goede mix tussen catchy (bas)riffs en invloeden uit kamermuziek, soms met wat Zappiaanse gekte.
2
geplaatst: 5 oktober 2019, 18:46 uur
Meer dan degelijke opvolger van Octopus. Die vind ik wel wat speelser en kent net wat meer highlights.
Maar potjandorrie, het is ook hier weer genieten geblazen van de inventiviteit en afwisseling.
In dit stadium is echter wel hun handelsmerk steeds duidelijker geworden; invloeden uit de klassieke muziek en dit afgewisseld met een soort avant garde ( 2e song An Inmates Lullaby heeft het zeker) en uiteraard een pittig stuk rock. De folk is hier minder aan de orde geworden.
Vette produktie ook en superstrak ingespeeld. Ik geniet hier ook vooral van de geweldige baspartijen van Ray Shulman. Al met al is Way Of Life mijn favoriet. Enorm dynamisch, complex en telkens van sfeer wisselend.
Apart eigenlijk dat hier op MusicMeter Gentle Giant veel minder aandacht krijgt dan Yes en Genesis, om maar een paar grote progbands te noemen.
Wellicht was deze band moeilijker en qua uitstraling minder opvallend. Maar dit is echt de moeite waard om tot je te nemen. Als je het over progressief hebt.....eat your heart out.
Ook 4,5 voor deze.
Tussenstand:
1. Octopus ( 1972) 4,5
2. Interview (1976) 4,5
3. In a Glass House (1973) 4,5
4. Three Friends ( 1972) 4,0
5. Acquiring The Taste (1971) 4,0
6. Gentle Giant ( 1970) 4,0
Maar potjandorrie, het is ook hier weer genieten geblazen van de inventiviteit en afwisseling.
In dit stadium is echter wel hun handelsmerk steeds duidelijker geworden; invloeden uit de klassieke muziek en dit afgewisseld met een soort avant garde ( 2e song An Inmates Lullaby heeft het zeker) en uiteraard een pittig stuk rock. De folk is hier minder aan de orde geworden.
Vette produktie ook en superstrak ingespeeld. Ik geniet hier ook vooral van de geweldige baspartijen van Ray Shulman. Al met al is Way Of Life mijn favoriet. Enorm dynamisch, complex en telkens van sfeer wisselend.
Apart eigenlijk dat hier op MusicMeter Gentle Giant veel minder aandacht krijgt dan Yes en Genesis, om maar een paar grote progbands te noemen.
Wellicht was deze band moeilijker en qua uitstraling minder opvallend. Maar dit is echt de moeite waard om tot je te nemen. Als je het over progressief hebt.....eat your heart out.
Ook 4,5 voor deze.
Tussenstand:
1. Octopus ( 1972) 4,5
2. Interview (1976) 4,5
3. In a Glass House (1973) 4,5
4. Three Friends ( 1972) 4,0
5. Acquiring The Taste (1971) 4,0
6. Gentle Giant ( 1970) 4,0
0
geplaatst: 4 november 2019, 21:41 uur
In a Glass House is ook weer een uitstekend album van Gentle Giant. Inventief en afwisselend zonder aan overdreven moeilijkdoenerij te doen, het klinkt vrij speels hoewel er strak wordt gemusiceerd. Onbegrijpelijk dat deze band nooit de status van bv. Yes of Genesis heeft behaald. Maar ja, in elke stroming zijn er miskende genieën.
3
Mssr Renard
geplaatst: 8 januari 2020, 15:03 uur
Kan niet anders zeggen dat dit één van de allerbeste platen ooit is. Maar dat schijn ik bij elk Gentle Giant-album te zeggen.
Ik kan geen enkel puntje van kritiek vinden. Voor mij is dit het summum van hoe muziek hoort te zijn. Althans binnen dit genre. Gelukkig is Gentle Gaint één van de weinige progbands met een gevoel voor humor en speelsheid. De band kan dan ook nog eens flink grooven. En dat voor een band die niet binnen de Canterbury- of Krautrock subgenres hoort.
Knappe plaat, knappe composities, subliem uitgevoerd, prachtige instrumentatie en een mooie mix van stijlen en genres waardoor het eigenlijk nooit verveelt en er altijd weer iets nieuws valt te ontdekken.
Het is dan wel een band met veel vocale stukken, dus als ik een bui ben voor instrumentale muziek dan zet ik deze niet zo snel op. Daarbij rockt het ook flink en ik ben niet altijd in een rock-bui. Maar los van mijn bui, is deze plaat natuurlijk één van de beste platen ooit gemaakt.
Ik kan geen enkel puntje van kritiek vinden. Voor mij is dit het summum van hoe muziek hoort te zijn. Althans binnen dit genre. Gelukkig is Gentle Gaint één van de weinige progbands met een gevoel voor humor en speelsheid. De band kan dan ook nog eens flink grooven. En dat voor een band die niet binnen de Canterbury- of Krautrock subgenres hoort.
Knappe plaat, knappe composities, subliem uitgevoerd, prachtige instrumentatie en een mooie mix van stijlen en genres waardoor het eigenlijk nooit verveelt en er altijd weer iets nieuws valt te ontdekken.
Het is dan wel een band met veel vocale stukken, dus als ik een bui ben voor instrumentale muziek dan zet ik deze niet zo snel op. Daarbij rockt het ook flink en ik ben niet altijd in een rock-bui. Maar los van mijn bui, is deze plaat natuurlijk één van de beste platen ooit gemaakt.
2
geplaatst: 7 juni 2022, 21:02 uur
Is dit de ultieme Gentle Giant plaat?
