Gelukzalig is het woord dat me te binnen schiet als ik de eerste tonen van
Up On a Mountain hoor. Is het doordat dit album afkomstig is van 'presbyteriaanse pastor Vito Aiuto en zijn vrouw Monique Aiuto'? Kennen we die naam niet van het Stevens-album Michigan?
Want er hangt wel een groot hallelujah-geurtje rond dit album. Lovesexy van Prince is er haast niks bij. Is het dit vrome duo die me dat gevoel geeft?
Ik vrees het toch van niet; ik denk dat het toch echt het feit is geconfronteerd te worden met nieuw Sufjan Stevens werk ook al is de zang van andere artiesten (de stem ligt overigens wel heel erg dicht bij die van Sufjan).
Sold! To The Nice Rich Man laat dan wel weer een ietwat andere richting van de man horen en de twijfel blijft toch wel bestaan: zingt ie nu wel of zingt ie nu niet zelf? Muzikaal gezien is er geen enkele twijfel. Maar goed, die richting dus: warme, funky klanken zorgen voor licht in de duisternis van deze donkere decembermaand en dan mag het duo nog zo hard 'here comes the dark' zingen. De ster van Bethlehem kan niet feller schijnen dan het licht dat dit nummer weet uit te stralen. Hemels gospel-koortje, swingende blazers: ja, dat tovert een lach op mijn gezicht. We zijn weer thuis...... heerlijk! Welkom thuis dus, eh welcome wagon in dit geval.
Veel bewerkte oude spirituals op dit album en dat
Unless The Lord The House Shall Build zal er vast eentje van zijn. Tekstueel gezien wat zwaarder verteerbaar voor deze niet-gelovige jongen, maar ach, als je het Prince-gepreek jarenlang hebt weten te overleven dan lukt dit wel en zeker als het liedje gewoon heel mooi is.
He Never Said a Mumblin' Word is al net zo mooi. Het zijn dit bescheiden mini-juweeltjes van de Sufjan Stevens-albums die het altijd goed doen. Ik wil het haast hypnotizerend noemen.
Het banjo-getokkel op
Hail To The Lord's Anointed is uit duizenden herkenbaar en daarmee toont het de kracht van de artiest Sufjan Stevens aan: zijn stempel is zo nadrukkelijk en de man heeft inmiddels een eigen muzikaal universum kunnen creeëren. Zelfs als andere mensen aan het werk zijn herken je de stijl gelijk al. Maar goed: Stevens' bijdrage is natuurlijk ook meer dan gemiddeld uiteraard. De lichtheid van de banjo krijgt een somberder schaduw in de vorm van de donkere blazers en hierdoor ontstaat een mooi contrast waardoorheen het engelenkoor perfect weet te manoevreren.
But for You Who Fear My Name is funky gospel en daardoor ook erg pakkend. Je gaat zelf al bijna handenklappend door je eigen huiskamer heen marcheren.
American Legion is zo'n typisch zoet Sufjan-liedje: happy happy en laat de bijtjes maar komen, winter of niet. Ik weet het: de één gruwt ervan en de ander vindt het schitterend. Plaats mij maar in de laatste categorie. Aan het eind breken de wolken open en zien we de holy grail (waarom heb ik hier toch die Monty Python-film zo op mijn netvlies?!).
Boeren-hoempa horen we op
You Made My Day. Maar dit heeft wel bijzondere, kleine kwinkslagen waardoor het geheel erg boeiend blijft en mij er voor weet te behoeden de skipknop te zoeken.
Half a Person lijkt haast wel op een Belle & Sebastian-liedje met dank aan zangeres Monique (de link met Isobel Campbell is snel gelegd) maar ook met dank aan The Smiths die natuurlijk onsterfelijke liedjes hebben geschreven waarvan dit er eentje is. Uitstekende cover moet ik zeggen.
Ook
Jesus is geen onbekende. Sterker: het is te vinden op één van mijn favoriete albums aller tijden, nl. The Velvet Underground. Hier verliest deze versie het toch dik van het origineel dat heel klein gehouden is, terwijl dit juist erg uitbundig uitgevoerd wordt. Het neigt zelfs naar foute opera-rock. En toch, en toch: het heeft ook wel weer wat moet ik zeggen.
I Am a Stranger is het langstdurende nummer op dit album. Hierdoor is er ook voldoende ruimte voor avontuur. Ook hier valt het gospel-gehalte op, maar nergens neigt het naar Polyphonic Spree-achtige taferelen (waar ik overigens niet vies van ben laat ik dat er duidelijk bij vermelden). Leuk is dat ze hier een Jesus Christ Superstar nummer in verwerken (Everything's Alright).
En dan zijn we al weer aangekomen bij
Deep Were His Wounds, and Red; een relaxed nummer met de reverend in de hoofdrol op akoestische gitaar wat langzaam uitgroeit tot een mooi popliedje. Een prima slotakkoord van een uiterst verrassend album die prima voldoet om het wachten op een nieuwe Sufjan Stevens wat makkelijker te maken. Dit zou rustig voor een album van zijn eigen hand kunnen doorgaan, daarvoor is zijn invloed ook veel te groot.
Ik ben er zeer, maar dan ook zeer mee in mijn nopjes kan ik wel zeggen. Ziet u die glimlach nog? ------------>
