Dit album,
The Mollusk was enige tijd geleden mijn eerste bewuste kennismaking met Ween, een excentriek gezelschap uit Pennsylvania, een staat in het noordoosten van de Verenigde Staten. Bewust, zeg ik, want natuurlijk zal ik, buiten mijn eigen besef om, al wel ‘ns wat gehoord hebben van de band. En de naam Ween zei me natuurlijk ook wel iets, voornamelijk dankzij South Park, waarover later meer.
De albumhoes weet meteen te intrigeren: we zien, op een duistere achtergrond, enkele vreeswekkend uitziende schepselen der zeven wereldzeeën. Ondanks hun uitwendige verschillen, zijn ze toch allemaal verweven tot één indrukwekkende hybride. De hoes vormt op dat vlak voor mij ook een opvallende metafoor voor de muzikale content. Vanuit muzikaal standpunt is dit namelijk een behoorlijk eclectisch boeltje, maar op één of andere manier is de band er toch in geslaagd een min of meer coherent geheel te smeden. Er zitten heel wat afgeschaafde, prikkelende hoekjes aan, dat is waar, maar dat maakt de plaat des te opvallender.
Het album opent met een schijnbaar luchtig kinderwijsje, compleet met gekke stemmen. Daarna volgt de titelsong; misschien niet de meest indrukwekkende song, wel gewoon een klein, frivool liedje.
Polka Dot Tail heeft vervolgens weer wat meer weg van een kinderliedje, maar dan wel met een stevig hallucinogene inslag. De verteller vraagt aan al wie luisteren wil of die reeds met een aantal fenomenen, zoals een walvis met gestippelde staart of een man met acht vingers aan elke hand, in aanraking is gekomen. Het lijkt me vooral een beschrijving van de hallucinaties van een al dan niet geslaagde drugtrip.
De band weet met enige regelmaat ook grappig uit de hoek te komen, waarvan
I’ll Be Your Jonny on the Spot en
Waving My Dick in the Wind wellicht de duidelijkste voorbeelden zijn. Dat eerste nummer wordt bovendien opgesmukt met een bijzonder lekkere wah-wahsolo. Ook
The Blarney Stone, dat de draak lijkt te steken met Ierse volks- en drinkliederen, ontlokt meer dan één glimlach aan mijn tronie. Het piratenwijsje kent een stomdronken sfeertje, met ruige teksten en dito vocalen.
Verder blijf ik de indruk hebben dat de consumptie van psychedelische drugs een significante invloed had op dit album (als ik de commentaren van Dean Ween tijdens de 20ste verjaardag van het album mag geloven).
Mutilated Lips klinkt bijvoorbeeld behoorlijk psychedelisch en bevreemdend, zowel qua sound (o.a. dankzij het gebruik van de Moog-synthesizer) als tekst. Ook op
The Golden Eel is het duidelijk dat er bepaalde invloeden werkten, al klinkt dit nummer wat logger, apathisch en lethargisch.
”I Cannot reveal the words of the golden eel”, klinkt het in het refrein. Dit zou kunnen betekenen dat er geen zinnigheden kunnen worden gespuid te wijten aan de drugsroes, maar evengoed dat de boodschap van die gladjanus strikt geheim is. Nu neig ik eerlijk gezegd wel naar optie 1, hoor.
Dat de heren ook enige sérieux aan de dag kunnen leggen, wordt nog het best bewezen met
It’s Gonna Be (Alright), dat qua geluid wat mistroostig klinkt. Het liedje zou dan ook geïnspireerd zijn door de recente relatiebreuk van één van de bandleden destijds.
Cold Blows the Wind voelt dan weer aan als een soort middeleeuwse ballade, en enig opzoekwerk heeft me geleerd dat het gaat om de herwerking van een Engels volksliedje uit 17de eeuw. Akkoord, net na de Middeleeuwen, dus. Maar toch. Ook de afsluiter heeft een Britse folk-inslag, een traag triest liedje. De tekst is erg interessant, maar toch is hier ook de nodige ironie aanwezig.
Ocean Man klinkt zonnig en zomers. Het verbaast me dan ook niet dat dit liedje gebruikt werd in
The SpongeBob SquarePants Movie, u weet wel, over die gekke spons uit Bikini Bottom. Dit album lijkt sowieso nogal veel nautische verwijzingen te bevatten (zie ook de albumtitel en -hoes).
Pink Eye – On My Leg is een gemoedelijk instrumentaaltje. Het weet op typische Ween-wijze de aandacht te trekken, met een tikje bevreemdende geluidseffecten, een blaffende hond en enkele oprispingen die ooit de ambitie hadden een boertje te worden.
Buckingham Green krijgt uiteraard ook nog een vermelding, want ook dit is een erg tof nummer. Het lijkt nog het meest op een lieflijk LSD-sprookje dat halverwege ontspoort in muzikaal geweld.
De alinea’s hierboven beschrijven het eigenlijk al, maar ik zal het hier nog eens extra onderstrepen:
The Mollusk van Ween is een vrij diverse, excentrieke plaat met spitsvondige, soms dubbelzinnige en vaak hilarische teksten. Muzikaal is het een waar kleurenpalet. Ween slaagt erin om niet al te serieus over te komen, maar stiekem wel steengoede liedjes te schrijven én te brengen.
4 sterren
PS: De South Park-connectie had u nog tegoed: bij de grappiger nummers moet ik namelijk regelmatig aan South Park denken. Ik ken de naam van de band ook grotendeels dankzij de Amerikaanse satirische comedyreeks, want in seizoen 2 was Ween één van de bands die op Chef Aid speelden. Maar dat buiten beschouwing gelaten, vind ik Ween erg South Park klinken. Het South Park van de eerste seizoenen welteverstaan, toen het nog een heerlijk grove, zichzelf totaal niet serieus nemende serie over de krankzinnige avonturen van 4 jongens uit een onooglijk gat in Colorado was.