"I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time, Why does everybody else think that I'm mad
I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time and that I'm mad
Lying down here in the afternoon
In my pretty cosy little cushioned room
I can talk to all my funny friends in here
I was told to rest why ... I am not quite clear"
Het gezegde waar Gentle Giants vijfde studio-album op is gebaseerd luidt: 'Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien', wat zoiets betekent als 'als men zelf genoeg aanleiding gegeven heeft tot kritiek, moet men geen afkeurend oordeel over anderen uitspreken; immers de kritiek wordt dan teruggekaatst en de eigen reputatie valt aan diggelen'. Met andere woorden: denk goed na voordat je iemand bekritiseerd, want je hebt zelf ook genoeg boter op je hoofd. Ook op In A Glass House gaat Gentle Giant door met de weg die vanaf het begin af aan al werd bewandeld: het proberen te verleggen van de conventionele muzikale grenzen, waarbij niks aangetrokken wordt van de mening van anderen. Kunnen we, met dit gegeven in het achterhoofd, het concept dat achter dit album schuilgaat lezen als een dikke middelvinger van deze eigenzinnige, hoogstunieke progressieve band uit Groot-Brittannië richting de muziekindustrie? Ik denk van wel.
Het hierboven geformuleerde gezegde dient als basis voor het beste dat Gentle Giant tot dusverre heeft uitgebracht. In A Glass House bevat zes composities waar he-le-maal niets op af te dingen is. Of dit album een conceptalbum is durf ik niet met zekerheid te stellen, maar wie een blik op de teksten werpt ziet dat deze aansluiten bij het hierboven geformuleerde gezegde. Op In A Glass House worden psychologische concepten zoals ons verantwoordelijkheidsgevoel, hoe het is om vrij te zijn en onze levensvisies aan de kaak gesteld. Het maakt dat In A Glass House een heel intiem en persoonlijk album is om naar te luisteren, waarbij 'confronterend' het woord is dat het beste passend is.
De muziek is zoals we van de Reus gewend zijn, alleen liggen de accenten hier een beetje anders dan op voorgaande albums. Dat heeft alles te maken met het vertrek van één van de gebroeders Shulman, Phil. Voor mijn gevoel is de sound van Gentle Giant op dit album wat directer, rockender en catchier (voor zover dat mogelijk is bij deze band...). Exemplarisch hiervoor zijn het openingsnummer en het slotnummer: op het eerste gehoor doet dit vrij simplistisch en straight-forward aan. Vooral de drums zorgen voor dit gevoel, en ook de bass klinkt vrij stabiel. Maar luisterbeurt na luisterbeurt openbaart zich de genialiteit van In A Glass House: de onorthodoxe akkoorden, de manier waarop de verschillende instrumenten elkaar versterken en elkaar soms tegenspreken (hoe moet je het anders verwoorden?), en dan heb ik het nog niet eens gehad over de souplesse waarmee de ritmes, tempowisselingen en maatsoorten moeiteloos worden afgewisseld.
Een nummer waarbij de haren me recht overeind gaan staan is An Inmates Lullaby. Bij de eerste paar luisterbeurten vond ik deze track dus helemaal niks. Een slaapliedje dat overheerst wordt door pauken, een vibrafoon en glockenspiel, wat duf zeg... Maar een apart gevoel bekruipt je naarmate dit nummer je muzikale zenuwstelsel binnensluipt, waarbij het voelt alsof je meekijkt door de ogen van een geïnterneerd patiënt die volslagen krankzinnig is en probeert de wereld te omschrijven zoals hij deze ziet. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de tekst in een ik-perspectief is geschreven, wat het nog beklemmender en onderhuidser maakt dan dat het al is. Het is een gevoel dat moeilijk te omschrijven is, want dit is een nummer dat niet beschreven moet worden, maar dat ondergaan moet worden.
Vervolgens is Way of Life een uitstekende illustratie van waarom Gentle Giant (nu al) één van mijn favoriete bands is. Wie verzint het om een bloedserieus, creepy nummer als An Inmates Lullaby op te volgen door een nummer dat het beste kan worden omschreven als de sound van Yes die op 2x speed is gezet? Briljant aan dit nummer vind ik vooral het spottende, cynische toontje waarmee Derek Shulman de luisteraar toespreekt. Het lijkt erop alsof hij hiermee wil zeggen: 'ik leid mijn leven op deze manier en ik doe alles hoe ik het zelf wil. Dit is mijn 'way of life', lekker puh'. Of zoals we als kleuter vroeger zeiden: ‘nana nanana!’.
Ook Experience, een nummer over verantwoordelijkheid, is een waar muzikaal rollercoaster en past perfect binnen alles waar dit album voor staat en gaat. Vooral de tweede helft van de song is werkelijk geniaal: catchy klinkend, maar toch zo typisch Gentle Giant. Na het korte intermezzootje dat A Reunion heet, waarin we getrakteerd worden op een hoogstaand stukje kamermuziek, komen we aan bij afsluiter In A Glass House.
En dit nummer bevat eigenlijk alles wat Gentle Giant te bieden heeft en wat deze band zo steengoed maakt. Het is dé archetypische Gentle Giant-song als je het mij vraagt. Dit wordt meteen aan het begin al duidelijk: een akoestische gitaar die afgewisseld wordt door een viool met drums, waarna vervolgens twee violen op de voorgrond treden met een voortstuwende bass op de achtergrond. Vervolgens krijgen we een middeleeuws-klinkend synthesizer-loopje met in de achtergrond iets dat klinkt als tamboerijnen. En man man man wat kan die Derek Shulman toch belachelijk goed zingen zeg, iets wat ik nog helemaal niet heb benoemt. Naast het feit dat hij een heel herkenbare en fijne stem heeft, weet hij er ook nog eens briljante zanglijnen uit te stampen, bijvoorbeeld in het titelnummer vanaf 1:01. Kippenvel.
Alleen de eerste minuut van het titelnummer levert al veel verhaal op. Net zoals alle andere Gentle Giant albums zou je ook over deze In A Glass House een boekwerk vol kunnen schrijven. Ik ben echter van mening dat dit album zich onderscheidt ten opzichte van de voorafgaande albums. In A Glass House is vrolijk doch melancholiek, speels doch serieus en complex doch catchy en daarmee een album dat voor mij, naast compositionele perfectie, deze keer ook emotionele perfectie weet te benaderen.
