New wave is een containerbegrip, zoals het vorige station in mijn queeste weer eens aantoonde: bij het debuut van
Debbie Harry zaten we in New York waar wave en funk in elkaar overlopen.
In mijn geheugen zat Téléphone opgeslagen als het Franse antwoord op de Britse punk en new wave. Zát. Want nu ik het album hoor, constateer ik dat áls dat al zo was, de drie heren en ene dame vooral goed hebben geluisterd naar de Rolling Stones en The Faces. Vuige rock 'n' roll met
Hygiaphone als eerbetoon aan Chuck Berry.
Mijn oude beeld van de groep was snel bijgesteld, al kun je zeggen dat ze wél de energie van de nieuwe golf bezitten. Wellicht plaatste men het destijds in de traditie van pubrock, maar ook dan is duidelijk dat dit kinderen van de Britse r&b zijn. Of in Nederlandse termen: de felle evenknieën van Herman Brood & His Wild Romance.
Want ze kunnen spélen, in Londen met producer Mike Thorne in een messcherpe productie gestoken vol bijtende gitaren.
Sur la Route bijvoorbeeld, dat kalmpjes begint om dan te versnellen. In
Téléphomme doet Téléphone iets soortgelijks maar dan in een nog groter contrast. Emotionele zang van gitarist Jean-Louis Albert, die zijn zes snaren kruist met die van Louis Bertignac. Met de ritmesectie van bassiste Corine Marienneau en drummer Richard Kolinka spat de energie uit de boxen. Een favoriet kiezen is lastig, de keuze is te groot. Wellicht
Métro (C'est Trop)?
Overigens noemt Oor's Popencyclopedie (editie 1990) wel degelijk dat de muziek geënt is op die van de Stones; in mijn brein kennelijk opgeslagen in het verkeerde vakje. Lekker album, zij het niet passend in mijn afspeellijsten met new wave. Na deze omissie moet ik terug naar echte wave. Van Parijs naar Brussel, van Téléphone naar
Telex.
NB Hier op MuMe heet dit album (nog?) 'Anna', het nummer dat de plaat opent, maar de hoes en alle andere bronnen houden het op een titelloos album - of anders gezegd,
Téléphone van Téléphone.