Thomas Dybdahl valt bij mij een beetje in de categorie artiesten 'die ik altijd wel blijf volgen ongeacht wat ze doen terwijl ze niet eens zo heel erg veranderen van koers'.
Ik noem een Josh Ritter, een Tom McRae, een Ray LaMontagne, Ed Harcourt en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Laat al dit soort artiesten dit jaar nu met een nieuw album komen (van Ray weet ik dat trouwens niet).
Thomas Dybdahl scoort redelijk constant bij mij: het scheelt slechts 1 keer een halfje.
Ik was dus wel erg benieuwd naar Waiting for That One Clear Moment. Zou het constant blijven? Negen nummers is niet zo heel erg veel, dus wat als de helft al wat tegen gaat vallen?
Ik heb van tevoren geen enkel nummer willen beluisteren waardoor dit album in één keer op me af is kunnen komen.
Laat ik wel zeggen dat ik de hoes foeilelijk vind, maar goed, dat zegt niks over de inhoud natuurlijk.
Die inhoud gaat van start met Blackwater waarin de stem van Dybdahl gelijk weer uit duizenden te herkennen valt. Maar jeetje: gaan we hier de freakfolk-kant op? De instrumentatie lijkt wat chaotisch en wekt even verwarring bij mij. Haast chaotisch gaat dit nummer hortend en stotend van start. Het geeft een hypnotiserend effect. Al die klanken (mooi en lelijk door elkaar), mystieke achtergrondzang, newsflashes en zang van Dybdahl. Toegankelijk is het niet: boeiend des te meer.
Over Party Like It's 1929 grapte user muziekobsessie al over Prince. Nu lijkt dit nummer niet op zijn (Party like it's) 1999, maar dit uptempo nummer heeft wel iets funky's in zich. Zo kennen we Dybdahl niet. Het lijkt soms wel of hij zich met z'n falsetto door dit nummer heenpiept, maar het past helemaal bij deze funk/soul op z'n noors.
Het lijkt sowieso wel de nieuwe koers, want ook I Just Can't Bring Myself to Say the Words zou zo een Prince-soul-ballad kunnen zijn. Warm orgeltje, tropische gitaarbegeleiding, zoetgevooisde strijkers en een sensueel zingende dame.
Titelsong Waiting for That One Clear Moment gaat ook niet bepaald gemakkelijk van start. Dit is toch duidelijk wat pittiger kost dan we gewend zijn van Dybdahl. Qua instrumentatie is het even doorkomen (er gebeurt van alles tegelijkertijd) en dan start hij wederom met 'spoken word' waar hij dan later doorheen gaat zingen. Het ritme lijkt haast wel drum and bass. Het nummer is en blijft wat chaotisch en komt soms wat stuurloos over.
impresjoNiste heeft een jazzy inslag en klinkt vrij donker. Ook hier weer allerlei knisperende bijgeluidjes die heel subtiel verwerkt lijken maar wel degelijk de aandacht trekken. En de zang? Die is er niet. Het gaat hier om een instrumentaal nummer.
My Little Friend is wat uptempo. Het klinkt wederom een beetje soul-achtig, maar de banjo geeft er dan weer een vervreemdende folk-twist aan. Absoluut een spannende combinatie en er lijkt in dit nummer ook een soort opbouwing naar een climax te zitten (een climax die niet echt komt). En opeens moest ik denken aan het laatste album van Kate Busch waar ook van dit soort nummers op staan.
Het gaat naadloos over in The World Is My Oyster. Het is een heerlijk dromerig nummer waar de dame die we eerder hoorde terugkeert (ik heb op moment van schrijven geen idee wie het is). Typisch Dybdahl-nummer, maar ook hier vind ik het allemaal wel wat complexer klinken dan voorheen.
Aan het einde van de rit zitten twee wat langere nummers waarvan Excuse Me, Brother de eerste is. Dit nummer vloeit voort uit het vorige en gaat duister van start en neemt rijkelijk de tijd (vandaar ook de lange duur van dit nummer). Na dit lange intro komt er wat schwung in het nummer, maar blijft het niet vrij van allerlei haast spookachtige geluidjes. De zang galmt er flink op los en dat blijft dus zorgen voor een wat spooky sfeertje; een term die ik voorheen nooit gekoppeld zou hebben aan deze artiest. Het is in elk geval een lange, avontuurlijke trip en zeker geen makkelijke kost. Dinner by candlelight gaat het deze keer zeker niet worden.
Songs lijkt het langste nummer van dit album (9 minuten) maar dat is niet geheel waar omdat het na ruim 5 minuten stopt. Het is redelijk relaxed en herhalend, maar klinkt wederom vrij scherp.
Na 3 minuten stilte (oh wat vind ik dat altijd toch een ongein) krijgen we nog even een strijkers-outro en dan is het gedaan met dit album.
Een album dat in het begin toch wel even wennen is. Dybdahl kiest voor het avontuur en gezien het genre waarin hij opereert is hij daar knap in geslaagd.