Ik heb met mezelf afgesproken dat ik na afloop van deze marathon de nummer 1 in de stand, mijn favoriete Gentle Giant album dus, in mijn top tien ga zetten. Ik zal er zeker niet wakker van liggen als op het einde van de rit blijkt dat In A Glass House als winnaar uit de bus komt rollen van deze marathon. Vijf dikke sterren zijn hier meer dan terecht en zeer verdient voor dit progressieve meesterwerkje.
Stand:
1. In A Glass House - 5*
2. Three Friends - 5*
3. Acquiring the Taste - 4,5*
4. Gentle Giant - 4,5*
5. Octopus - 4,0*
"I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time, Why does everybody else think that I'm mad
I heard someone saying I think he'll be staying maybe for a
Long time and that I'm mad
Lying down here in the afternoon
In my pretty cosy little cushioned room
I can talk to all my funny friends in here
I was told to rest why ... I am not quite clear"
Het gezegde waar Gentle Giants vijfde studio-album op is gebaseerd luidt: 'Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien', wat zoiets betekent als 'als men zelf genoeg aanleiding gegeven heeft tot kritiek, moet men geen afkeurend oordeel over anderen uitspreken; immers de kritiek wordt dan teruggekaatst en de eigen reputatie valt aan diggelen'. Met andere woorden: denk goed na voordat je iemand bekritiseerd, want je hebt zelf ook genoeg boter op je hoofd. Ook op In A Glass House gaat Gentle Giant door met de weg die vanaf het begin af aan al werd bewandeld: het proberen te verleggen van de conventionele muzikale grenzen, waarbij niks aangetrokken wordt van de mening van anderen. Kunnen we, met dit gegeven in het achterhoofd, het concept dat achter dit album schuilgaat lezen als een dikke middelvinger van deze eigenzinnige, hoogstunieke progressieve band uit Groot-Brittannië richting de muziekindustrie? Ik denk van wel.
Het hierboven geformuleerde gezegde dient als basis voor het beste dat Gentle Giant tot dusverre heeft uitgebracht. In A Glass House bevat zes composities waar he-le-maal niets op af te dingen is. Of dit album een conceptalbum is durf ik niet met zekerheid te stellen, maar wie een blik op de teksten werpt ziet dat deze aansluiten bij het hierboven geformuleerde gezegde. Op In A Glass House worden psychologische concepten zoals ons verantwoordelijkheidsgevoel, hoe het is om vrij te zijn en onze levensvisies aan de kaak gesteld. Het maakt dat In A Glass House een heel intiem en persoonlijk album is om naar te luisteren, waarbij 'confronterend' het woord is dat het beste passend is.
De muziek is zoals we van de Reus gewend zijn, alleen liggen de accenten hier een beetje anders dan op voorgaande albums. Dat heeft alles te maken met het vertrek van één van de gebroeders Shulman, Phil. Voor mijn gevoel is de sound van Gentle Giant op dit album wat directer, rockender en catchier (voor zover dat mogelijk is bij deze band...). Exemplarisch hiervoor zijn het openingsnummer en het slotnummer: op het eerste gehoor doet dit vrij simplistisch en straight-forward aan. Vooral de drums zorgen voor dit gevoel, en ook de bass klinkt vrij stabiel. Maar luisterbeurt na luisterbeurt openbaart zich de genialiteit van In A Glass House: de onorthodoxe akkoorden, de manier waarop de verschillende instrumenten elkaar versterken en elkaar soms tegenspreken (hoe moet je het anders verwoorden?), en dan heb ik het nog niet eens gehad over de souplesse waarmee de ritmes, tempowisselingen en maatsoorten moeiteloos worden afgewisseld.
Een nummer waarbij de haren me recht overeind gaan staan is An Inmates Lullaby. Bij de eerste paar luisterbeurten vond ik deze track dus helemaal niks. Een slaapliedje dat overheerst wordt door pauken, een vibrafoon en glockenspiel, wat duf zeg... Maar een apart gevoel bekruipt je naarmate dit nummer je muzikale zenuwstelsel binnensluipt, waarbij het voelt alsof je meekijkt door de ogen van een geïnterneerd patiënt die volslagen krankzinnig is en probeert de wereld te omschrijven zoals hij deze ziet. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat de tekst in een ik-perspectief is geschreven, wat het nog beklemmender en onderhuidser maakt dan dat het al is. Het is een gevoel dat moeilijk te omschrijven is, want dit is een nummer dat niet beschreven moet worden, maar dat ondergaan moet worden.
Vervolgens is Way of Life een uitstekende illustratie van waarom Gentle Giant (nu al) één van mijn favoriete bands is. Wie verzint het om een bloedserieus, creepy nummer als An Inmates Lullaby op te volgen door een nummer dat het beste kan worden omschreven als de sound van Yes die op 2x speed is gezet? Briljant aan dit nummer vind ik vooral het spottende, cynische toontje waarmee Derek Shulman de luisteraar toespreekt. Het lijkt erop alsof hij hiermee wil zeggen: 'ik leid mijn leven op deze manier en ik doe alles hoe ik het zelf wil. Dit is mijn 'way of life', lekker puh'. Of zoals we als kleuter vroeger zeiden: ‘nana nanana!’.
Ook Experience, een nummer over verantwoordelijkheid, is een waar muzikaal rollercoaster en past perfect binnen alles waar dit album voor staat en gaat. Vooral de tweede helft van de song is werkelijk geniaal: catchy klinkend, maar toch zo typisch Gentle Giant. Na het korte intermezzootje dat A Reunion heet, waarin we getrakteerd worden op een hoogstaand stukje kamermuziek, komen we aan bij afsluiter In A Glass House.
