‘Klassiek aangezette duisternis’ schreef
hoi123 toen hij me dit album tipte. Best een treffende omschrijving. Soap&Skin maakt folkmuziek, erg somber en duister en met een klassiek randje door het frêle pianospel.
Even vooraf: Ik las ergens dat Anja Plaschg pas 18 jaar was toen ze dit album schreef. Dit is wel even andere koek dan wat een Birdy, een Lorde of een Billie Eilish op die leeftijd deed. Respect voor Anja en een beetje medelijden, want als je op zo’n leeftijd zulke duistere muziek schrijft betwijfel ik of je een heel fijne jeugd hebt gehad, maar dat terzijde.
De piano maakt overuren en steelt hier duidelijk de show. Ingewikkelde melodieën zijn het niet echt, maar ze weten me te raken en dat telt. In zo’n piano zit enorm veel emotie verscholen, maar het is een kunst om die eruit te krijgen, liefst op een manier die mij raakt. Regina Spektor is iemand die dat kan, Soap&Skin flikt het hier ook.
Naast die piano is er meer te horen. Veel meer. Strijkers gaan altijd goed samen met piano, maar de belangrijkste en bijzonderste toevoegingen zijn toch de elektronica en gekke samples die eigenlijk keihard vloeken met het pianospel, maar soms best goed blijken te werken. Onderlagen van synths zijn soms prominent aanwezig en zetten een liedje helemaal naar hun hand (DDMMYYYY), soms blijft het ook subtieler of zijn het alleen wat vreemde samples en bliepjes die een liedje een twist meegeven.
Turbine Womb is misschien het beste voorbeeld. De piano klinkt nergens zo mooi als in dit liedje, maar dat getik, geklik en geratel dat na twee minuten invalt slaat als een tang op een varken. Het past niet, maar in Turbine Womb kan ik het hebben. Sowieso houd ik van de experimentele insteek, of het nu lekker klinkt (wat meestal wel zo is, begrijp me niet verkeerd!) of niet.
In Cry Wolf werkt het bijvoorbeeld heel goed: Net zo bont als een draaiorgel, maar ook net zo samenhangend. Door het accordeon krijg ik het gevoel dat ieder moment Amélie Poulain kan langslopen. De opgewekte sound past er uitstekend bij.
Ook een goed voorbeeld is Marche Funèbre. Dit nummer staat bol van het experiment en leunt stevig op elektronische klanken. Dag en nacht verschil met Cry Wolf, maar ook dit werkt. Dit nummer is beklemmend, luguber bijna. Die valse stoomfluit (of wat het ook mag zijn) jaagt me iedere keer weer de stuipen op het lijf.
Ik ga niet over ieder liedje wat schrijven. Dat zou me ook niet lukken, want ze hebben lang niet allemaal een eigen smoel en zijn ook niet allemaal eenvoudig uit elkaar te houden. Dat de meeste te kort zijn voor een kop, een middenstuk én een staart maakt het er niet makkelijker op. Dat maakt ze redelijk inwisselbaar, al hoor ik ze best graag.
De zang moet ook even benoemd worden. Fraai is het niet: Anja heeft geen zangstem en een draak van een accent, maar echt storend vind ik het niet. Een engelenstemmetje zou totaal niet bij de muziek passen, maar een wat betere stem had deze muziek zeker mooier kunnen maken dan het nu is. Je kunt veel zeggen over dit album, maar ‘mooi’ is geen woord dat snel in me opkomt.
Muziek hoeft niet ‘mooi’ te zijn om goedgevonden te worden – kwaliteit kan op heel veel andere manier tot uiting komen – en dus heb ik een heel net cijfer over voor Lovetune for Vacuum, een experimenteel, duister en af en toe behoorlijk freaky folkalbum.