En dit nummer bevat eigenlijk alles wat Gentle Giant te bieden heeft en wat deze band zo steengoed maakt. Het is dé archetypische Gentle Giant-song als je het mij vraagt. Dit wordt meteen aan het begin al duidelijk: een akoestische gitaar die afgewisseld wordt door een viool met drums, waarna vervolgens twee violen op de voorgrond treden met een voortstuwende bass op de achtergrond. Vervolgens krijgen we een middeleeuws-klinkend synthesizer-loopje met in de achtergrond iets dat klinkt als tamboerijnen. En man man man wat kan die Derek Shulman toch belachelijk goed zingen zeg, iets wat ik nog helemaal niet heb benoemt. Naast het feit dat hij een heel herkenbare en fijne stem heeft, weet hij er ook nog eens briljante zanglijnen uit te stampen, bijvoorbeeld in het titelnummer vanaf 1:01. Kippenvel.
Alleen de eerste minuut van het titelnummer levert al veel verhaal op. Net zoals alle andere Gentle Giant albums zou je ook over deze In A Glass House een boekwerk vol kunnen schrijven. Ik ben echter van mening dat dit album zich onderscheidt ten opzichte van de voorafgaande albums. In A Glass House is vrolijk doch melancholiek, speels doch serieus en complex doch catchy en daarmee een album dat voor mij, naast compositionele perfectie, deze keer ook emotionele perfectie weet te benaderen.
Ik heb met mezelf afgesproken dat ik na afloop van deze marathon de nummer 1 in de stand, mijn favoriete Gentle Giant album dus, in mijn top tien ga zetten. Ik zal er zeker niet wakker van liggen als op het einde van de rit blijkt dat In A Glass House als winnaar uit de bus komt rollen van deze marathon. Vijf dikke sterren zijn hier meer dan terecht en zeer verdient voor dit progressieve meesterwerkje.
Stand:
1. In A Glass House - 5*
2. Three Friends - 5*
3. Acquiring the Taste - 4,5*
4. Gentle Giant - 4,5*
5. Octopus - 4,0*
1
geplaatst: 7 juni 2022, 23:49 uur
Prachtige recensie, ABDrums. Morgen leg ik mijn vinylexemplaar weer op de draaitafel...
3
Mssr Renard
geplaatst: 4 maart 2024, 18:10 uur
Ik had dit album onlangs opnieuw gekocht, omdat het oude exemplaar van de albumhoes niet meer mooi is en ook het effect mist van het doorzichtige 'raam' van cellofaanfolie in de albumhoes waardoor elk bandlid tweemaal wordt gepresenteerd, maar dan met verschillende instrumenten: Derek op zang en saxofoon, Ray op basgitaar en viool, Kerry op toetsen en vibrafoon of marimba, Gary op gitaar en blokfluit en John op drums en drums. Dit effect wordt bereikt doordat een extra stuk karton achter het cellofaanfolie geschoven wordt. De foto's op het cellofaanfolie en op het karton zijn in negatief en dit effect schijnt niet voor alle cd-reissues herhaald te zijn. Het piepkleine album-artwork dat de streamingdiensten weergeven doet het album in elk geval geen eer aan, en lijkt eerder een puinhoop
De originele albumhoes zal best duur geweest zijnom te maken, maar het was ook wel iets van die tijd. Jethro Tull had immers een nep-krant als plaathoes voor ‘Thick as a Brick’ uit 1972, Emerson, Lake & Palmer had een volledig uitvouwbare HR Giger-hoes voor hun album ‘Brain Salad Surgery’ uit 1973 en Uriah Heep een plaat met spiegelend folie op de hoes van hun album ‘Look at Yourself’ uit 1971. Het kost een aardige duit om deze originele versie op vinyl te kopen waarbij het artwork nog volledig intact is, maar het is dubbel en dwars waard.
In A Glass House laat een meer rockende kant van de band zien, dat de komende platen nog meer zal worden uitgewerkt. Meer rock betekent niet direct minder complex en avontuurlijk, maar daarover later meer. Het is de eerste plaat zonder Phil Shulman en de tweede plaat met John Weathers op drums. Zonder Phil is er een zanger minder en ook minder saxofoon en trompet, wat ook direct terug te horen is op deze plaat. De rol van gitarist Gary in de muziek wordt daardoor ook groter. De muziek schuift zoals gezegd wat meer op richting de rock.
Op deze plaat wisselt de band vier wat stevigere nummers af met twee rustigere songs, die met wat goede wil ballads genoemd kunnen worden. De vier langere nummers zijn van die typische Gentle Giant-legpuzzels, waar je na tientallen jaren luisteren nog steeds niet alle stukjes hebt gelegd. Leuk is ook dat Derek toch de saxofoon oppakt, al is hij geen virtuoos, hij kleurt het mooi in. Hij is in elk geval beter dan Ian Anderson die op Warchild en Passion Play ook meende saxofoon te moeten spelen. Derek speelde overigens op de voorgaande platen ook enkele saxofoon-partijen naast broer Phil.
The Runaway start met brekend glas dat later geloopd wordt tot een soort beat, wat doet denken aan Money van Pink Floyd. De band zal vaker dit trucje herhalen (een videogame in Time to Kill van het album Free Hand, en de sluiter van een camera op ‘I Am A Camera’ van het album ‘Civilian’). Het scherpe clavinet-spel in combinatie met het Frippesque staccato gitaarspel domineren het hoofdthema. Omdat deze en de andere drie langere songs wat langer zijn dan die van bijvoorbeeld Octopus wordt al snel duidelijk dat de band meer zijn tijd neemt om thema's te ui te werken, te herhalen, nieuwe thema's te introduceren en herintroduceren. Zoals ik al schreef: een muzikale legpuzzel. Het nummer wisselt continu tussen 6/8 en 8/8-maatsoorten, en door de offbeat-accenten die John Wheathers legt lijken de maatsoorten zelfs nog ingewikkelder. Hij is behalve een stevige rockdrummer dan ook een erg inventieve en creatieve drummer, die de platen vanaf Octopus ook flink laat grooven. Al in het eerste nummer valt op hoe geïntegreerd de sound van de band is. Het grote aantal instrumenten dat de band bespeelt raken nergens verstrikt en nergens verzandt het bandgeluid een poel van chaos en kakafonie
De eerste ballad ’An Inmates Lullaby’ is één van mijn favoriete songs van de band, met Kerry op de marimba, het glockenspiel, vibrafoon en pauken. Het nummer is dan ook in zijn geheel ingespeeld door slaginstrumenten. De combinatie van deze instrumenten is fantastisch mooi. De strijd tussen de stabiliteit en instabiliteit van de protagonist wordt mooi weergegeven door de lichtere en donkerdere klanken van de verschillende instrumenten en de vrolijke melodie waarmee wordt gestart en het middenstuk dat weer wat zwaarder klinkt. Het verhaal eindigt ook goed waarbij het eerste couplet weer wordt herhaald. Het is dan ook een slaaplied, een slaaplied van de gevangene zelf. Derek zingt hier heel ingetogen en zijn stem heeft een bijzonder effect meegekregen. De tekst is erg serieus en dat is maar goed ook, want het is een onderwerp waar je niet te gemakkelijk grappen en grollen over mag maken. De muziek zelf is niet erg ongemakkelijk en klinkt zelfs hier en daar erg hemels. Bovendien past de muziek erg goed bij het onderwerp.
Het derde nummer ‘Way of Life’ hakt er vanaf ‘Go’ (Gary’s enige vocale stuk op de plaat) al gelijk hard in. Het is een nummer dat tekstueel aansluit op ‘Funny Ways’, een manier om het muzikantenleven te verklaren als zijnde anders dan dat van de gewone mens. Het continue tourschema was dan ook de reden dat Phil Shulman besloot zijn werk als muzikant neer te leggen en dat als docent weer op te pakken en meer tijd aan zijn gezin te besteden. De tekst van ‘Way of Life’ probeert dit weer te geven, enerzijds door de declamerende zang van Derek, en anderzijds middenin het nummer bijna treurig door troubadour Kerry, vergezeld door een pijporgel en viool. Na het middenstuk pakt het nummer het tempo weer en rockt weer verder, waarna het thema uit het middenstuk weer oppakt waar de zanglijn dan wordt gespeeld door de toetsen en de viool. Een bijna symfonisch stuk. Het coda van dit nummer was bedoeld om een volgend nummer aan te kondigen, maar is het sluitstuk van kant A.
‘Experience’ waar kant B mee wordt geopend, is een typisch Gentle Giant-lappendeken, dat begint met Kerry op zijn eigen madrigale manier. Het volgt hierbij een tegenovergestelde richting als ‘Way of Life’, die begint als rocker en rustig eindigt. De counterpoint orgel- en baspartijen waarmee het nummer begint worden al heel snel vermeerderd met trommels en het gehele toetsenarsenaal van Kerry en een wah-gitaar. Op een gegeven moment neemt de basgitaar exact dezelfde melodielijn over van de zang. De maatsoort van dit intense gedeelte is overwegend in 9/8, afgewisseld met 5/4 en 4/4-maten. Na een aankondiging op het glockenspiel volgt een stuk op het pijporgel en een bijna kerkelijk zangstuk, vergezeld van een verdwaalde rock-bas-riff, welke de weg vrij maakt voor een vrij rockend stuk. Gary Green rockt er samen met Kerry op de piano op los en Derek neemt hier de leadzang over. Nu wordt het ingewikkeld, want de lappendeken wordt verder uitgerold met steeds weer terugkerende en herhalende thema’s waar Derek maar één lijn blijft herhalen. Opmerkelijk is de stuwende 4/4-beat die John hier speelt, welke de song een ontzettende rock-drive meegeeft. Na nog enkele declamaties van Derek mag Gary nog eens flink van leer mag trekken op de leadgitaar waarna het nummer nog éénmaal een variatie op het eerste couplet speelt en dan afsluit met een coda en een fade-out.
De tweede ballad is wat lichter dan de ballad van kant A, opgesmukt met Kerry op de cello, Ray op de viool en elektrische bas en Gary op de akoestische gitaar. Op een intro op de bass-drum en de pianopartij na, is dit gehele nummer met snaarinstrumenten opgenomen (een piano is een slaginstrument), en plaatst in direct contrast met de ballad op kant A. Het is het enige nummer waar Kerry de volledige leadzang op zich neemt en is een nummer wat zo op één van de oudere platen van de band had gepast. Het is bij Gentle Giant altijd wat lastig te stellen of een nummer een Middeleeuws of Renaissancistisch karakter heeft, maar dit nummer heeft een meer faux-Romantiek signatuur en heeft een pastorale ambiance die wat zoet lijkt, maar ik vind het erg elegant en een mooi rustpunt voor het krachtstuk waarmee de plaat afsluit.
Het laatste nummer ‘In a Glass House’ laat niet de riff door Gary spelen, maar door Ray op de viool, waardoor het bijna een beetje een doet denken aan de Amerikaanse progressive rockband Kansas. Het nummer lijkt een soort voorbode van de stijl die de band verder uitwerkt op Power and the Glory (de volgende plaat). De maatsoorten, wisselingen in tempo en toonschema’s zijn bijna niet te tellen. Net als bij de opener op kant A lijkt het alsof de band elk instrument dat het bespeelt, in het nummer willen laten terugkomen. Het is ook dit nummer waar Derek laat horen zijn persoon te staan op de saxofoon. Het nummer meandert door allerlei muzikale passages, waarna het plotseling in een rock-stuk komt, met zeer competente, in-the-pocket drums van John. Het rockstuk met de stevige zang van Derek wordt continu afgewisseld met een rustiger element waarin Kerry zingt, een question-answer-spel, wat na twee keer plotseling wordt opgesmukt door een slide-dobro-solo van Gary. Het nummer eindigt met een fade-out van thema dat gedomineerd wordt door de riff van Gary.
Na het laatste nummer volgt een kort stuk waarin van alle songs een kort fragment voorbijkomt, vergezeld van brekend glas. De lp-exemplaren hadden overigens geen songtijden, maar de lange nummers duren alle vier iets meer dan 7 minuten, en de laatste song duurt op cd-exemplaren wel meer dan 8 minuten, maar dat komt omdat de korte collage eraan is vastgeplakt.
In A Glass House is de eerste plaat in een nieuw hoofdstuk van de band, waar beetje bij beetje de akoestische instrumenten de weg ruimen voor elektrische instrumenten. De rock was altijd al aanwezig in algehele geluid van de band, maar zoals er op In A Glass House her en de riffs, donderende drumpartijen en gitaarsolo’s worden ingezet, is bijna net alsof de band meer probeerde de kracht van de liveshows op plaat te zetten. In 1973 waren er nog geen liveopnamen van de band beschikbaar (pas in 1977 kwam de eerste officiële liveplaat ‘Playing the Fool’ uit).
Columbia (het label waarbij de band in Amerika was getekend) weigerde het album zelfs uit brengen, omdat het niet commercieel genoeg was. Het Britse WWA (een klein label waarop ook Black Sabbath zat) en Vertigo in Duitsland schenen amper aan promotie te doen. Waardoor ook deze plaat wederom geen commercieel succes werd. De Amerikanen lust wel koek van deze plaat want als import wist deze plaat toch in korte tijd verkoopcijfers van rond de 150.000 exemplaren te halen, wat het de best verkochte plaat van de band in Amerika maakte. Dat was dus duidelijk een vergissing van het label.
Overigens klinkt mij nieuwe 'oude' exemplaar uit 1973 als een klok. De vorige eigenaar was er schijnbaar erg voorzichtig mee geweest en heeft het netjes behandeld. Hoe omschrijf je trouwens een plaat die je al bijna 35 jaar draait en waarvan je maar niet kun beslissen of het je favoriet is of dat het toch Free Hand is? Eigenlijk net als bij ‘Thick as a Brick’ en enkele andere gedoodverfde favoriete albums van mij, vind ik elke analyse of beschrijving ontoereikend en schieten superlatieven mij tekort. Dit is ook de periode waarin Jethro Tull en Gentle Giant elkaar het dichts naderen. Gentle Giant kwam met de trilogie Octopus - In A Glass House - Power and the Glory en Jethro Tull met de trilogie Aqualung - Thick as a Brick - A Passion Play. Het is niet voor niets dat mijn favoriete albums meestal in deze periode vallen, waarbij bands elkaar flink inspireerden het beste in elkaar naar boven te halen. Jethro Tull had echter wel veel succes en Gentle Giant niet.
Nota Bene: De informatie die de lp-hoes biedt is veel summierder dan wat internet nu te bieden heeft. Pak Wikipedia erbij en er is veel meer informatie voor handen, dan de lp-hoes uit 1973 bood. Zo staat op de hoes dat Kerry ‘all keyboards’ speelt en gaat wikipedia (ik denk dankzij de informatie uit het boekje van de cd-reissue) wat dieper in op al die toetseninstrumenten. Wat wel erg jammer is aan het internet is herhalen van fouten. Zo lees ik op meerdere sites dat Kerry ‘An Inmates Lullaby’ zingt, terwijl dat toch echt Derek is. Voorzichtigheid is dus geboden met de informatie dat het internet biedt.
Op Youtube is een video te zien, die de band opnam voor de Duitse tv-zender ZDF in 1974, waar de band de nummers Runaway en Experience aan elkaar linkt. Het is een andere versie die wordt aangeboden op de cd-reissue, want die schijnt uit 1975 te zijn. Opvallend is het afgemeten en exceptionele spel van de band. Ook valt direct de kracht op waarmee de band speelt. Derek neemt hier ook de leadzang van Kerry over, die het toch te druk heeft met zijn talloze toetseninstrumenten. Let bovendien op de mimiek van de band, en dan met name wanneer er accenten worden gelegd.
De video is hier te zien (ik heb het al eerder op de bandpagina van Gentle Giant hier op Musicmeter geplaatst, omdat daar wel een video embedded kan worden):
Gentle Giant - The runaway / Experience (German TV ZDF 1974-Live Brussels film studio)
De originele albumhoes zal best duur geweest zijnom te maken, maar het was ook wel iets van die tijd. Jethro Tull had immers een nep-krant als plaathoes voor ‘Thick as a Brick’ uit 1972, Emerson, Lake & Palmer had een volledig uitvouwbare HR Giger-hoes voor hun album ‘Brain Salad Surgery’ uit 1973 en Uriah Heep een plaat met spiegelend folie op de hoes van hun album ‘Look at Yourself’ uit 1971. Het kost een aardige duit om deze originele versie op vinyl te kopen waarbij het artwork nog volledig intact is, maar het is dubbel en dwars waard.
In A Glass House laat een meer rockende kant van de band zien, dat de komende platen nog meer zal worden uitgewerkt. Meer rock betekent niet direct minder complex en avontuurlijk, maar daarover later meer. Het is de eerste plaat zonder Phil Shulman en de tweede plaat met John Weathers op drums. Zonder Phil is er een zanger minder en ook minder saxofoon en trompet, wat ook direct terug te horen is op deze plaat. De rol van gitarist Gary in de muziek wordt daardoor ook groter. De muziek schuift zoals gezegd wat meer op richting de rock.
Op deze plaat wisselt de band vier wat stevigere nummers af met twee rustigere songs, die met wat goede wil ballads genoemd kunnen worden. De vier langere nummers zijn van die typische Gentle Giant-legpuzzels, waar je na tientallen jaren luisteren nog steeds niet alle stukjes hebt gelegd. Leuk is ook dat Derek toch de saxofoon oppakt, al is hij geen virtuoos, hij kleurt het mooi in. Hij is in elk geval beter dan Ian Anderson die op Warchild en Passion Play ook meende saxofoon te moeten spelen. Derek speelde overigens op de voorgaande platen ook enkele saxofoon-partijen naast broer Phil.
The Runaway start met brekend glas dat later geloopd wordt tot een soort beat, wat doet denken aan Money van Pink Floyd. De band zal vaker dit trucje herhalen (een videogame in Time to Kill van het album Free Hand, en de sluiter van een camera op ‘I Am A Camera’ van het album ‘Civilian’). Het scherpe clavinet-spel in combinatie met het Frippesque staccato gitaarspel domineren het hoofdthema. Omdat deze en de andere drie langere songs wat langer zijn dan die van bijvoorbeeld Octopus wordt al snel duidelijk dat de band meer zijn tijd neemt om thema's te ui te werken, te herhalen, nieuwe thema's te introduceren en herintroduceren. Zoals ik al schreef: een muzikale legpuzzel. Het nummer wisselt continu tussen 6/8 en 8/8-maatsoorten, en door de offbeat-accenten die John Wheathers legt lijken de maatsoorten zelfs nog ingewikkelder. Hij is behalve een stevige rockdrummer dan ook een erg inventieve en creatieve drummer, die de platen vanaf Octopus ook flink laat grooven. Al in het eerste nummer valt op hoe geïntegreerd de sound van de band is. Het grote aantal instrumenten dat de band bespeelt raken nergens verstrikt en nergens verzandt het bandgeluid een poel van chaos en kakafonie
De eerste ballad ’An Inmates Lullaby’ is één van mijn favoriete songs van de band, met Kerry op de marimba, het glockenspiel, vibrafoon en pauken. Het nummer is dan ook in zijn geheel ingespeeld door slaginstrumenten. De combinatie van deze instrumenten is fantastisch mooi. De strijd tussen de stabiliteit en instabiliteit van de protagonist wordt mooi weergegeven door de lichtere en donkerdere klanken van de verschillende instrumenten en de vrolijke melodie waarmee wordt gestart en het middenstuk dat weer wat zwaarder klinkt. Het verhaal eindigt ook goed waarbij het eerste couplet weer wordt herhaald. Het is dan ook een slaaplied, een slaaplied van de gevangene zelf. Derek zingt hier heel ingetogen en zijn stem heeft een bijzonder effect meegekregen. De tekst is erg serieus en dat is maar goed ook, want het is een onderwerp waar je niet te gemakkelijk grappen en grollen over mag maken. De muziek zelf is niet erg ongemakkelijk en klinkt zelfs hier en daar erg hemels. Bovendien past de muziek erg goed bij het onderwerp.
Het derde nummer ‘Way of Life’ hakt er vanaf ‘Go’ (Gary’s enige vocale stuk op de plaat) al gelijk hard in. Het is een nummer dat tekstueel aansluit op ‘Funny Ways’, een manier om het muzikantenleven te verklaren als zijnde anders dan dat van de gewone mens. Het continue tourschema was dan ook de reden dat Phil Shulman besloot zijn werk als muzikant neer te leggen en dat als docent weer op te pakken en meer tijd aan zijn gezin te besteden. De tekst van ‘Way of Life’ probeert dit weer te geven, enerzijds door de declamerende zang van Derek, en anderzijds middenin het nummer bijna treurig door troubadour Kerry, vergezeld door een pijporgel en viool. Na het middenstuk pakt het nummer het tempo weer en rockt weer verder, waarna het thema uit het middenstuk weer oppakt waar de zanglijn dan wordt gespeeld door de toetsen en de viool. Een bijna symfonisch stuk. Het coda van dit nummer was bedoeld om een volgend nummer aan te kondigen, maar is het sluitstuk van kant A.
‘Experience’ waar kant B mee wordt geopend, is een typisch Gentle Giant-lappendeken, dat begint met Kerry op zijn eigen madrigale manier. Het volgt hierbij een tegenovergestelde richting als ‘Way of Life’, die begint als rocker en rustig eindigt. De counterpoint orgel- en baspartijen waarmee het nummer begint worden al heel snel vermeerderd met trommels en het gehele toetsenarsenaal van Kerry en een wah-gitaar. Op een gegeven moment neemt de basgitaar exact dezelfde melodielijn over van de zang. De maatsoort van dit intense gedeelte is overwegend in 9/8, afgewisseld met 5/4 en 4/4-maten. Na een aankondiging op het glockenspiel volgt een stuk op het pijporgel en een bijna kerkelijk zangstuk, vergezeld van een verdwaalde rock-bas-riff, welke de weg vrij maakt voor een vrij rockend stuk. Gary Green rockt er samen met Kerry op de piano op los en Derek neemt hier de leadzang over. Nu wordt het ingewikkeld, want de lappendeken wordt verder uitgerold met steeds weer terugkerende en herhalende thema’s waar Derek maar één lijn blijft herhalen. Opmerkelijk is de stuwende 4/4-beat die John hier speelt, welke de song een ontzettende rock-drive meegeeft. Na nog enkele declamaties van Derek mag Gary nog eens flink van leer mag trekken op de leadgitaar waarna het nummer nog éénmaal een variatie op het eerste couplet speelt en dan afsluit met een coda en een fade-out.
De tweede ballad is wat lichter dan de ballad van kant A, opgesmukt met Kerry op de cello, Ray op de viool en elektrische bas en Gary op de akoestische gitaar. Op een intro op de bass-drum en de pianopartij na, is dit gehele nummer met snaarinstrumenten opgenomen (een piano is een slaginstrument), en plaatst in direct contrast met de ballad op kant A. Het is het enige nummer waar Kerry de volledige leadzang op zich neemt en is een nummer wat zo op één van de oudere platen van de band had gepast. Het is bij Gentle Giant altijd wat lastig te stellen of een nummer een Middeleeuws of Renaissancistisch karakter heeft, maar dit nummer heeft een meer faux-Romantiek signatuur en heeft een pastorale ambiance die wat zoet lijkt, maar ik vind het erg elegant en een mooi rustpunt voor het krachtstuk waarmee de plaat afsluit.
Het laatste nummer ‘In a Glass House’ laat niet de riff door Gary spelen, maar door Ray op de viool, waardoor het bijna een beetje een doet denken aan de Amerikaanse progressive rockband Kansas. Het nummer lijkt een soort voorbode van de stijl die de band verder uitwerkt op Power and the Glory (de volgende plaat). De maatsoorten, wisselingen in tempo en toonschema’s zijn bijna niet te tellen. Net als bij de opener op kant A lijkt het alsof de band elk instrument dat het bespeelt, in het nummer willen laten terugkomen. Het is ook dit nummer waar Derek laat horen zijn persoon te staan op de saxofoon. Het nummer meandert door allerlei muzikale passages, waarna het plotseling in een rock-stuk komt, met zeer competente, in-the-pocket drums van John. Het rockstuk met de stevige zang van Derek wordt continu afgewisseld met een rustiger element waarin Kerry zingt, een question-answer-spel, wat na twee keer plotseling wordt opgesmukt door een slide-dobro-solo van Gary. Het nummer eindigt met een fade-out van thema dat gedomineerd wordt door de riff van Gary.
Na het laatste nummer volgt een kort stuk waarin van alle songs een kort fragment voorbijkomt, vergezeld van brekend glas. De lp-exemplaren hadden overigens geen songtijden, maar de lange nummers duren alle vier iets meer dan 7 minuten, en de laatste song duurt op cd-exemplaren wel meer dan 8 minuten, maar dat komt omdat de korte collage eraan is vastgeplakt.
In A Glass House is de eerste plaat in een nieuw hoofdstuk van de band, waar beetje bij beetje de akoestische instrumenten de weg ruimen voor elektrische instrumenten. De rock was altijd al aanwezig in algehele geluid van de band, maar zoals er op In A Glass House her en de riffs, donderende drumpartijen en gitaarsolo’s worden ingezet, is bijna net alsof de band meer probeerde de kracht van de liveshows op plaat te zetten. In 1973 waren er nog geen liveopnamen van de band beschikbaar (pas in 1977 kwam de eerste officiële liveplaat ‘Playing the Fool’ uit).
Columbia (het label waarbij de band in Amerika was getekend) weigerde het album zelfs uit brengen, omdat het niet commercieel genoeg was. Het Britse WWA (een klein label waarop ook Black Sabbath zat) en Vertigo in Duitsland schenen amper aan promotie te doen. Waardoor ook deze plaat wederom geen commercieel succes werd. De Amerikanen lust wel koek van deze plaat want als import wist deze plaat toch in korte tijd verkoopcijfers van rond de 150.000 exemplaren te halen, wat het de best verkochte plaat van de band in Amerika maakte. Dat was dus duidelijk een vergissing van het label.
Overigens klinkt mij nieuwe 'oude' exemplaar uit 1973 als een klok. De vorige eigenaar was er schijnbaar erg voorzichtig mee geweest en heeft het netjes behandeld. Hoe omschrijf je trouwens een plaat die je al bijna 35 jaar draait en waarvan je maar niet kun beslissen of het je favoriet is of dat het toch Free Hand is? Eigenlijk net als bij ‘Thick as a Brick’ en enkele andere gedoodverfde favoriete albums van mij, vind ik elke analyse of beschrijving ontoereikend en schieten superlatieven mij tekort. Dit is ook de periode waarin Jethro Tull en Gentle Giant elkaar het dichts naderen. Gentle Giant kwam met de trilogie Octopus - In A Glass House - Power and the Glory en Jethro Tull met de trilogie Aqualung - Thick as a Brick - A Passion Play. Het is niet voor niets dat mijn favoriete albums meestal in deze periode vallen, waarbij bands elkaar flink inspireerden het beste in elkaar naar boven te halen. Jethro Tull had echter wel veel succes en Gentle Giant niet.
Nota Bene: De informatie die de lp-hoes biedt is veel summierder dan wat internet nu te bieden heeft. Pak Wikipedia erbij en er is veel meer informatie voor handen, dan de lp-hoes uit 1973 bood. Zo staat op de hoes dat Kerry ‘all keyboards’ speelt en gaat wikipedia (ik denk dankzij de informatie uit het boekje van de cd-reissue) wat dieper in op al die toetseninstrumenten. Wat wel erg jammer is aan het internet is herhalen van fouten. Zo lees ik op meerdere sites dat Kerry ‘An Inmates Lullaby’ zingt, terwijl dat toch echt Derek is. Voorzichtigheid is dus geboden met de informatie dat het internet biedt.
Op Youtube is een video te zien, die de band opnam voor de Duitse tv-zender ZDF in 1974, waar de band de nummers Runaway en Experience aan elkaar linkt. Het is een andere versie die wordt aangeboden op de cd-reissue, want die schijnt uit 1975 te zijn. Opvallend is het afgemeten en exceptionele spel van de band. Ook valt direct de kracht op waarmee de band speelt. Derek neemt hier ook de leadzang van Kerry over, die het toch te druk heeft met zijn talloze toetseninstrumenten. Let bovendien op de mimiek van de band, en dan met name wanneer er accenten worden gelegd.
De video is hier te zien (ik heb het al eerder op de bandpagina van Gentle Giant hier op Musicmeter geplaatst, omdat daar wel een video embedded kan worden):
Gentle Giant - The runaway / Experience (German TV ZDF 1974-Live Brussels film studio)
1
Mssr Renard
geplaatst: 5 maart 2024, 11:44 uur
Ik ben benieuwd of iemand ooit mijn 'recensie' gaat lezen, maar ik moest even los op mijn favoriete album. Als ik Snow Goose en Thick as a Brick ga aanpakken, ga ik nog verder dan dit, denk ik.
* denotes required fields.
* denotes required fields.

